Ana Moura: geboren fadista

15 april 2013

Op Desfado rekt Ana Moura de grenzen van de traditionele fado meer en meer op. Het album werd geproduceerd door Larry Klein en opgenomen in Los Angeles. In mei geeft de fadista – bewonderd door Prince en Mick Jagger – vier concerten in ons land. Desfado is haar vijfde album.

“Je wordt geboren als fadista”, zegt Ana Moura zonder blikken of blozen. “Dat is wat ze in Portugal zeggen.” Ter relativering voegt ze op vertrouwelijke toon aan toe dat ze nooit had gedacht er zelf een te worden. Bij Ana Moura thuis, in een dorpje iets ten noorden van Lissabon, werd de fado gezongen op familiebijeenkomsten. Dat zijn uitgebreide samenscholingen van ooms, tantes, neven en nichten. Haar vader speelde verdienstelijk gitaar, haar moeder zong.  “In huis was dat altijd hetzelfde liedje, My Mother’s Child. Ik kan haar nu exact imiteren.” 

Haar carrière begon bij toeval. “Ik zong puur voor de lol in een popgroepje. Enkele vrienden met wie ik een weekendje in Lissabon was, duwden me in een bar naar voren om een fado te zingen. Het was niet in een echt fadohuis, maar de muzikanten die er speelden haalden me over mee te gaan naar een bekende gelegenheid. Daar was een feest gaande, waar iedereen was die er in de fado toe doet: zangeressen als Maria de Fé, Mariza en Christina Branco, gitaristen, tekstdichters. Ik zong er een fado en Maria de Fé was zo onder de indruk dat ze me uitnodigde in haar fadohuis Senhor Vinho te komen zingen. Daar is mijn muzikale loopbaan gestart.”

Onder de hoede van schrijver, gitarist en producer Jorge Fernando, een spilfiguur in de fadowereld, maakte Ana Moura in 2003 haar debuutalbum Guarda-me A Vida Na Mão. Een jaar later al volgde Aconteceu. Ze was er vooral succesvol mee buiten Portugal. Pas met Para Além da Saudade slaagde ze er in 2007 in om ook indruk te maken bij het kritische thuispubliek. Inmiddels behoort ze tot de top in het genre.

Voor een Portugese zangeres mag het allemaal zo klaar zijn als een klontje, maar ik vraag nog maar eens nadrukkelijk naar het wezen van de fado: wat maakt een liedje tot een fado? “Een zangeres heeft – afgezien van de melodie en de tekst – drie middelen tot haar beschikking: de kleur van haar stem, haar stembereik en haar ziel. Met dat laatste bedoel ik het vermogen om je in te leven in de tekst, om de saudade tot uitdrukking te brengen. De meeste zangeressen zingen de fado met gesloten ogen, om zich helemaal te concentreren. Ik doe dat ook. Frasering en timing zijn heel belangrijk. Je moet de woorden zo elegant mogelijk verbinden met de melodie. Amália was daarin een grootheid. Ze heeft een album gemaakt met louter Amerikaanse standards. Maar zoals zij Summertime zingt, dat is pure fado.” 

Dit is een deel van het interview met Ana Moura dat eerder was te lezen in popmagazine Heaven september 2010.

Ana Moura live: 7 mei Schouwburg, Deventer; 9 mei Oosterpoort, Groningen; 11 mei Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven; 13 mei Paradiso, Amsterdam