Bij de dood van Kevin Ayers

21 februari 2013

Een dood kondigt zich soms op een wonderlijke wijze aan. Al dagen draaide ik oude albums van Kevin Ayers. Vanochtend vernam ik tot mijn verbijstering dat hij maandag 18 februari is overleden. Hij werd 68 jaar.

Voordat u me bijzondere krachten toedicht, er is hier sprake van een verklaarbaar toeval. Laatst had ik me het Engelse muziekblad Mojo aangeschaft met het omslagverhaal over Pink Floyd. In een kader werden tien andere Engelse acts genoemd, die begin jaren zeventig een groot stempel drukten op de avant-garde, psychedelica. Daar stonden opvallend veel namen tussen die ik ook in mijn platenkast terugvind: Yes, King Crimson, Jethro Tull, Caravan en Kevin Ayers. Deze muziek had me heel erg aangesproken in mijn studententijd en Ayers was toen wel mijn favoriet.

Zijn muziek was op en top Brits, een delicate mengeling van humor en ironie, een tikkeltje absurdistisch ook, melodieus meestal, maar niet gespeend van vreemde muzikale vondsten en tegendraadse arrangementen. Kevin Ayers was een van de oprichters van Soft Machine, de bekendste groep uit de zogenaamde Canterbury-scene, die je in zeker opzicht tot de Engelse tegenhanger van Frank Zappa zou kunnen bestempelen. Ayers hield Soft Machine al na twee albums voor gezien. Hij was niet een man die elke avond moest optreden, dat vergde te veel van hem.

Ayers trok zich terug op Ibiza. Daar hervond hij zichzelf om in 1969 met het prachtige debuut Joy Of A Toy op de proppen te komen. Overigens gemaakt met hulp van de leden van Soft Machine. Het was het begin van wat glanzende solocarrière leek, maar die eigenlijk slechts zeven jaar duurde. Na Yes We Have No Mananas in 1976 was het feitelijk over. Het was een laatste en tevens vergeefse poging van zijn platenmaatschappij om een ster van hem te maken. Het openingsnummer heet – Ayers’ humor – Star.

De zeven albums uit zijn gloriejaren zijn echter nog altijd van grote klasse (dat heb ik de afgelopen week vastgesteld). Ayers weet zich omringd door uitstekende muzikanten als Robert Wyatt en Mike Radledge van Soft Machine, en ook David Bedford, Lol Coxhill, Mike Oldfield, Steve Hillage en Andy Summers spelen mee op zijn albums. In zijn verleidelijke donkere stem ‘voel je de zon en proef je de cocktails’, las ik ooit.

Kevin Ayers had een evengrote ster kunnen zijn als David Bowie, maar het ontbrak hem aan ambitie. Niet aan muzikale ambitie, maar aan bereidheid het leven op te offeren voor de business. Hij deed het rustig aan. Eén keer zag ik hem optreden, in de kleine zaal van Muziekcentrum Vredenburg, ergens in de jaren tachtig. Hij had geen website. Maar Ayers’ relaxte instelling vormt juist de charme van zijn muziek. Ik zal er nog vaak naar luisteren. 

Kevin Ayers, 16 augustus 1944–18 februari 2013