Glen Hansard schittert op New Fall

24 november 2017

Een maand later dan de vorige zes keren, vond afgelopen weekend voor de zevende keer het New Fall Festival plaats in Düsseldorf. Slechts een half uur over de grens bij Venlo aan de Rijn gelegen, is Düsseldorf, zeker voor Nederlanders en Belgen, een van de aantrekkelijkste steden in Duitsland.

De hoofdstad van Noord-Rijn Westfalen (NRW voor intimi), met een rijk cultureel leven, mooie musea, een uitzonderlijk winkelaanbod – van de Königsallee (de PC Hooftstaart van Duitsland, maar dan vier keer zo lang en zes keer zo breed) tot de heerlijke dagelijks voedselmarkt op de Carlsplatz – puik openbaarvervoer (metro zowel als tram), de grootste Japanse gemeenschap in Europa (met talloze eethuisjes en winkeltjes), en vele schitterende muziekzalen, is Düsseldorf een heerlijke plek om een (lang) weekend door te brengen.

En dan is het New Fall-weekend (donderdag t/m zondag, medio november) voor een beetje muziekliefhebber waarschijnlijk de mooiste tijd van het jaar, omdat het vooral om muzikale kwaliteit draait. Niet alleen in het aanbod, maar ook in de presentatie (dus volledige concerten, geen ingekorte festivaloptredens, en in prachtige zalen). Mijn eigen favoriet is de Tonhalle, net buiten de Alt Stadt, vlakbij de rivier gelegen. Een het geheel ronde gebouw met uitzonderlijke akoestiek en dito aankleding vinden gewoonlijk alleen klassieke concerten plaats, maar voor New Fall worden de deuren bij hoge uitzondering geopend. Dit keer traden Tom Odell, Glen Hansard en Michael Kiwanuka er op.

Hoewel het festival donderdag al begon met optredens op verschillende locaties van onder anderen Little Dragon, Julien Baker, tUnE-yArDs, Austra en Die Höchste Eisenbahn, ving mijn eigen festival vrijdag pas aan met een vroeg avondoptreden van de Britse groep Sophia. Spelend in de Bachsaal van de tot concertlocatie omgebouwde Johanneskirche, trakteerde de band rond Robin Proper-Sheppard op een enerverende set van hun behoorlijk zwartgallige, maar desalnietemin melodisch meeslepende songs. Op de rustigere momenten moest ik aan Mark Eitzel en American Music Club denken, maar de vijfmansband deinsde er ook niet voor terug om de volumeknop verder omhoog te schroeven en meer jaren 80 doemrock-achtig te klinken.

Omdat Tom Odell om 21:00 uur zou beginnen, verliet ik na anderhalf uur voortijdig Sophia om op tijd in de Tonhalle te kunnen zijn. Daar aangekomen vernam ik dat Odell zelf pas om tien uur zou beginnen en dat om 21:00 uur eerst als (onaangekondigd) voorprogramma de mij onbekende Nathan Ball met zijn band zou optreden. Een Londense singer-songwriter met een aan Ben Howard-verwante stijl, met een aardige, maar niet heel memorabele set.

Tom Odell is misschien wel de meest belovende Britse singer-songwriter van de laatste jaren. Het vorig jaar verschenen album Wrong Crowd gaf blijk van een aanzienlijk talent, al kwam dat er live eigenlijk alleen uit op de momenten dat hij solo aan de vleugel zijn liedjes bracht. Meestentijds beginnen de nummers nog wel aardig, maar worden ze halverwege volledig om zeep geholpen wanneer de drummer het idee krijgt dat hij John Bonham is. Odells singer-songwriterachtige popliedjes werden volkomen platgewalst in een orgie van bombast die eigenlijk kant noch wal raakte. Het grootste deel van het publiek leek er gezien hun enthousiasme echter geen genoeg van te kunnen krijgen, al waren er ook mensen die voortijdig de zaal verlieten, iets waar ik zelf ook toe besloot toen Odell en zijn houthakkersclub het op het einde wel heel erg bont begonnen te maken.

Vlug spoeden we ons terug naar het hotel in de hoop daar nog een staartje mee te kunnen pikken van de aldaar om 23 uur begonnen Sudan Archives, maar tegen de tijd dat ik de hotellounge bereikte, was de Amerikaanse elektro-folksoulzangeres helaas al klaar. Het enthousiasme waarmee mensen massaal haar vinyl-ep kochten, maakte zonneklaar dat haar optreden in zeer goede aarde was gevallen en ik durf ik de voorspelling aan dat we de komende jaren nog wel meer van deze Sudan Archives gaan horen.

