40 jaar: Bob Marley's 'Exodus'

21 juni 2017

Toen Bob Marley en zijn entourage in 1976 het voor zondag 5 december geplande Smile Jamaica concert op touw zette, kon hij niet bevroeden welke drastische wending dit zo positief bedoelde initiatief zijn leven zou geven. Jamaica, en vooral de elkaar met hand, tand en vuurwapens bevechtende, voor de kar van een der beide politieke partijen op het eiland gespannen ‘bendes’ verbroederen was zijn missie.

Zowel oppositieleider Seaga als zittend premier Manley steunden het idee, maar toen die laatste in de aanloop naar het concert nieuwe verkiezingen uitriep ‘kaapte’ hij het evenement dat in de ogen van velen ineens deel van zijn campagne leek te zijn. De zijn neutraliteit zo goed mogelijk bewakende Marley ging ervan uit dat het publiek zijn beweegredenen wel zou begrijpen en zette door. Deze schijnbare politieke keuze zou heel goed de aanleiding kunnen zijn geweest voor de volgende gebeurtenissen, maar de verhalen over een zwendel rond paardenraces waarbij enkele van zijn vertrouwelingen betrokken waren zijn even hardnekkig. Hoe het ook zij, terwijl The Wailers op vrijdag 3 december repeteerden voor hun show vielen een paar gunmen Marley’s woon- en werkcomplex binnen en schoten er hun wapens leeg. Marley, zijn vrouw Rita en manager Don Taylor liepen schotwonden op. Als door een wonder bleven de meeste andere aanwezigen ongedeerd, maar de boodschap was duidelijk; het tot ster uitgegroeide achterbuurtjochie was niet langer veilig op zijn eigen geboortegrond.

Vanuit een veilig heenkomen in de heuvels buiten Kingston hield Marley op de dag van het concert contact met de organisatie en toen dat ten overstaan van een massa sympathiserende bezoekers in goede orde bleek te verlopen, racete hij in konvooi naar de stad. Met een deels uit vervangers bestaande band - sommige Wailers bleken onvindbaar - en net als Rita nog met in verband verpakte wonden deed hij waarvoor hij gekomen was. Met zijn muziek de bevolking van het door geweld geteisterde eiland een hart onder de riem steken en overduidelijk maken dat er meer voor nodig was dan wat snotjongens met machinepistolen om hem eronder te krijgen.

Ballingschap

Direct na zijn Smile Jamaica show verliet Marley Jamaica voor een vrijwillige ballingschap van ruim anderhalf jaar, die hij vooral in Londen zou doorbrengen. Omringd door familie, bandleden, jonge Britse reggaemusici en Jamaicaanse ‘bezoekers’ als Lee Perry vond hij er de rust en inspiratie die binnen enkele maanden resulteerden in de creatiefste en productiefste periode van zijn loopbaan. Woede, frustratie, rebellie, devotie, berusting en liefde vonden hun weg naar zo’n 20 nummers, waarvan de helft al op 3 juni 1977 verschijnt op Exodus. Het album vormt volgens velen het summum van Marley’s oeuvre, hoort hoe dan ook tot de bekendste en best verkochte platen ooit en werd in 1999 door het tijdschrift Time zelfs uitgeroepen tot beste album van de 20e eeuw.

Een van de aspecten die de plaat zo briljant maakten is de samenstelling ervan. Die zal miljoenen mensen die er pas de afgelopen 25 jaar (op cd of via digitale media) mee kennismaakten zijn ontgaan, maar Exodus was als langspeelplaat uitgedacht en maakte optimaal gebruik van het feit dat zo’n plak vinyl twee kanten heeft. De twee helften van Exodus hebben namelijk elk een heel eigen karakter.

