Beastie Boy Adam 'MCA' Yauch (1964-2012)

5 mei 2012

Adam Yauch van de Beastie Boys is gisteren op 47-jarige leeftijd allesbehalve onverwacht overleden. Bij de inauguratie van het blanke hiphoptrio in de Rock And Roll Hall Of Fame moest hij vorige maand al verstek laten gaan. Bij de rapper en bassist, die verder actief was als videoregisseur, documentairemaker en filmproducent, werd drie jaar geleden een tumor in een speekselklier ontdekt. Diverse operaties en bestralingen volgden, maar begin vorig jaar liet Yauch zelf weten dat genezing uitbleef. Hij heeft het gevecht tegen kanker verloren, pleegt men dan op z'n Amerikaans te zeggen, wat mij op mijn beurt telkens tot razernij drijft. Onderzoek heeft immers uitgewezen dat strijdlust of wilskracht net zo min invloed uitoefenen op het genezingsproces als moedeloosheid of wanhoop. Anders gezegd: een mens rest bij kanker niets anders dan hopen op geluk. Maar dit terzijde.

Als een stel overjarige Joodse snotneuzen maakten Adam Yauch alias MCA, Mike Diamond alias Mike D en Adam Horovitz alias Ad-Rock in 1986 furore met een weergaloze mix van punk en rap. Effectief geproduceerd door Rick Rubin en met speciale dank aan MTV deden de knallende singles (You Gotta) Fight For Your Right (To Party) en No Sleep Till Brooklyn de verkoop van het debuutalbum Lincensed To Ill oplopen tot boven de negen miljoen exemplaren. Opgenomen onder leiding van The Dust Brothers geldt opvolger Paul’s Boutique uit 1989 door het fabuleuze gebruik van allerhande samples als cruciaal in de ontwikkeling van de hiphop. De klassieke trits werd in 1992 gecompleteerd met het muzikalere Check Your Head, waarop de New Yorkse jeugdvrienden succesvol experimenteerden met stijlelementen uit funk en jazz. Sindsdien was de vaart er voorgoed uit, al lieten de vijf overige albums zowel artistiek als commercieel weinig te wensen over. Zo koester ik persoonlijk een hopeloos zwak voor Hello Nasty uit 1998, niet in de laatste plaats vanwege de onweerstaanbare opener Super Disco Breakin'  met de onnavolgbare zinsnede: Sometimes I like to brag, sometimes I’m soft spoken, and when I am in Holland I eat the pannenkoeken. En het rijmt nog ook.