Alleen Elvis blijft bestaan

8 januari 2015

Tachtig zou hij vandaag zijn geworden. Elvis Presley. Zijn muziek heeft in al mijn levensfasen een rol van betekenis gespeeld. Ook toen ik nog geen Engels sprak begreep ik het. Elvis en ik gaan lang terug. Voor zover ik me kan heugen ging er in mijn leven geen dag voorbij zonder dat ik aan zijn persoon of zijn werk werd herinnerd.

Het moment waarop ik in augustus 1977 zijn overlijden vernam, herinner ik me levendig als de dag van gisteren. “Elvis is dood”, zei mijn moeder. De klank van haar stem, haar accent en de emotie die in deze mededeling aan de keukentafel doorklonk, vergeet ik nooit meer. In mijn kinderlijke naïviteit, ik was destijds zeven jaar, had ik gehoopt dat deze legende ooit mijn vriend kon worden. Maar hoop is een hopeloos gevoel, zo zou ik later ontdekken.

Misschien ben ik die kinderlijke teleurstelling van zijn dood wel nooit helemaal te boven gekomen. Toegegeven, het is psychologie van de koude grond. In mijn latere leven heb ik zijn muziek, leven en mythe vaak onderworpen aan veelal benevelde analyses. Boeken heb ik verslonden zoals Elvis zijn peanut butter banana sandwiches of cheeseburgers. Verder heeft die kennis me niet gebracht. Integendeel.

De mythe is nog even ongrijpbaar. En de muziek komt nog net zo binnen als vijfendertig jaar geleden. Plezier, ja zelfs zielsgeluk, heeft Elvis mij gebracht. Inderdaad, muziek geeft iets en vindt zich, in al haar vluchtigheid, een weg naar de kern. Het raakt aan ons bestaan. Maakt traanvocht aan, zet je in beweging of nagelt je vast aan de grond. Muziek is ontzagwekkend. Elvis was precies dat: ontzagwekkend.

Inmiddels ben ik twee keer in Graceland geweest. Het raakte me matig doch doeltreffend. Ik ben door het bezoeken van dat reële decor van mijn fascinatie niet dichterbij de mythe of legende gekomen. Ook begrijp ik mijn eigen levenslange geboeidheid door Elvis nog steeds niet. Maar de grote mysteriën laten zich nu eenmaal niet eenvoudig vangen. Wat begrijp ik nu eigenlijk echt van de liefde? Of wat weet ik van de dood? Om over het leven nog maar te zwijgen. Een leven lang betekent een leven lang vragen. Zoeken en niets vinden. En toch is die queeste noodzakelijk – om niet in de peilloze diepte van het cynisme te vallen.

Wat ik wel denk te weten is dat zijn talent vele malen groter geweest is dan we ons al kunnen voorstellen. Elvis had verkeerde vrienden en een foute manager. Hij slikte meer pillen dan goed voor hem was en had een onstilbare honger. Ecce homo. Tot zover de mens Elvis. Het unieke, het bijna bovenmenselijke van Elvis was zijn talent. Dat kwam toch telkens weer aan de oppervlakte. En nog steeds.

Hij is geen superster geworden dankzij, maar ondanks zijn van origine Nederlandse penningmeester en krentenweger Colonel Parker. Afgeschermd leefde hij. Invloeden van de straat of andere artiesten bereikten hem slechts mondjesmaat. Wat zou er gebeurd zijn als hij muziek had kunnen maken met zijn tijdgenoten? Wellicht had hij zich weer opnieuw uitgevonden. Misschien zou hij de wereld weer in lichterlaaie hebben gezet. Wie weet? What if?

Elvis had reeds op jonge leeftijd de wereld veranderd. Hij zorgde in zijn eentje voor een paradigmaverschuiving in de populaire cultuur. De geldende regels werden voor eens en altijd aangepast. Er is een tijd voor hem en een tijd na hem. De conventies zouden nooit meer hetzelfde zijn. Juist daarin herkent men de echte groten. Zij stellen hun eigen regels of besluiten bandeloos door het leven te gaan. Ongebonden. Losbandig.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat zijn talent grenzenloos was. Tachtig zou hij vandaag zijn geworden. Ik zet zo dadelijk weer de Sun Collection op, zijn muzikale geboorte. Toen in 1954 en 1955 nam zijn loopbaan een zinderende aanvang om nooit meer te eindigen. Zoals de kortelings overleden Luc de Vos zong: Sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan. Elvis gaat nooit weg, Elvis ís!