Er is - maar vecht u die bewering gerust bij me aan - geen plaat die een indrukwekkender begin kent dan Natural Mystic. Als een naderend onweer doemt het nummer op. Vlak voordat de ingetogen zanger een van zijn spiritueelste teksten ooit inzet, doorklieven Carlton Barrett’s rimshots als bliksemschichten de onheilszwanger wiegende baslijn. En wie goed luistert hoort aan Seeco Patterson’s loodzware funde-drum hoe het in de verte nog minutenlang dondert achter de wolken. Kippenvel! Vervolgens ontvouwt zich plaatkant A waarop So Much Things To Say, Guiltiness en The Heathen regelrechte waarschuwingen vormen aan het adres van zowel zijn persoonlijke kwelgeesten als ‘boosaards’ en verdorven systemen in het algemeen. In het opruiende titelstuk ten slotte roept de zanger zijn gehoor op in beweging te komen. Niet door, in Bijbelse zin, de narigheid te ontvluchten, maar vooral door het heft in handen te nemen en een beter leven in een rechtvaardiger wereld zelf af te dwingen.

Tuff Gong

Bob Marley werd in 1977 weliswaar definitief een popster, maar géén softie. Toch toont de man die zijn bijnaam Tuff Gong al op jonge leeftijd verwierf omdat hij in het ghetto van Kingston als bikkelhard bekend stond, hier ook zijn milde, gevoelige zijde. Want kant B van Exodus bevat louter liefdevolle en opbeurende boodschappen. Jamming bejubelt muziek als misschien wel het mooiste geschenk dat God de mensheid ooit gegeven heeft. Twee van zijn beste love songs - Waiting in Vain en Turn Your Lights Down Low - verwoorden Bob’s gevoelens voor zijn muze van dat moment, de net tot Miss World gekroonde Jamaicaanse Cindy Breakspeare. Het bijna kinderlijk eenvoudige Three Little Birds bevat een krachtig opbeurend mantra, maar wordt in zeggingskracht en populariteit voorbij gestreefd door de hekkensluitende wereldhit One Love / People Get Ready. Die universele roep om eenheid is in de afgelopen 40 jaar nooit verstomd en zal vermoedelijk helaas ook nog tot het eind der tijden gezongen (moeten) worden.

Natuurlijk vielen de ‘klassieker’ in de loop van de tijd al een paar mooie heruitgaven ten deel. De Deluxe dubbel-cd uit 2001 bevat vrijwel al het relevante contemporaire materiaal en de dertigste verjaardag vierde Exodus in fraaie boekverpakking met live-dvd.

Remix

Voor de 40th Anniversary wordt opvallenderwijs terug- én vooruitgekeken. Er is een hagelnieuwe heruitgave op cd en vinyl en later deze zomer een superdeluxe lp-box. Bij alle edities met extra’s valt vooral de Movement Continues bonusschijf op. Met technicus Mike Schuppan en anderen bezorgde Ziggy Marley zijn vaders klassieker een nieuw leven door zich te wagen aan een geheel nieuwe mix. Daarin verwerkte hij ook elementen uit andere takes van de nummers en godzijdank ging hij zich niet te buiten aan pogingen de plaat geforceerd eigentijds te laten klinken. We horen overbekend materiaal vooral op een andere manier en dat is op zich al een prestatie. Want deze plaat kent zó veel elementen die in het collectieve geheugen gegrift zijn - de koorzang van de I-Threes, drummer Barrett’s memorabele accenten en Junior Marvin’s typerende gitaarlicks, om er maar een paar te noemen - dat een tamelijk botte bijl onmisbaar is om tenminste iets van verschil te maken.

Toch is het resultaat, ook al omdat we ook eens ‘andere’ zanglijntjes van Marley horen, in veel gevallen op z’n minst verfrissend. Iets lastiger te verteren vind ik het feit dat er met de opbouw van de plaat is gerommeld. Exodus vóór Natural Mystic, dat ook nog eens vrij plotsklaps begint en So Much Things To Say helemaal aan het eind direct na het luchtige Three Little Birds? Met oude wijn in nieuwe zakken doen is niets mis, maar de zakken zelf mogen daarbij best onveranderd blijven. Gelukkig valt er aan het feestvarken Exodus anno 2017 voor een oude zak als ondergetekende hoe dan ook veel te genieten. Het origineel is natuurlijk fantastisch. En dat geldt eveneens voor de nog nooit verschenen opnamen van de concerten die Marley daags na het verschijnen van het album in het Londense Rainbow-theater gaf en waar het nieuwe materiaal vol verve werd getest.