50 Jaar Paradiso: de tentoonstelling

5 april 2018

Welke muziekliefhebber kent het niet? In de loop van zijn bestaan heeft het voormalige kerkgebouw van de Vrije Gemeente aan de Amsterdamse Weteringschans een iconische status verworven. Niet alleen op het terrein van de popmuziek, maar ook op die van tal daaraan verwante subculturen. Want door de jaren heen ruimde Paradiso in haar programmering ook plek in voor punk, hiphop en dance, om er een paar te noemen. En dan vonden er nog tal van andere activiteiten plaats: van politieke bijeenkomsten tot kunstevenementen en van kindermiddagen tot korendagen.

Vijftig jaar geleden, om precies te zijn op 30 maart 1968, startte ‘Cosmisch Ontspannings Centrum Paradiso’, in navolging van wat zich eerder al in Londen, op plekken als de UFO Club en The Roundhouse, of in de Fillmore te San Francisco had afgespeeld. Nadat opstandige jeugd het na het vertrek van de Vrije Gemeente leegstaande en steeds meer verloederende gebouw met een kraakactie had proberen te veroveren, kwam de gemeente Amsterdam over de brug. Voortaan bood Paradiso elk weekeinde ‘prachtige lichtshows, zwoele danseressen en uitzonderlijke popgroepen’. Wegens al te veel bemoeienis van diezelfde gemeente startte een van de belangrijkste voorvechters én bedenker van de naam, Willem ‘Hitweek’ de Ridder , vlak voor de opening elders in de stad ‘Fantasio’ met nog meer prachtige lichtshows, zwoele danseressen en uitzonderlijke popgroepen. Die club bleek geen lang leven beschoren. In tegenstelling tot Paradiso dat inmiddels begonnen is aan haar zesde decennium.

Vanzelfsprekend is het jubileum aanleiding voor tal van terugblikken: niet alleen pakten tijdschriften en kranten uit met specials en ruimden televisie en radio uitgebreid zendtijd in, ook verscheen een boek waarin ooggetuigen herinneringen ophalen aan vijftig gedenkwaardige concerten. Paradiso zelf organiseerde een over drie dagen uitgesmeerd feestprogramma. De tentoonstelling ’50 Jaar Paradiso’ in het Amsterdam Museum completeert het geheel aan jubileumactiviteiten. 

Bij de presentatie benadrukten museumdirectrice Judikje Kiers en conservator van de tentoonstelling Annemarie de Wildt het historisch belang ervan. Het Amsterdam Museum wil immers vooral inzicht geven in wat Amsterdam tot Amsterdam maakt en doet dat door het tonen van de geschiedenis van de stad in al haar facetten. Daarnaast geeft ‘50 Jaar Paradiso’ een indruk van de vele subculturen die de stad vanaf het ontstaan van de iconische poptempel heeft gekend, aldus De Wildt. Ook beelden van de huidige generatie bezoekers horen daarbij. In het trappenhuis en de gangen rond de expositieruimtes hangt daarom een groot aantal portretfoto’s. Die laten zien hoe divers het huidige Paradiso-publiek is en hoe dat een afspiegeling vormt van het multiculturele karakter van Amsterdam.

Uit cultuurhistorisch oogpunt is wat in de expositieruimtes te zien is wat interessanter. Met name de zaal waarin de beginperiode van Paradiso centraal staat, fungeert als een soort tijdmachine. Tegen een achtergrond van projecties en foto’s die toenmalig geluids- en lichttechnicus Adri Hazevoet maakte, wordt de bezoeker meegenomen naar een tijd waarin vooral de verbeelding aan de macht was. In Paradiso leidde dat bijvoorbeeld tot feesten waar menig bezoeker zich ontdeed van al zijn kleding. Ook een optreden van de Zangeres Zonder Naam was destijds ongehoord. En verder was Paradiso dé vrijplaats waar Amsterdamse jongeren, maar ook die van ver daarbuiten, ongestoord softdrugs konden gebruiken.

In een audiotour kunnen bezoekers luisteren naar herinneringen van direct betrokkenen en ook naar de persoonlijke Paradiso-wederwaardigheden van Huub van der Lubbe. De voorman van De Dijk trad met zijn band minstens zeventig keer in Paradiso op: meer dan welke band ook. Zelf kwam hij er voor voor het eerst in 1977. De tijd dat punk voor nieuw elan zorgde. Ondanks de nodige ordeproblemen met Hells Angels was het voor Paradiso een gouden periode. De tentoonstelling ruimt er, met concertfoto’s en portretfoto’s van bezoekers, dan ook prominent plek voor in, maar slaat de plank enigszins mis met een over meerdere wanden uitvergrote foto van The Sex Pistols in actie. Die werd niet gemaakt in Paradiso, maar in de Tilburgse zaal Posjet, stelden kenners vast.

Aan bod komen verder spraakmakende kunstenaarsfeesten, de Pepclub van dj Eddy de Clercq en de Latente Talentenshow waar aanstormend talent een kans kreeg. De bezoeker zit dan inmiddels in de jaren tachtig. Met hiphopavonden en andere activiteiten die vooral tot doel hebben nieuwe publieksgroepen aan te boren. Een en ander met inachtneming van ‘de Wet van (Huib) Schreurs’. Want, wist de toenmalig Paradiso-directeur, waar leuke meisjes zijn, komen ook de jongens en is succes verzekerd. Uitvergote foto’s van onder meer Prince, David Bowie, The Rolling Stones, Amy Winehouse en Kurt Cobain vormen een soort eregalerij van grootheden die op het podium van Paradiso stonden. En ook is er aandacht voor de dancecultuur die met de doorbraak van house in de jaren tachtig de poptempel nieuwe impulsen gaf.

Want als een ding duidelijk wordt bij het bekijken van ’50 Jaar Paradiso’ is het wel dat het uit eind negentiende eeuw stammende gebouw aan de Weteringschans zich, zeker de afgelopen halve eeuw, goed heeft weten aan te passen aan de tijdgeest.

‘50 Jaar Paradiso’ in Amsterdam Museum tot en met 19 augustus 2018.