Bob Dylan: persoonlijk als een spiegel

3 augustus 2011

Voor een singer-songwriter is niks leuker dan eindeloos nadenken over de teksten van je helden. In eerste instantie vraag je je af wat het allemaal betekent. Als je daar vervolgens een beetje klaar mee bent, ga je nadenken over de manier waarop je held werkt: is hij precies? Of juist vaag? Zijn het verhaaltjes of de suggestie daarvan? Of is het juist zinnig klinkende onzin?

Nadenken over Bob Dylan is bij mij onlosmakelijk verbonden met mijn eigen muziek. Ik schreef mijn scriptie over zijn teksten tegelijkertijd met de nummers die me gebracht hebben waar ik nu ben. En als ik één ding heb geleerd van Dylan, dan is dat wel dat er geen regels zijn in het tekstschrijven. Net zoals er geen regels in muziek horen te zijn.

Er zijn een hoop zaken waarover tekstschrijvers vaak hoogdravend doen. Betekenis, authenticiteit, originaliteit, coherentie, mooie zinnen, om er maar een paar te noemen. Ook ik was ooit geobsedeerd door dat soort dingen. Maar Dylan liet me – na jaren onderhuidse invloed – beseffen dat al die idealen uiteindelijk volkomen ondergeschikt zijn aan de ervaring van de luisteraar.

Dylan is namelijk een tekstuele sjacheraar: hij jat teksten, hij presenteert onzin als filosofische waarheden, hij plakt ideeën lukraak aan elkaar en kan zichzelf tegenspreken binnen een couplet. Maar toch, het raakt je. En telkens als dat gebeurt, is elke intellectuele kritiek sowieso zinloos. In kunst heiligt het doel immers de middelen, altijd.

Ik zie Dylan dan ook niet als een Groot Dichter, Filosoof of Preker. Ik zie hem meer als een abstract kunstenaar zoals Mondriaan. Het idee achter abstracte kunst is volgens mij dat het zich pas vormt in het hoofd van de waarnemer. Het krijgt pas betekenis en lading als je de moeite neemt je er emotioneel mee te bemoeien.

Zo is het ook met Dylans teksten. Op zichzelf is het maar een warrige verzameling grappen, trucs, slogans en diepzinnig klinkende onzin. Maar hij weet het zo te brengen dat je als luisteraar niet anders kunt dan er in je hoofd mee aan de slag te gaan. En dan gebeurt iets magisch: de nog kleine zaadjes in de tekst bloeien plotseling op tot bloemen nadat je verleid bent ze te mengen met je eigen gedachten, gevoelens, ervaringen en ziel.

Dylans teksten zijn ontzettend persoonlijk – persoonlijker wordt het niet. Maar het verschil tussen Dylan en mindere goden is dat ze niet persoonlijk zijn als een dagboek maar als een spiegel. Wie zich er in verdiept, ziet niet Dylan maar zichzelf. Geen wonder dat Dylan-fans altijd maar denken dat hij zo veel te melden heeft.