Op zaterdag zou het concert van Glen Hansard in de Tonhalle al om vijf uur beginnen, maar omdat ik zelf met andere vertegenwoordigers van de pers uit Nederland en België om één uur was uitgenodigd voor een lunch met de organisator van het festival en diverse culturele bobo’s van de stad, moest ik me toch nog haasten om ’s ochtends nog wat mee te krijgen van de Carlsplatzmarkt en ’s middags nog even de beste platenwinkel in de stad te bezoeken (A&O Medien, nota bene bovenin het luxe winkelcentrum Schadow Arkaden hartje centrum gevestigd, maar wel gespecialiseerd in het non-commerciële segment). Het restaurant van het NRW-Forum, vlak naast de Tonhalle gelegen, bleek een nieuw project van de New Fall-organisatie te zijn en sloot aan bij hun idee dat de mensen op wie men zich met het festival richt ook met uitgaan en eten een hogere standaard appreciëren dan gebruikelijk. Iets waar ik hen met de voortreffelijke lunch zondermeer gelijk in kon geven.

Ik kwam echter voor de muziek, en mijn vermoeden dat de Ierse singer-songwriter Glen Hansard wel eens de beste show van het hele weekend zou kunnen geven, werd volkomen bewaarheid. Voorafgegaan door zijn prima Deense collega Lasse Matthiessen (mooie zang, goeie liedjes), die ’s avonds ook weer in het hotel zou optreden, liet Hansard op adembenemende wijze horen hoe groot het verschil nog is tussen heel goed (Matthiessen) en echt geweldig. Hoewel hij in zijn eentje voor zo’n grote zaal stond en slechts gewapend was met akoestische gitaar (en af en toe piano), wist hij van begin tot einde, ruim anderhalf uur later, het publiek te betoveren met schitterende liedjes en een machtige stem. Waar vorig jaar Wilco op New Fall indruk maakte met een van de beste shows die ik ooit zag, bleef Hansard daar dit jaar in zijn eentje niet ver bij achter. Tegen het einde bleek hij voor enkele Ierse folkliedjes evenwel nog een violist en mandolinespeler meegenomen te hebben en toen hij daarna ook nog zijn gitaartechnicus op het podium riep om gedrieën een prachtig, geïmproviseerd eerbetoon te brengen aan de eerder die dag overleden Malcolm Young van AC/DC was het zonneklaar dat de oud-Frames-voorman ondertussen tot het allerhoogste muzikale niveau is gestegen. Wat dat betreft zijn mijn verwachtingen omtrent Hansards begin volgend jaar te verschijnen derde soloalbum, torenhoog.

Na zoveel muzikale pracht, kwam het concert van Michael Kiwanuka, later die avond, een beetje als een anticlimax. Niet dat er iets mis was aan het optreden van Kiwanuka en zijn puike vijfmansband, maar het feit dat hij pas na tienen begon en we helemaal bovenin de Tonhalle zaten, ver van het podium, maakte dat het toch moeilijk was om de concentratie erbij te houden aan het einde van zo’n rijk gevuld weekend. En omdat Kiwanuka ook de neiging had zijn liedjes telkens af te sluiten met eindeloze herhalingen van dezelfde riffs en stukken tekst, maakte zijn optreden voor mij op dat uur toch een beetje een saaie indruk.

Helaas hadden we geen tijd om de op hetzelfde tijdstip naar de in de Johanneskirche optredende oud-Sonic Youth-man Thurston Moore te gaan kijken, evenmin als naar het qua tijd precies tussen hen in spelende Kensington, maar dat is natuurlijk ook niet meteen een act waarvoor je als Nederlander speciaal naar Duitsland gaat. De zondagse line-up met Destroyer, Amadou & Mariam en Anna Ternheim was al even uitnodigend, maar omdat we geacht werden aan het eind van de ochtend alweer huiswaarts te keren, hoefden we ons het hoofd niet te breken wie van de drie we ’s avonds het liefste zouden zien.

Wat dat betreft bood New Fall dit jaar misschien wel de breedste line-up tot nu toe van louter kwaliteitsartiesten en moeten we zeker overwegen om er volgend jaar zelf nog een dag (of twee) aan vast te plakken. Daarvoor heeft namelijk niet alleen New Fall maar ook Düsseldorf heel erg veel te bieden.