Atletiekverslaggever Léon Haan: 'Sprint vraagt om stevig gitaarwerk'

1 augustus 2016

Het lijkt een inkoppertje: Bruce Springsteen's Born To Run onder een reportage over hardlopen. Maar nee, zo makkelijk maakt NOS-atletiekverslaggever Léon Haan zich er niet van af. De oud-atleet, vanaf komende vrijdag als commentator actief tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, is daarvoor té veel muziekliefhebber.

April dit jaar. Léon Haan is in Flagstaff, Arizona voor een item over Sifan Hassan. De geboren Ethiopische geldt als Nederlandse kanshebster op de Olympische 1500 meter en is in Amerika op hoogtestage. Terug in Hilversum plakt de verslaggever T.I.B.W.F. van The Budos Band onder de beelden van de rennende Hassan, een fraai instrumentaal stuk waarin Ethiopische invloeden zijn te herkennen.

Ruim een jaar eerder traint Dafne Schippers op het Spaanse eiland Tenerife. Haan is er bij omdat de atlete op het punt staat te kiezen tussen de meerkamp en de sprint. Ook de beelden van Schippers gaan vergezeld van muziek. Terwijl ze in slow motion uit de startblokken schiet, klinkt Santana's El Morocco, een knipoog naar de trainingslocatie. Verderop in de reportage volgt een fragment uit Guanabara van Bossacucanova Y Roberto Menescal, een luchtig Braziliaans deuntje; achter de horizon ligt immers al Rio 2016. Onder een eerder feature over de Utrechtse sprintster, kort nadat die in de zomer van 2014 in Zürich tot Europees kampioen op de 100 en 200 meter is gekroond, plakt hij The Race van Yello. Jawel, een Zwitsers duo.

Geluid

Laat de kijkers maar raden, is de onuitgesproken boodschap van Léon Haan. "Ik kies nooit bekende nummers. Mensen hebben daarbij vaak bepaalde associaties. Daardoor glijden de gedachten gemakkelijker af en krijgt het onderwerp niet de aandacht die het verdient." Muziek is voor Haan niet de vanzelfsprekende component waarmee een reportage slaagt. "Als ik met zowel een camera- als geluidsman op pad ga, is muziek vaak niet nodig. Het geluid van de omgeving is dan al mooi genoeg. Maar met een cameraman die ook het geluid doet, wat het meest voorkomt, kies ik vaak muziek erbij. Ik zoek iets dat past bij de actie. Sprint vraagt om een stevige gitaarsound of een flinke beat. Bij langere afstanden kan het meer kabbelend. Verder zoek ik het in instrumentale nummers of in elk geval langere instrumentale gedeeltes. Zang leidt alleen maar af. "

Het komt voor dat Haan naar Hilversum rijdt met tien cd's uit zijn eigen collectie. "Ik heb dan al keuzes gemaakt en probeer me voor te stellen of wat ik bedenk bij de shots hoort. Meestal is het antwoord 'nee'. Soms is een intro mooi maar beginnen de vocalen te snel. Een oplossing dan is een instrumentaal fragment meerdere keren te laten terugkeren. Maar dat werkt lang niet altijd. Het meest safe is een volledig instrumentaal nummer. Ongeacht wat ik kies: het hoeft niet per se het beste nummer van een artiest te zijn, als het maar mijn smaak is."

Smaak

Die smaak ontwikkelde zich vanaf begin jaren tachtig toen Léon Haan (Nice, 1968) zijn eerste single aanschafte, Let's Dance van David Bowie. Go For It van Stiff Little Fingers was zijn eerste elpee. "Ik interesseerde me vooral voor de late punk en de new wave. Ik ontdekte The Sound, Fisher Z, U2 en The Stranglers. Maar al snel speelde David Bowie een hoofdrol nadat ik Scary Monsters had gekocht. Toen Bowie mindere platen ging maken, kwam Prince met zijn beste werk. Ik absorbeerde dat. Met het overlijden van eerst Bowie en kort daarna Prince is dit een slecht jaar voor mij."

Eén keer heeft Haan muziek van Bowie in een reportage kunnen verwerken, want meestal gaat de man te snel zingen. "Dat was Abdulmajid, de achternaam van zijn vrouw Iman, een instrumentaal nummer. Het heeft Afrikaanse ritmes en paste zodoende mooi bij een reportage over Keniaanse marathonlopers die over de rode hoofdvlaktes liepen."

Voordat hij in de sportjournalistiek ging werken, was Haan zelf een getalenteerd atleet. Hij begon op zijn zevende en behaalde als senior vijf nationale indoortitels: één keer 1500 meter, vier keer 800 meter. In 1992 miste hij op 17 honderdste seconde de limiet voor de 800 meter tijdens de Olympische Spelen in Barcelona. In 1995 stopte hij met sporten en ging hij voor tv werken. Eerst voor Eurosport, sinds 1999 bij de NOS, waar hij atletiek en wintersportonderdelen becommentarieert en als algemeen verslaggever optreedt.

Haan herinnert zich een vroeg item, voor wintersport. "Een reportage van het Nederlands kampioenschap skiën in Oostenrijk in 2002. Rogier Oosterbaan, destijds onze grootste skiër, slalomde voor de camera langs op de tonen van The Sun Goes Down van Thin Lizzy."

Trots

Zelf is Léon Haan het meest trots op zijn exclusieve portret uit december 2009 van sprintkanon Usain Bolt op Jamaica. De reportage van twintig minuten was begin 2010 op tv. "Het ging over sport, sociale afkomst, muziek, dans en expressie, met reggae en dancehall. Bolt trad op als deejay, met als speciale gast Grace Jones." De soundtrack was nou eens niet louter instrumental, met old skool songs van Burning Spear (Marcus Children Suffer), Bob Marley (So Much Trouble In The World), Peter Tosh (Not Gonna Give Up) en Lee Scratch Perry (Patience). "Het is het mooiste, beste en meest gelaagde portret dat ik ooit van een sporter gemaakt heb. Van Bolt als superatleet én showman."

Vandaag, op zijn 48e verjaardag, stapt Haan in het vliegtuig dat hem naar Rio de Janeiro brengt voor zijn negende Olympische Spelen sinds 2000. Vrijdag verzorgt hij met Jan Roelfs het commentaar bij de openingsceremonie. Dat deed hij twee keer eerder met Jack van Gelder, ook in 2012 in London. Het was een feest voor de muziekliefhebber. "De hele Britse muziekgeschiedenis was door de ceremonie verweven. Benieuwd hoe dat in Rio zal zijn. Ze zullen wellicht iets doen met The Girl From Ipanema."