Cage the Elephant: een rock ’n’ roll-droom

10 januari 2017

Hun concert 24 januari aanstaande in Paradiso was in een vloek en een zucht uitverkocht. De Amerikaanse rockers van Cage the Elephant hebben een patent op liedjes die niet meer uit je hoofd gaan. Dan Auerbach van The Black Keys wilde niet voor niets per se hun jongste album Tell Me I’m Pretty produceren. Heaven sprak zanger Matt Shultz begin vorig jaar. De voorman, op het podium een en al energie, oogt vermoeid als hij zich eind van de ochtend in de Melkweg meldt met een kartonnen bekertje cappuccino in de hand. “Ik heb amper geslapen”, verontschuldigt hij zich. “We hadden het lumineuze idee om tijdens deze tour een videoclip op te nemen met beelden uit de Europese hoofdsteden, een beetje à la A Hard Days Night van The Beatles. Maar het vreet tijd en energie.” Die avond op het podium  is van enige vermoeidheid echter niets te merken.

The Beatles

Met The Beatles noemt Matt Shultz meteen de grootste inspiratiebron voor de jongens die in 2006 de band begonnen in Bowling Green, een onooglijk stadje in Kentucky waar Chevrolet zijn roemruchte Corvettes bouwde en een heus museum wijdde aan dit automodel, symbool van de American Dream in jaren vijftig en zestig. Waar de naam Cage the Elephant vandaan komt wenst Shultz zich niet meer te herinneren. Met broer Brad Shultz en Lincoln Parish op gitaar, Jared Champion op drums, Daniel Tichenor op bas wil het dan nog vijftal – Parish heeft de groep inmiddels verlaten – maar één ding: weg uit Kentucky. “Dat was onze rock ’n’ roll-droom”, verklaart de zanger.

Jools Holland

Die kans doet zich eerder voor dan verwacht. Een klein Engels label ziet de groep tijdens een showcase op het vermaarde SXSW-festival in Austin en biedt een contract aan plus de uitnodiging naar Londen te verhuizen. “Dat vonden we reuze interessant. Londen is vaak een goede plek gebleken voor Amerikaanse artiesten om er hun carrière te beginnen. Jimi Hendrix, Paul Simon en Lou Reed kregen daar voet aan de grond. Bovendien bood het label ons honderd procent creatieve vrijheid, al bleek dat al gauw een wassen neus. Ze stelden ronduit dat ze ons niet gingen betalen of promoten als we muzikaal niet deden wat hen voor ogen stond. We hebben het daar toch nog achttien maanden volgehouden en zelfs nog in de show van Jools Holland gestaan, naast Coldplay en John Mellencamp.”

David Bowie

Toch was de Londense tijd geen totale desillusie. “We hebben er enorm veel geleerd. In Bowling Green kon je twee radiozenders ontvangen, college radio en classic rock. In Londen duikelden de muzikale trends en hypes over elkaar heen. Wij zijn opgegroeid met ankerpunten als Bob Dylan, The Beatles, Bruce Springsteen, Simon & Garfunkel en Creedence Clearwater Revival. In Engeland verbreedde de horizon zich rap. Wil je daar mee in de muziekwereld dan kun je niet stil blijven staan, dat maakte de Engelsen ons wel duidelijk. We raakten vooral onder de indruk van het oeuvre van David Bowie. Zoiets wilden we ook. Ieder album benaderen alsof het je eerste is. Hongerig blijven. Zei Bob Dylan niet ooit: 'Als iemand de muziek zou maken die ik wil horen, dan zou ik zelf geen muziek hoeven maken.'”

Foo Fighters

Het titelloze debuutalbum verschijnt nog tijdens het verblijf in Londen en doet niet veel. Cage the Elephant besluit met nog net niet hangende pootjes terug te keren naar het vaderland. “Het Engelse avontuur voelde mislukt. Dan gaan we op zoek naar onze niche, dachten we, naar een muzikaal bestaan in de kleinere zalen.” Om hun thuiskomst niet geheel ongemerkt voorbij te laten gaan, brachten ze Ain't No Rest For The Wicked opnieuw uit als single en dat was een schot in de roos. Het liedje werd free single of the week op iTunes en de band mocht optreden in de late night show van David Letterman. “Toen ging het hard. We deden veel festivals. Ons tweede album Thank You Happy Birthday bracht ons wederom een uitnodiging van Letterman en we stonden op nog grotere festivals zoals Coachella. We tourden als voorprogramma van Foo Fighters en Dave Grohl viel zelfs in toen onze drummer Jared een tijdje verstek moest laten gaan vanwege een blindedarmontsteking.”

The Black Keys

Ook Dan Auerbach van The Black Keys toont zich erg gecharmeerd van Cage the Elephant. Hij produceerde hun jongste album Tell Me I’m Pretty, het vierde alweer. “We stonden in het voorprogramma van de Keys ten tijde van Brothers. Dat was helemaal bizar, want dat album werd haast van de ene op de andere dag een enorme hit. De tour begon in clubs en eindigde in arena’s met soms 20.000 toeschouwers.” En dat is inmiddels ook wel de biotoop waar Cage the Elephant zich in hun thuisland ophoudt.

Iggy Pop

Matt Shultz, die op de bühne graag zijn shirt mag uittrekken, ziet zichzelf als een kruising tussen Iggy Pop en Neil Young. “De energie van Pop en de intensiteit van Young”, verklaart hij. Die tweespalt, als je dat zo mag noemen, kenmerkt het oeuvre van de band. “Het enorme succes van Ain't No Rest For The Wicked ondergingen we als een zegen en een vloek. Zo’n onverhoedse hit bezorgt je het stigma van een commerciële rockgroep en trekt om de een of andere manier je integriteit in twijfel. Het mechanisme werkt kennelijk zo dat je credibility verliest als je als beginnende band te snel in arena’s speelt. Je ziet het ook bij Mumford & Sons. Maar objectief gezien heeft het ons alleen beter gemaakt, want het dwingt je snel heel professioneel te worden. We weten van onszelf dat we nog altijd eerlijke muziek maken. Al wonen we nu in Nashville, we zijn nog altijd die jongens uit Bowling Green die droomden van een rock ’n’ roll-bestaan. Er zijn altijd mensen die je succes kwalijk nemen, maar je wilt toch geen obscure muziek maken for the sake of obsurity. Net zoals je ook geen muziek wilt maken puur voor de commercie. Wij willen allebei.”