Het Fats Domino-effect

25 oktober 2017

De legendarische Amerikaanse zanger en pianist Fats Domino is vandaag overleden in zijn woonplaats New Orleans. Dat heeft zijn dochter bekend gemaakt. De artiest die in de jaren vijftig en zestig miljoenen platen verkocht en talloze andere muzikanten beïnvloedde is 89 jaar geworden. Ruim twee jaar geleden schreef Ludo Diels nog een mooie ode aan ‘d’r Fats’.

Drie keer zag ik hem, steeds met mijn moeder. Het was háár muziek en het werd daardoor ook de soundtrack van het leven van mijn broer en mij. Van zijn concerten staat me weinig anders bij dan de sneltreinvaart waarin hij de nummers afraffelde. Mijn moeder vond het geweldig. Fats Is Back! is de titel van een elpee die bij ons thuis is grijs gedraaid. Fats kwam altijd langs, bij alle gelegenheden. We hebben ooit zelfs gedanst op Ain’t That A Shame na de begrafenis van mijn oma. Weinig muziek roept zo’n oergevoel in me wakker als de ritmische en toch ook melodische en melancholische klanken van Fats Domino.

De laatste keer dat hij groot in het nieuws kwam, was toen orkaan Katrina zijn geboortestad New Orleans had getroffen. Fats Domino werd dood gewaand, maar dook na enkele dagen weer op. Hij woont nog steeds in The Big Easy, deze mastodont van de rock-’n’-roll. Naar verluidt lijdt hij aan Alzheimer. Maar ook in tijden dat hij helder van geest was, kwam er weinig zinnigs uit over zijn werk. Het ging meestal over zijn flamboyante uiterlijk met knoeperts van diamanten ringen aan elke vinger.

Ondanks zijn in totaal honderd miljoen verkochte platen kreeg Fats Domino nooit de erkenning die hem wel degelijk toekomt. In het boek Blue Mondays van Rick Coleman uit 2006 wordt de opgang en ook de tegenwerking vanuit blank Amerika feilloos gereconstrueerd. Portee van het verhaal is dat hij nooit de waardering ontving die Elvis Presley, Johnny Cash en Jerry Lee Lewis wel kregen voor hun bijdrage aan het ontstaan van de rock-‘n’-roll. En dat terwijl het juist Fats Domino was die met het nummer The Fat Man in 1949 de rock-‘n’-roll ter wereld bracht.

The Fat Man klinkt anno nu nog steeds niet gedateerd. En ook qua thematiek geldt dit nummer als een wegbereider voor de klassieke trits: Sex & Drugs & Rock & Roll. Want het nummer betreft een adaptatie van Junker’s Blues van Champion Jack Dupree, een lied uit 1940 over drugsverslaving. Fats Domino bracht de heavy beat en het ritmische pianospel – zijn handelsmerk – in deze shuffle. Zo gaf hij het vuur. Het was misschien wel het eerste nummer dat zich niet laat categoriseren. Want: wat was het? Blues, boogiewoogie, een spiritual? Ook in het door segregatie gescheiden Amerika wist men zich geen raad met The Fat Man. Zowel blank als zwart kwamen naar zijn concerten. Volgens Coleman bestaat er geen artiest bij wiens optredens er zich zoveel ongeregeldheden voordeden als bij Fats Domino. Een concert in Washington D.C. werd in de herfst van 1957 nog gecanceld omdat er te weinig politie kon worden opgetrommeld.

Met Ain’t That A Shame baande hij de weg voor nummers als Tutti Futti van Little Richard en Maybellene van Chuck Berry. In een liveregistratie van Elvis uit de jaren zeventig steekt The King zijn schatplichtigheid aan Fats Domino niet onder stoelen of banken. Hij geeft in diens aanwezigheid zijn versie van Blueberry Hill ten beste. Het Domino-effect bestaat, al blijft het vreemd dat de man nooit echt uit de schaduw van de blanke rockers is getreden. Hijzelf bleef zich, vaak noodgedwongen, in stilzwijgen hullen. Toen hij in 1988 bij David Letterman werd uitgenodigd zong hij een lied en zat vervolgens welgeteld dertig seconden op de stoel naast de presentator voor een interview. “Je ziet er geweldig uit”, voegde deze hem nog tijdens de aftiteling toe. Fats Domino lachte, daar was hij goed in.

Hij leek trouwens geenszins gebukt te gaan onder zijn miskenning. Met klassiekers als My Girl Josephine, Walking To New Orleans, Red Sails In The Sunset, Blue Monday en het onvermijdelijke Blueberry Hill heeft de man immers rock-’n’-roll-geschiedenis geschreven. En misschien hoor je in zijn muziek ook wel iets van die sympathieke bescheidenheid terug. Ritmisch pianospel waarin toch ook het lome geluid van de Big Muddy nooit ver weg lijkt. Vrolijk met altijd een vleugje weemoed in die warme stem. Een mengeling van blues en boogiewoogie, maar er klinkt ook Europa, Afrika en Latijns-Amerika in door. Ergens tussen slepend en snel in. Vlak qua melodie, maar nooit plat. Geen vocale uithalen, maar een stem als een rustgevend stromende rivier. Geen sexappeal, maar ongevaarlijke, goed doorvoede vrolijkheid. Ongrijpbaar.

De muziek van Fats Domino drong door tot in alle uithoeken van de wereld, tot in Zuid-Limburg toe. Ik hoef maar iets van hem op te zetten om weer thuis te komen en dan mijn moeder te horen zeggen: “D’r Fats is su-pe-ri-eur!”

Fats Domino: 26 februari 1928 - 25 oktober 2017