Bruce Springsteen: on Broadway

21 december 2017

Springsteen on Broadway is openhartig, afgemeten en op sommige momenten een ontroerende show. Geen spontaniteit te bespeuren. Wel gedrevenheid van een man die weet hoe hij een zaal bespeelt. In twee uur dist Bruce Springsteen verhalen op over zijn leven en loopbaan. Dit gesitueerd in een plaats die hij al zijn hele leven wil verlaten, maar waar hij nog steeds vlakbij woont. De man toont zijn zwakheid. Een vat vol tegenstrijdigheden, dat ook. En een magistrale performer. Ook deze decemberavond in het Walter Kerr Theatre, voor een dikke negenhonderd man, perst hij er zingend alles uit. De zeggingskracht van zijn wezen schuilt in de muziek. In zijn verhalen is hij hoogstens sympathiek. Wie de man op Broadway wil zien moet diep in de buidel tasten. Ik had het niet willen missen, maar of het de investering waard was, weet ik niet. Bruce Springsteen on fire op de automatische piloot, wie had dat ooit gedacht? En dat in het bruisende centrum van de showbizz en de commerciële vermaakindustrie.

Er is weinig dat Bruce Springsteen kan doen dat mij nog verwondert. Na zijn faux pas om voor de verkoop van een verzamel-cd in zee te gaan met supermarktketen Walmart die het qua arbeidsomstandigheden van hun medewerkers niet zo nauw neemt, is mijn oude muzikale working class hero voor mij toch enigszins van zijn voetstuk gevallen. The Boss bleek meer Wall street dan blue collar. Bruce Springsteen was synoniem voor: ongrijpbaar, onberekenbaar en onaantastbaar. Zijn reputatie onkreukbaar. Hij stond geboekstaafd als de belofte van de rock ’n roll of was in zijn eigen woorden: a prisoner of rock ’n roll.  Dat was ooit. Opeens speelde hij keurig binnen het commerciële format van de super Bowl Halftime Show en ging hij voor de grote getallen, de superlatieven. Mijn verwondering, nee regelrechte bewondering gold altijd zijn muziek en vooral Springsteens onovertroffen live-prestaties waarin hij me moeiteloos uren mee kon nemen naar een andere wereld; naar een beloofd land van hope and dreams. Als iemand een verhaal kon brengen, dan hij wel. De laatste jaren echter, terwijl zijn succesgang onverdroten doorging, kostte het me steeds meer moeite de fan te zijn die ik ooit was. Springsteen bleek ook maar gewoon een mens van vlees, bloed en aardse verlangens naar het altijd meer. Men het klimmen der jaren ben echter ook ik milder geworden. Dus op naar New York voor de volgende halteplaats van Bruce Sringsteen: Broadway.

Laat ik het maar meteen toegeven: ik stond twee keer vooraan om Bruce Springsteen bij aankomst en vertrek van het Walter Kerr Theatre op 219 West on 48th Street op Broadway een hand te geven. Ik was en ben nog steeds blij als een klein kind dat het me is gelukt. Ondanks al mijn kritiek op zijn over-commerciële knievallen blijf ik fan. Springsteen is als een hardnekkige liefde. De man kan een potje bij me breken. Dus daar stond ik met bonzend hart. Het is een af en aan van Hollywoodsterren en andere figuren uit de wereld van de high finance. In de decemberweek dat ik er was zag ik in een ooghoek John Travolta, Tom Hanks en Danny DeVito onopvallend zeer aanwezig zijn. De fans van Bruce zijn behalve ouder ook en vooral rijker geworden. Er staan limousines geparkeerd.

Na de aankondiging dat er niet gefilmd mag worden komt hij op. Op zijn gitaar klinkt Growin’ Up. Oh ja, het wordt een avondje in chronologie. Braaf leest Springsteen zijn teksten voor van zijn autocue. Dat doet hij met Amerikaanse geliktheid. Hij is ongenadig hard voor zichzelf. We komen te weten dat hij als jongen de problematische relatie met zijn depressieve en licht ontvlambare vader wist te redden door in zich in diens fabriekskleding te tooien en letterlijk zijn stem aan te nemen. Hij wilde op zijn vader lijken. Ook, zo weten we uit Springsteens autobiografie Born To Run, deelt hij diens zwaarmoedigheid en depressies die de zanger al decennialang met antidepressiva te lijf gaat.

