Aaron Lee Tasjan: rock 'n' roll cowboy

28 januari 2017

Eind vorig jaar verraste Aaron Lee Tasjan met zijn tweede album Silver Tears. Op de hoes staat hij als een flamboyante cowboy. Gekleed in een pak met glimmende pailletten en met een westernhoed op zijn hoofd past hij niet in het traditionele Nashville-wereldje. Liever noemt hij zichzelf dan ook geen countryartiest, hij maakt namelijkrock 'n' roll. En laten we vooral geen boodschappen zoeken in zijn songs, want die zijn er niet. Of zoals hij onlangs in een interview zei: “Here’s the thing. I can make something up and tell you that the songs are about dealing with my childhood or some bullshit like that. The truth is that I took a bunch of drugs and made songs in my bedroom. That’s what I do. I’m not trying to deliver a sort of message. I’m just trying to be really good in writing songs.” In dat laatste wordt hij steeds beter. Silver Tears< is een gevarieerde plaat. Met goede, originele liedjes die doen denken aan Roy Orbison, Harry Nilsson, Tom Petty en Elliott Smith.

Een koude donderdagavond in Amsterdam. De kleine zaal van Paradiso was voor de helft gevuld, maar Aaron Lee Tasjan trok zich niets aan van de matige opkomst. Hij had het duidelijk naar zijn zin en introduceerde zijn liedjes met geestige bespiegelingen. Tasjan stond alleen op het podium. Zonder band die zijn nummers de diepte en gelaagdheid geven die ze op het album hebben. Toch schuilde in dat gebrek de verrassing. Alle nummers bleken, in al hun eenvoud, even krachtig en pakkend als op de plaat. Het melancholische Memphis Rain zong hij, met lichte snik, prachtig en Where The Road Begins And Ends was mooi ingetogen. Lekkere rock ’n’ roll in Out Of My Mind en pure rock in Bitch Can’t Sing. Het optreden was niet eenvormig en zakte nergens in. Door de verschillende stijlen die Tasjan beheerst, was het juist heel afwisselend. De droge humor van deze wat verlegen man gaf de avond een prettige luchtigheid. Een getalenteerde muzikant en een goede entertainer wanneer hij zich op zijn gemak voelt. Aaron Lee Tasjan verdient zeker een groter publiek.