Afgestoft en Opgepoetst: John Mayall

25 september 2019

Eind jaren zestig verhuist de Engelse bluesmuzikant John Mayall van zijn geboorteland naar de westkust van Amerika. Ruim tien jaar vormt zijn huis in Laurel Canyon de uitvalbasis voor zijn muzikale experimenten. De eerste lp van Mayall Blues From Laurel Canyon verschijnt in 1968 en sluit nog aan op het type elektrische bluesmuziek dat hij ook in zijn Engelse jaren gemaakt had. Nadat sologitarist Mick Taylor vertrekt voor een dienstverband bij de Rolling Stones, besluit Mayall stilistisch een nieuwe weg in te slaan. Naast bassist Steve Thompson rekruteert hij voor zijn nieuwe liveband twee instrumentalisten die hem in staat stellen een meer akoestisch rootsgeluid te produceren. Samen met gitarist Jon Mark en saxofonist/fluitist Johnny Almond betreden bassist Steve Thompson en Mayall op 12 juli 1969 voor de registratie van het album The Turning Point het podium van Bill Graham’s Fillmore East theater in New York. Vanaf de eerste klanken van het politiek getinte The Laws Must Change produceert het viertal een geluid dat volstrekt uniek is in de geschiedenis van de bluesmuziek. Het ontbreken van een drummer wordt ondervangen door het ingenieuze samenspel van Mayall, Thompson en vooral het fingerpickingspel van Jon Mark. Naast een ode aan bluesgitarist J.B. Lenoir (I’m Gonna Fight For You, J.B.) trekt ook het met subliem mondharmonicaspel en mond- en handpercussie opgetuigde Room To Move de aandacht. Ronduit uitzinnig wordt het Amerikaanse publiek wanneer het viertal zich in California te buiten gaat aan een ruim negeneneenhalve minuut omspannende improvisatie. Ofschoon Mayall daarna nog een fors aantal platen heeft opgenomen, is in mijn boekje The Turning Point het absolute hoogtepunt uit zijn omvangrijke carrière.

John Mayall: The Turning Point (Polydor)