Woiski vs. Woiski: meer dan een Surinaams familieverhaal

18 januari 2018

De Surinaamse cultuur verovert langzamerhand een plek in de Nederlandse theaters. Nadat daar eerder al de muziektheatervoorstelling A Poku Tori over het leven van de vroeggestorven koning van de kaseko Lieve Hugo te zien was, hebben nu het Amsterdamse Bijlmer Parktheater en theatergezelschap Orkater de handen ineen geslagen voor Woiski vs. Woiski

Die voorstelling, omschreven als ‘een muzikale battle tussen vader en zoon’, vertelt het levensverhaal van Max Woiski sr. en dat van zijn zoon Max Mackintosh, beter bekend als Max Woiski jr. De makers baseerden zich op Bruine Bonen En Kouseband, het boek dat theaterrecensent en docent geschiedenis Patrick van den Hanenberg in samenwerking met Ronnie Woiski schreef over de turbulente levensloop van de twee Maxen.

Niet dat Woiski vs. Woiski van die levensloop een chronologische weergave is: de scriptschrijvers, onder wie regisseur Geert Lageveen, hebben er een vrije interpretatie op losgelaten. Dat lijkt een gok, want een dergelijke aanpak veronderstelt bij de toeschouwers enige voorkennis wat betreft de twee in Suriname geboren wegbereiders voor ‘wereldmuziek’ in Nederland. Kennis die ondanks mooi en nuttig zendingswerk van muzieklabel/uitgever TopNotch, zeker bij jongere generaties, niet meer aanwezig lijkt.

Maar de voorstelling behandelt ook universele, voor iedereen herkenbare thema’s als identiteit, immigratie en ontworteling. Thema’s die zijn uitgewerkt in de rollen die Mike Libanon (als Woiski sr.), Manoushka Zeegelaar Breeveld (als zijn vrouw Alma Braaf) en Michel Blankwaardt (als zoon Max) spelen. Gery Mendes, samen met percussionist Vernon Chatlein en toetseniste Sophie Anglionin verantwoordelijk voor de muzikale invulling, fungeert als een soort MC. Zo vormt dit gezelschap een aardige afspiegeling van het huidige Nederland: waar Zeegelaar Breeveld en Libanon allebei een Surinaamse achtergrond hebben, liggen de wortels van de anderen in onder meer Tanzania, Curaçao en Kaapverdië.

In de jaren dertig, toen Woiski sr. als een van de eerste Surinamers voet op Nederlandse bodem zette, zag het er hier anders uit: mensen met een donkere huidskleur waren een bezienswaardigheid, hun muziek kreeg dikwijls de benaming ‘oerwoudgeluiden’.  Citaten uit kranten schetsen in de voorstelling een beeld van die tijd.

Maar dan raakt muziek uit Cuba in zwang. En Woiski sr. ziet er geen been in om zich, samen met zijn vrouw, voor te doen als Cubaan. Het levert het tweetal, tot in het buitenland aan toe, succes op. En tevens de middelen om in Amsterdam een nachtclub te openen, die Woiski sr. door een opportunistische houding tijdens de oorlog weet open te houden. In de voorstelling komt die houding aan bod in een scene waarin het conflict tussen vader en zoon een climax bereikt.

De zoon heeft, wanneer Woiski sr. begin jaren vijftig met B.B. Met R. en zijn spel op de flageolet Nederland aan zijn voeten heeft gekregen, Suriname verlaten om  gitarist te worden in de band van zijn vader. Eigenlijk wil hij helemaal de muziek niet in, maar Woiski jr. heeft geen keuze. De weinig riante voorwaarden waaronder hij zijn arbeid verricht, vormen ook een strijdpunt tussen de twee zoals een scene met een zogenaamd cadeau gegeven fiets illustreert. Wel heeft Woiski sr. een gulle hand wat betreft rondjes geven in zijn zaak: in de voorstelling een ‘running gag’.

Naast zijn vriendschap met Prins Bernhard komen seniors hang naar buitenechtelijke ecapades aan bod. Het leidt tot een crisis in de relatie met zijn vrouw Alma, een fraaie rol van Zeegelaar Breeveld. Weliswaar weet de aartscharmeur een en ander weer recht te breien, maar tegen het einde van zijn leven leidt hij een eenzaam bestaan. Hij is berooid teruggekomen uit Mallorca, waar zijn nachtclubs ten onder zijn gegaan en slijt zijn laatste dagen in Drenthe.

De zoon heeft dan inmiddels zelf hits gehad, waaronder Rijst Met Kouseband, en eigen clubs, maar weet die successen, net als zijn vader, uiteindelijk niet te bestendigen. En zo eindigt hij eenzaam en verbitterd in een verzorgingstehuis waar Zeegelaar Breeveld, in een komische dubbelrol als verzorgster met vet aangezet Rotterdams accent, hem bijstaat. Dat is ook hoe Woiski vs. Woiski opent. Waarom beide Maxen eindigen zoals ze geëindigd zijn, is iets waar in de loop van de voorstelling verklaringen voor worden aangedragen. Of die plausibel zijn moet het publiek na het zien van deze voorstelling, die veel meer is dan een familieverhaal, zelf maar bepalen.

Woiski vs. Woiski. Gezien: 12 januari 2018 in Bijlmer Parktheater, Amsterdam. De voorstelling loopt nog tot en met 31 maart 2018. Zie speellijst.