What's in a name: Allah-Las

24 augustus 2017

We zijn nom de dieu nog goed weggekomen toen we in maart 2013 de Allah-Las op het omslag van ons blad zetten als exponent van de neo-retro. Ons van geen kwaad bewust. Hoewel de naam van God er duimendik bovenop ligt, associeerde ik de bandnaam van de psychedelische garagerockers uit Los Angeles met de meidengroep Shangri-Las. Ik had dat uit het interview van Geert Henderickx in 2013 met de jongemannen uit het zonnige Californië. Vanochtend dat gesprek nog maar eens teruggelezen, na het afgelasten van het concert gisteravond in Rotterdam vanwege een terreurdreiging. De naam Allah-Las zou in bepaalde kringen als blasfemie worden ervaren. Uit dat interview:

De ontstaansgeschiedenis van de Allah-Las, een politiek incorrecte naamsverwijzing naar de legendarische meidengroep Shangri-Las, laat zich samenvatten als het begin van een klassiek popverhaal. Op de middelbare school knutselden Pedrum Siadatian en Spencer Dunham al met gitaar en computer liedjes in elkaar, die ze elkaar op een dag als MP3’tjes mailden. De een vond het best wel goed wat de ander deed en omgekeerd, dus besloten ze bij een van hen thuis in Manhattan Beach samen muziek te gaan maken in het souterrain, waarvan alle vier de wanden vol hingen met vaders verzameling surfplanken. Toen het ergens naar begon te klinken vroegen ze Matthew Correia te komen drummen, en aangezien niemand de positie van zanger wilde innemen, werd Miles Michaud er nog bijgehaald. “In tegenstelling tot andere beginnende bandjes hoefden we niet zo snel mogelijk het podium op. Liever cultiveerden we eerst een bijzonder geluid, zodat we ons direct zouden profileren.”

Een jaar of drie na hun eerste repetitie namen de vier onder leiding van retrosoulman in de dop Nick Waterhouse in een analoog studiootje in Costa Mesa hun debuutsingle op om een herfst later te verrassen met een titelloos album, dat invloeden lijkt te verraden van zowel The Byrds en The Chocolate Watchband als Love en The Animals. En zo beten de Allah-Las gisteren in Utrecht het spits af van de Fuzzbox-avond op Le Guess Who?, waar ze op grond van hun vooruitgesnelde faam inmiddels behoren tot de trekkers van de zondag. “We hebben nu al meer bereikt dan we ooit durfden dromen. Eerlijk gezegd koesterden we helemaal geen verwachtingen. We vonden het al mooi genoeg als we het bandje er voor de lol bij konden blijven doen. Tegelijkertijd werden we gedreven door een blind optimisme. Enfin, van het een kwam het ander.”

Op een woensdagavond in Rotterdam lijkt dat optimisme weer wat minder blind te zijn geworden. We leven in duistere tijden.