Bunny Wailer en de magie van The Wailers

24 juli 2014

Als geen ander weet Bunny Wailer de magie van The Wailers op te roepen. Hij is hier zelden. Reggaeliefhebbers spoeden zich dan ook naar de hoofdstedelijke poptempel Paradiso, waar hij donderdag 31 juli een concert geeft.

Boezemvrienden waren ze, Robert Marley en Nevile Livingstone. Allebei van het Jamaicaanse platteland verhuisd naar de achterbuurten van Kingston. En uiteindelijk zo ongeveer familie. Want de moeder van Robert en de vader van Neville kregen er een relatie. Trenchtown vormde het decor van een harde jeugd, maar geen uitzichtloze, want de jongens hadden een heilig doel voor ogen: muzikant worden. Nadat het tweetal kennismaakte met de onder vergelijkbare omstandigheden in de Jamaicaanse hoofdstad verzeild geraakte Winston Hubert McIntosh, werd de gezamenlijke ambitie langzaam maar gestaag werkelijkheid en was de basis gelegd voor de wellicht belangrijkste groep in de historie van de Jamaicaanse muziek én het broeinest voor drie van de invloedrijkste reggaeartiesten ooit: The Wailers.

De groep bundelde een vervaarlijk sterk complement van karakters en talenten, drie karakteristieke doch matchende stemmen en voldoende gedrevenheud, energie en uithoudingsvermogen om lokaal en internationaal succes te realiseren en vervolgens als eerste reggae-act het genre écht te laten penetreren in de wereldwijde pop- en rockmarkt.

Dat laatste lukte de groep mede dankzij de ondersteuning en aanpak van Chris Blackwell. Maar precies op het moment dat het effect van Catch A Fire en Burnin’, de eerste twee albums voor diens label Island, merkbaar werd viel de groep uiteen. Elk groepslid ambieerde een solocarriere en er werd té uiteenlopend gedacht over muzikale en praktische zaken als publiciteit en touren. Ook het vervolg is geschiedenis: de toegeeflijke maar ambitieuze Bob Marley ‘behield’ de groepsnaam voor zijn begeleidingsband en groeide uit tot wereldster. Hardliner Peter Tosh schopte het ook ver, maar veel meer op eigen voorwaarden. Dankzij zijn grillige karakter met alle gevolgen vandien en met succes van bescheidener omvang. De vroegtijdige dood van beiden droeg uiteraard bij aan de legendevorming rond de twee reggaesterren. Maar hoe liep het toch af met de derde, ‘vergeten’ Wailer?

Bunny Wailer, zoals hij zich als solist direct liet noemen, is springlevend, sinds het verscheiden van zijn bandmakkers een gedreven bewaarder van het Wailers-erfgoed, maar vóór alles een uitmuntend artiest op eigen titel. Na het uiteenvallen van de groep trok hij zich juist terug op het platteland en kwam met het werkelijk briljante solodebuut Blackheart Man, onbetwist een van de mooiste reggaeplaten ooit. Ook latere albums als de puike collectie ‘remakes’ Bunny Wailer Sings The Wailers, de onvolprezen dancehallplaat Rockn’ Groove of het prachtige rootsalbum Liberation getuigen van grote klasse en veelzijdigheid.

Wailer stond en staat ook niet bepaald bekend als een makkelijke artiest om zaken mee te doen. Meer nog dan Tosh principieel, devoot en uitgesproken, wenste hij de naar eigen inzicht te handelen, waarmee hij beslist zand strooide in de Wailers-motor. Zo weigerde hij na het Britse deel van de succesvolle eerste Wailers-tournee in 1973 eenvoudigweg nog in het buitenland op te treden. Het niet onbelangrijke Amerikaanse vervolg werd dus afgewerkt met stand-in Joe Higgs, want Wailer was onvermurwbaar.

Wailer zou zich ondanks het succes dat hij wereldwijd genoot decennialang aan zijn woord houden. Pas heel laat in de jaren tachtig liet hij zich verleiden buiten Jamaica op te treden. Aanvankelijk slechts ‘dichtbij’ in de Verenigde Staten, en pas in 1990  ook in Europa. Zijn Nederlandse podiumdebuut vond dat jaar plaats in de Jaap Edenhal en was van zeldzaam hoog niveau. Alles klopte in het drie uur durende, spirituele spektakel, waarin alle aspecten van Wailer’s oeuvre perfect gebalanceerd en meeslepend mooi uitgevoerd aan bod kwamen. De show, zonder meer een van de meest magistrale concerten die ik ooit bijwoonde, zou jarenlang een unicum blijven, want een tourbeest is Wailer nooit geworden. Om precies te zijn was hij sindsdien nog driemaal in ons land: in 2007 voor twee festivals en voor het laatst in 2009 voor Reggae Sunsplash in Amsterdam.

De uitzonderlijke kans om de kleine maar charismatische Wailer, zijn uitstekende Solomonic Reggaestra en de charmante koorzangers van The Psalms live te kunnen bewonderen, maakt het concert op 31 augustus al aanbevelenswaardig. Dat het hier bovendien gaat om een – bijna unieke – clubshow maakt het op voorhand al een bijzondere avond. De drie uur zal de 67-jarige ditmaal niet volmaken. Maar gelegenheden als deze zijn letterlijk op één hand te tellen. Wie het genre een warm hart toedraagt, of dat ooit deed, en nog wat van de ware Wailers-magie wil genieten, neemt zich dat ter harte. 

Bunny Wailer in Paradiso op donderdag 31 juli, in samenwerking met Black  Star Foundation.