Volgens Willem

8 februari 2018

Hij geldt als de markantste concertpromotor van Nederland, vooral bij zijn inner circle en degenen die daar graag deel van uit willen maken. Willem Venema, ogenschijnlijk wars van conventies, maar ondertussen net zo makkelijk zaakwaarnemer voor een artiest van het volk als Guus Meeuwis. Zijn levensverhaal is nu te boek gesteld door Yaël Vinckx, eerder onder meer correspondente op de Balkan voor Radio 1 en NRC Handelsblad.

Het idee voor ‘Volgens Willem’, schrijft Vinckx in de epiloog, onstond eind 2014 tijdens een nachtelijke autorit op weg naar huis na afloop van de viering van Venema’s veertigjarig jubileum in Nijmegen. De journaliste behoorde samen met haar vriend Mark Kneppers tot de feestgangers. Die laatste kende Willem vooral in zijn hoedanigheid als de ene helft van het feelgood dj-duo Wipneus & Pim, welkome gasten op menig door hem geprogrammeerd  festival.  

Al eerder hadden zich vertegenwoordigers van, wat Venema noemt, ‘de gefrustreerde parasietenhorde die alleen bestaat bij de gratie van het kunstje van een ander die meestal niet kan terugbijten of -slaan’ bij hem aangediend met de wens de poppromotor uit te horen over zijn op zijn minst opvallend te noemen levenswandel. Die konden onverrichter zake weer vertrekken. Maar nadat Vinckx, die voor NRC Handelsblad ook over popmuziek schreef, zich gemeld had en de twee bij een uitgebreide lunch op de golfclub hadden kennisgemaakt, kon zij wél op zijn genade rekenen.

En dus ging Vinckx vanaf begin 2016 elke maandag in Rotterdam bij Venema op bezoek om daar de tweehonderd dossiermappen waarin hij in navolging van journalist Willem Oltmans minutieus zijn leven heeft opgeslagen, door te ploegen. Hij voorzag haar van de bijbehorende verhalen. Voor de feiten moest ze echter bij zijn vrouw zijn, liet die laatste bij hun eerste ontmoeting lachend weten. En bij degenen die, al dan niet zakelijk, met de geboren Brabander te maken hebben (gehad) gedurende zijn leven dat op 16 oktober 1952 te Aalst in een socialistisch milieu begon.

Van meet af aan deed Willem dingen die niet mochten: in plaats van naar dansles gaan, stortte hij, Stones-fan die hij was, zich op de beatmuziek in het Eindhovense Carlton, op jonge leeftijd besloot hij nooit meer naar de kapper te gaan en eenmaal in Nijmegen beland voor een studie sociologie (en later Nederlands recht), bleek het organiseren van evenementen in studentensociëteit Diogenes een heel wat spannender uitdaging. Met een ‘schijt-aan-alles’-mentaliteit, geïnspireerd door onder meer  zijn eerste cliënt Herman Brood, en opererend vanuit wat dagblad De Gelderlander ooit het ‘vieste studentenhuis van Nijmegen’ noemde, begon Venema gestaag te werken aan een imperium.  Dat alles onder een drietal zelfopgelegde regels: Vind ik het leuk? Vinden anderen het leuk? Willen ze ervoor betalen?   

De beschrijving van die activiteiten levert een aardig inkijkje op in hoe het organiseren van  livemuziek in Nederland zich vanaf Venema’s start halverwege de jaren zeventig tot op heden ontwikkeld heeft: van een hobby naar een business en van een business naar een industrie met de megaconcerten van heden ten dage op plekken als de Amsterdam Arena, de Ahoy en de Ziggo Dome. Wat die laatste ontwikkeling betreft doet ‘de keizer van het clubcircuit’ niet of nauwelijks meer mee. Uit het boek spreekt dan ook zijn afkeer van de schaalvergroting die livemuziek de afgelopen decennia heeft ondergaan.

Maar omdat enig opportunisme hem nooit vreemd is geweest, boog Willem dikwijls mee met de tijdgeest. Vooral nadat zijn Double You Concerts nauw was gaan samenwerken met (en later overgenomen werd door) Mojo Concerts. Waar hij niettemin dikwijls de recalcitrantie zelve bleef.  Het leidde in 2004 tot zijn nog altijd met schimmigheid omgeven vertrek bij de inmiddels in Amerikaanse handen geraakte concertpromotor uit Delft. Ook Vinckx komt in het boek niet echt met een antwoord, al geeft ze wel aan dat Willem het door zijn gedrag min of meer over zichzelf heeft afgeroepen.

Hoe het ook zij, het congé leidde wél tot meer Baron von Münchhausen-achtige episodes in het leven van Venema. Zo liet hij zijn volgende onderneming The Alternative medefinancieren door een Amerikaanse promotor die later een fraudeur bleek. Waarna de in megaspektakels gespecialiseerde productiemaatschappij The Entertainment Group, vooral draaiend op de goedgevulde spaarpot van Marco Borsato, een reddingsboei uitwierp om uiteindelijk met man, muis en onbetaalde rekeningen te vergaan. Willem kwam weer boven Jan dankzij mede-Brabander Guus Meeuwis. Met hem beleefde de poppromotor opnieuw grootse avonturen zoals een met een recordhoeveelheid bier omgeven concert in de Royal Albert Hall in Londen.  

Het is slechts een van de vele in het boek opgetekende, soms ontluisterende anekdotes uit het leven van de man die met spraakmakende shows op het Lowlands-festival graag, zoals Vinckx stelt, de heersende moraal bespotte en de politieke correctheid overboord kieperde. En die tot zijn eigen verbazing een lintje opgespeld kreeg door burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. Die anekdotes plaatst de schrijfster tegen de achtergond van de evolutie van de muziekindustrie tijdens Venema’s werkzame leven. Dat doet ze op een prettig leesbare, doch jammer genoeg niet foutloze wijze. (Een misser is bijvoorbeeld het in een hoofdstuk over de jaren negentig plaatsen van de ontwikkeling dat platenmaatschappijen in de lucratieve wereld van de publishing stappen). Dat maakt dat ‘Volgens Willem’ toch niet die onverbiddelijke aanrader is geworden die het had moeten zijn.    

‘Volgens Willem’ door Yaël Vinckx is verschenen bij uitgeverij Atlas Contact.