Bob Dylan: Gelooft u het?

5 oktober 2017

Een week of wat geleden kreeg het gerucht gestalte. Trouble No More - The Bootleg Series Vol. 13 / 1979-1981 komt er aan. Zij zullen een nieuw licht en hopelijk ook een nieuw geluid werpen op deze zo roemruchte periode uit het leven van Bob Dylan. Tjonge, dat had wat voeten in aarde, die bekering tot het christendom. Alle fans die nog altijd konden gniffelen over de protesten (Judas!) die Dylan’s elektrische escapades hem in 1965 opleverden, immers, dat die mensen maar niet wilden begrijpen dat de tijden waren veranderd, konden nu hun wening en knersing der tanden maar nauwelijks onderdrukken. Slow Train Coming verscheen in 1979 en de single Slow Train werd veel gedraaid op Hilversum 3.

Het werd mijn werkelijke kennismaking met Bob Dylan. Natuurlijk kende ik Hurricane wel. Aardig, daar bleef het bij. Was omdat in mij toen ook een vuur van geloof sluimerde dat ik zo geraakt werd door deze eerste van de drie platen uit de zogeheten Gospel Period? Of waren het de schitterende teksten en muziek? De overtuigingskracht in Dylan’s stem? Ik meen dat het laatste de doorslag gaf, al was het eerste voor mij eveneens van belang.

Dat van die wening en knersing der tanden (Mattheus 25:30) was echt waar. Zo herinner ik mij een boek – ik ben de titel vergeten – met een aantal essays over popmuziek. Een van die essays ging over Dylan’s bekering. De schrijver had de EO, in die dagen nog fel evangelisch, opgebeld. Verder dan de telefoniste kwam hij niet, maar in zijn grenzeloze teleurstelling kon hij het niet nalaten om haar toe te voegen dat ze ‘wel erg in haar nopjes zou zijn, nu de Grote Protestzanger een Jezusaanhanger was geworden’. En toen – naar ik meen – Bert van de Kamp jaren later in OOR in 1983 Infidels besprak, stond er boven de recensie ‘Oude vos van God los.’ Opnieuw, zo herinner ik mij het. De wens was de vader van de gedachte, want good old Van de Kamp had de teksten al te vluchtig doorgenomen. Ook Infidels is, net zoals het werk voor de christelijke periode én het werk na Infidels doordesemd van geloof en Bijbel.

Maar welk geloof? Dylan was immers Jood toen hij zich tot Jezus wendde. In het dit jaar verschenen boek Bob Dylan – A Spiritual Life laat Scott M. Marshall op overtuigende wijze zien dat Bob Dylan noch zijn joodse geloof noch zijn christelijke geloof ooit vaarwel heeft gezegd. Het boek, dat uitstekend is gedocumenteerd kan worden gezien als de prelude op het boek Trouble In Mind van Clinton Heylin dat zo ongeveer tegelijkertijd met Trouble No More - The Bootleg Serries Vol. 13 / 1979-1981 zal verschijnen en dat als een schriftelijke pendant van de platen kan worden gezien.

Dit alles koste Dylan bijna zijn carrière. Want tot onthutsing van menig liefhebber van zijn muziek besloot hij ook nog eens te gaan preken tijdens zijn concerten en vervolgde hij Slow Train Coming met Saved (1980) en Shot Of Love (1981). Ik ken grote liefhebbers van het werk van Bob Dylan die deze platen nooit kochten of ze wel kochten doch nooit afspeelden. Ze behoren tot het beste werk dat Bob Dylan ooit opnam. De liedjes dan toch. Van de weeromstuit bleken ook Dylan’s platen uit de jaren tachtig die daarna volgden door menig muziekjournalist als slecht te worden gekwalificeerd. Empire Burlesque (1985) en Knocked Out Loaded (1986) mogen dan geen hoogtepunten in Dylans oeuvre zijn, zoals Oh Mercy (1989) dat wel is, ze zijn beslist beter dan men u al die jaren heeft voorgehouden. En het live-album Dylan And The Dead (1988), met daarop Slow Train en Gotta Serve Somebody, is ronduit geweldig.

In Amerika (het land van God’s buitenverblijf) is de discussie rondom deze periode uit Dylans leven al losgebarsten. Hoewel deze daar eigenlijk nooit echt is verstomd. Hier ontvangen we Trouble No More - The Bootleg Serries Vol. 13 / 1979-1981 in stilte. Maar – in mijn geval – met open armen. 

I’ve made shoes for everyone, even you, while I still go barefoot. Bob Dylan in I And I (Infidels, 1983).