Aftellen tot Once in a Blue Moon (5): Tyler Childers

10 augustus 2019

Als ik één artiest op het programma van Once in a Blue Moon in staat acht op basis van zijn actuele plaatwerk en reputatie een heleboel festivalkaartjes te verkopen, is het Tyler Childers. Dat zou gezien het ruimdenkende karakter van het ‘roots-festijn’ een prestatie zijn, maar gelukkig ook getuigen van de waardering die het publiek heeft voor een Amerikaans oergenre. Want als deze 28-jarige singer-songwriter érgens voor staat, is het voor pure country. 

Daarmee is veel te veel gerotzooid, zo vindt hij net als een groeiend aantal naam makende collega’s, dat zich daarover ook in toenemende mate uitspreekt. Childers zelf deed dat bijvoorbeeld in niet mis te verstane bewoordingen toen hij in september vorig jaar in het Ryman Auditorium Nashville een Americana Award mocht ophalen. In het hol van de leeuw speechte hij vlijmscherp: 

“As a man who identifies as a country music singer, I feel Americana ain’t no part of nothin’. It is a distraction from the issues that we are facing on a bigger level as country music singers” en “Americana started as a place to recognise people being ignored by their own genres, but now it’s a hindrance. The stuff we used to call ‘good country’ is now getting called Americana. We’ve not fixed the problem of bad country.”

Krasse taal van het soort waarmee een gelijkgestemde als Sturgill Simpson al eerder vrienden én vijanden maakte. Niet verbazingwekkend dus dat Childers uitgerekend van hem een flinke duw in de rug kreeg. De succesvolle en eigenzinnige ‘fellow-Kentuckian’ begreep Childers als geen ander en beiden hadden helder voor ogen welke kant het met diens muziek op moest. Childers verwoordde het destijds als volgt: “I think we both wanted to make an album for east Kentucky, and I reckon that’s what we did. It’s not about rock, or grass, or country… it’s just hollerin’ in the mountains and stirring shit up!”

Naast een handvol musici bracht Simpson in zijn kielzog de door de wol geverfde geluidstechnicus David Ferguson mee. Diens cv bestrijkt vier decennia en vermeldt namen van Johnny Cash en John Prine tot Peter Gabriel en Dan Auerbach. Uiteraard met pure country als ijkpunt bepaalden ze samen het geluid op Purgatory (2017). En daarmee was Childers’ doorbraak een feit. Zes jaar eerder gaf de toen 19-jarige debutant met het in eigen beheer uitgebrachte Bottles & Bibles al een veelbelovend visitekaartje af, maar de duidelijkste voorbode van het verdiende succes waren de massa’s optredens waarmee hij in de tussenliggende jaren ook niet-ingewijden wist te imponeren. De twee inmiddels ook op lp/cd samengevoegde ep’s met liveregistraties voor Red Barn Radio - één met band en één solo – laten goed horen waarom. 

Reikhalzend werd dan ook uitgezien naar het begin augustus verschenen nieuwe album Country Squire. Die plaat neemt elke mogelijke twijfel weg: Tyler Childers is een blijvertje en wanneer hij geen heel rare dingen doet kan ik me zomaar voorstellen dat deze fakkeldrager voor de échte country binnen de kortste keren promoveert tot inspirator voor een volgende generatie musici die niet langer geloven dat de weg naar succes louter via televisietalentenjachten, weinigzeggende countrypop of afgezaagd gladde videoclips bewerkstelligt kan worden.

Het superteam met Simpson en Ferguson werd voor de opnamen van Country Squire niet gewijzigd en ook nu vond Childers zijn inspiratie dicht bij huis en zingt hij over doodgewone mensen. Die zit het lang niet altijd mee en niets menselijks is ze vreemd. Ze werken zich de pleuris, verdrinken hun verdriet in schimmige kroegjes, verliezen zich in al dan niet beantwoorde liefdes, proberen met hun klotebaantjes de eindjes aan elkaar te knopen, hebben slapeloze nachten van heimwee en eenzaamheid, blowen zichzelf van de wereld of nemen zich tenminste voor dat weer te doen zodra een slavenbaantje bij de spoorwegen verruild kan worden voor een pensioentje en weten ondanks dat alles ook nog oprecht van iemand te houden. Tyler beschrijft levens die hij werkelijk kent en dat maakt de ‘piss-poor anthropology’ die hij naar eigen zeggen bedrijft volkomen geloofwaardig. De negen tracks vormen samen bovendien een soort doorlopend verhaal; een duidelijke wens van Childers die zich daarvoor naar eigen zeggen liet inspireren door platen als Allen Toussaint’s Southern Nights. Als dat alles muzikaal gezien ook nog eens zo mooi gebeurt als hier, met werkelijk elk instrument, van mondharp(!) tot pedal steel perfect en op zijn plaats, mag je spreken van een topplaat, en dat predikaat durf ik er hier ook gerust op te plakken.

Minder versneden country dan die van Tyler Childers zullen we tijdens Once In A Blue Moon vermoedelijk nauwelijks te horen krijgen. Toch durf ik te wedden dat zelfs degenen die zulke muziek eerder met The Muppet Show dan met hun eigen platenkast associëren, zich straks verdringen voor het Sugar Mountain-podium. Al was het maar om toch even te zien waar de buzz vandaan komt en over een paar jaar te kunnen pochen dat ze de legendarische Tyler Childers al hartstikke lang geleden zagen spelen. En gelijk hebben ze!

Tyler Childers speelt tijdens het Once In A Blue Moon festival
van 19.50 tot 20.40 uur op het Sugar Mountainpodium.