Bezield optreden van Tedeschi Trucks Band

26 april 2019

Hoewel de setlist vrijwel elke avond wijzigt is de Tedeschi Trucks Band een schoolvoorbeeld van het type routine waar Amerikanen een patent op lijken te hebben. Het muzikale avontuur ontspint zich in een minutieus in elkaar gezet tijdsraster. Routineus, maar beslist met bezieling. In Utrecht flakkerde op woensdag 24 april het muzikale vuur hoog op, met een hoofdrol voor de twee drummers Tyler Greenwell en JJ Johnson en stergitarist Derek Trucks.

De twaalfkoppige band uit Jacksonville, Florida, behoort ontegenzeglijk tot de beste muzikale combo’s ter wereld. Buiten virtuoos Derek Trucks, die in het gezaghebbende Rolling Stone Magazine vaker is opgenomen in de lijst van de beste gitaristen, en zijn vrouw Susan Tedeschi, met haar uit duizend herkenbare stemgeluid, bestaat de formatie uit nog tien andere topmuzikanten die elke avond vooral met elkaar veel plezier beleven. De Tedeschi Trucks Band heeft eigenlijk helemaal geen publiek nodig om bij een optreden door de interactie boven zichzelf uit te stijgen. Derek Trucks, nog maar 39 en al oud-Allman Brothers gediende, heeft het allemaal al gezien, zo lijkt het. Hij staat het liefst met zijn rug of zijdelings naar de zaal zodat hij oogcontact houdt met zijn goed geoliede machinerie. Hij opereert als een verlicht despoot die met een knikje zijn eega aanspoort naar de microfoon te lopen of de blazerssectie laat ontsteken.

Met het tweede nummer van de avond Do I Look Worried, dat volgde op de enigszins obligate opener Hard Case van hun eerder dit jaar verschenen album Signs, leek het hoogtepunt al bereikt. De band sneed vlijmscherp dwars door vrijwel hun hele muzikale palet. Van oorverdovend tot muisstil, van overdonderend tot klein. Er klinkt zo nu en dan jazz door, dan weer funk à la Sly & The Family Stone of onvervalste rock ’n’ roll van Allman Brothers-snit. Na dit spervuur duurde het wel even voordat de volledig gevulde grote zaal van TivoliVredenburg weer bij zinnen was. Wat volgde was een verkenningstocht door hun uit vier studio- en twee livealbums bestaande discografie, aangevuld met solonummers van Derek Trucks, Susan Tedeschi en onder andere Dr. John (I Walk On Guilded Splinters). Elk bandlid kreeg zijn moment of glory in een breed uitgesponnen solo.

De pauze halverwege – na een goed uur vuurwerk – maakte het het publiek niet bepaald gemakkelijk. De opgebouwde spanningsboog is weg. En zeker als de formatie daarna terugkomt met meteen drie nieuwe nummers, zoals Walk Through This Life, Signs High Times en All The World die nog niet helemaal lekker zitten en die Susan Tedeschi dan ook nog zingt met behulp van een teleprompter die zichtbaar voor haar staat. Bovendien bleek ze, te oordelen naar een paar hoestbuien, verkouden. Haar stem klonk daarentegen met dat op Bonnie Raitt gelijkend timbre even gloedvol als anders. Maar het duurde een poos voordat met name de zaal weer op bedrijfstemperatuur was voor de muzikale saltomortale. En die kwam. Met Angel From Montgomery/Sugeree (oorspronkelijk van John Prine) nam Susan Tedeschi het publiek mee naar hemelse domeinen waar het licht helder schijnt en waar het dankzij twee drummers, een uitgelezen blazerssectie en een eenzame gitarist hels kan donderen en bliksemen. Voor saaiheid zijn ze gelukkig, ook zonder publieksinteractie, niet in de wieg gelegd. L’art pour l’art ofwel: let the music do the talking.