Beatmis

10 april 2013

Een van de minst gelukkige huwelijken tussen religie en popmuziek is de beatmis, een fenomeen uit de jaren zestig en zeventig, dat vooral in de katholieke kerk opgeld deed. In een poging de leegloop te stoppen, bedachten progressieve geestelijken dat met het binnenhalen van de popmuziek de jeugd weer geboeid zou kunnen worden. Het bleek een vruchteloze poging, het opwerpen van een hoopje zand tegen een tsunami van afvalligheid ­­– want de secularisering van de Nederlandse samenleving was een niet te stoppen trend.

Toch was de beatmis geen gek concept. Sterker nog, het zou zomaar weer bedacht kunnen worden als je marketingspecialisten zonder enige kennis vooraf bij elkaar zou zetten. In Amerika floreren de zingende kerken sinds jaar en dag, dus waarom zou dat hier ook niet kunnen. Poptempel Paradiso bewijst dat een kerkgebouw en muziek een zeer goede match vormen. Dat geldt ook voor het oude klooster van Roepaen in Ottersum met zijn kleurrijke kapel.

In de jaren zestig werd de populaire muziek ook nog eens gedomineerd door folkies, die uiterst kritisch naar de wereld keken en teksten dichtten die in hun gemoraliseer nauwelijks onderdeden voor wat je vanaf de preekstoel hoorde. Dus zo geschiedde het dat ik als lagere schooljongen in de Vredeskerk Blowin’ In The Wind hoorde, gezongen worden door Cees Marselis. Cees kende ik goed, van Bob Dylan had ik amper gehoord. Ik dacht eerlijk gezegd dat het een liedje van Cees was. Het was een muzikale jongen.

Ik vermoed dat Cees Blowin’ In The Wind zong in de vertaling van Wim Harms.

Hoe lang moet de mens nog op dwaalwegen gaan / Voor hij echt mens heten mag? / Hoe vaak moet de duif nog de wieken uitslaan / Voor vrede komt op een dag? Hoe vaak moeten kogels nog fluiten rondom / Voor 't vuur voorgoed wordt gestaakt? / Het antwoord, mijn vrind, het zweeft in de wind / Het antwoord, het zweeft in de wind

Het was geen tekst waarmee je een lagere schooljongen op de (kerk)banken kreeg, al lette ik toen nog niet zo op metrum en creatief woordgebruik. Enfin, Cees en zijn gitaar begeleidden mijn afvalligheid.

Bij mijn speurtocht naar de vertaling die Cees gezongen zou kunnen hebben, stuitte ik op de diverse andere vertalingen. De dekselse Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet hebben het nummer uiteraard onder handen genomen, Vluchtig In De Wind. Zelf spreken ze liever van hertaling, want ze veroorloven zich de nodige vrijheden om Dylans van symboliek en associaties bezwangerde teksten over te hevelen naar het Nederlands.

Ans Bouter blijft dichter bij het origineel. 

Wie wijst een man de waarachtige weg / Wanneer heeft hij niet gefaald / Wie helpt de duif die de zeeën bevliegt / Hoe weet ze dat zij niet verdwaalt / En hoeveel kanonnen verschieten hun kruit / Aan wie met zijn leven betaalt / Ach, woorden, mijn vriend, verwaaien in de wind / Ach, woorden verwaaien in de wind 

Als Cees dat indertijd gezongen zou hebben, dan had mijn persoonlijke geschiedenis mogelijk een andere loop gekregen. Dylan zei overigens zelf over het liedje: “There ain’t too much I can say about this song except that the answer is blowin’ in the wind.”

Deze column is verschenen in het nieuwe nummer van popmagazine Heaven #84 (mei 2013). Het nummer heeft ‘Geloof ’ als thema. Klik op het groene blokje rechtsboven op deze site voor de inhoudsopgave.