Een fabriek heeft de man die nummers als Factory schreef zelf nog nooit van binnen gezien. I never worked a job nine to five and never saw the inside of a plant. Zijn moeder bracht de vrolijkheid en de waardigheid in het gezin Springsteen. Zij werkte als secretaresse. Springsteen vertelt en rijgt de thema’s van zijn muziek en leven aan elkaar. Zo blijkt de schrijver van nummers als Racing In The Street, Drive All Night en Pink Cadillac, zelf pas laat een rijbewijs te hebben gehaald en beslist geen soepele chauffeur te zijn. Die ironische zelfspot werkt goed en levert een aantal lachers op in de doorgaans muisstille zaal. Ook als hij rept over zijn geboorteplaats Long Branch, New Jersey. Een plek die hij zijn hele leven al wil verlaten, maar waar hij nooit helemaal uit is weggekomen. The man who wrote Born To Run lives a ten minute drive from the place I was born.

Mooi is het verhaal over zijn eerste optreden nadat hij in 1956 Elvis op tv had gezien. Het gitaarspelen lukte aanvankelijk niet. Maar hij had bloed geroken. Later zou hij terugkomen. Een volhouder is Springsteen al zijn hele leven.

De E- Streetband roemt hij uitgebreid. Het is zeker niet de beste band, maar wel de best samenspelende band. Elke avond op het podium, waar ook ter wereld, wordt één plus één drie. Ook zijn elementaire vriendschap met de overleden saxofonist Clarence Clemons komt uitvoerig aan bod. Of het moment waarop hij verliefd werd op de stem van zijn vrouw Patti Scialfa, met wie hij sinds 1991 is getrouwd. Veel verhalen heeft hij vaker verteld of zijn te lezen in zijn biografie. Ze worden nu alleen wat zielloos opgedist. Geen van zijn verhalen op Broadway over zijn vader haalt het bij de monoloog die op de befaamde livebox 1975-1985 voorafgaat aan The River. En ook tijdens de akoestische Ghost Of Tom Joad-tour in 1995 heb ik hem spontaner aan het woord gehoord.

Muzikaal tapt Springsteen uit een veilig vaatje. Wat niet wil zeggen dat hij niet geweldig speelt. Geef hem een gitaar en zijn zeggingskracht is onovertroffen. Met name de nummers die in de live uitvoeringen de laatste jaren wel erg bombastisch werden gebracht, zoals the Rising en Land Of Hope And Dreams klinken gestript veel beter. Springsteen is bovendien bijzonder goed bij stem. De ode aan zijn moeder, The Wish, een outtake van Tunnel Of Love, is hartverscheurend mooi gespeeld. Datzelfde geldt voor Brilliant Disguise en Tougher Than The Rest die hij samen zingt met zijn vrouw.

Grenzend aan ondraaglijk wordt het wanneer hij aan het eind van de geënsceneerde show eindigt met het Onze Vader. Laten we lief zijn voor elkaar. Al sinds jaar en dag geldt hij als spreekbuis van links Amerika, maar over Trump geen woord. Wel wat algemeenheden over de staat van het land. De mensen hebben het zwaar, zo weet hij. Maar ik vraag me tegelijk af of Broadway wel de geschikte de plek is voor maatschappijkritiek. Dus het gekozen format is amusement. Met het leven van de zanger als centrale thema is het megalomaan genoeg om op Broadway overeind te blijven. Toch knelt er iets. Waarom geen ander theater op een andere plek? Is het ordinaire geldingsdrang? Ik weet het niet, maar heb een vermoeden.

Veel oude nummers, neem Incident On 57th Street, Rosalita en Jungleland – allemaal uit de jaren zeventig toen less niet more was in zijn songteksten – hebben West Side Story-kwaliteiten. Veel van zijn muziek zou zo kunnen komen uit een oude Broadway-show. Maar door juist zijn eigen levensverhaal en relatie met zijn muziek centraal te stellen, legt de muziek het af tegen de middelmatige verhalen. En als Springsteen iets nooit is geweest, dan is het wel middelmatig.

De show is great, zoals je van vakman Springsteen mag verwachten. Maar verheffend of nog beter verlossend was het niet. Daarvoor was het teveel autocue, te weinig spontaniteit en middle of the road. De wens om als jongen uit een gat op Broadway te staan, wint het van een echte avond rock ’n roll zoals we dat van Springsteen gewend zijn. Avonden waarop hij je laat voelen dat je leeft, waarin het hier en nu historische significantie krijgt en waarbij je gelouterd huiswaarts keert.

Hij is dankbaar zegt hij, voor de naar eigen zeggen belachelijk goede carrière die hij heeft gehad. I hope I’ ve been a good travelling companion, zegt hij aan het eind. Dat kan niemand ontkennen. Ik ook niet.