Briljant Wilco op New Fall

2 november 2016

Het afgelopen weekend vond in Düsseldorf, en dit jaar voor het eerst ook in Stuttgart, het New Fall Festival plaats. In tegenstelling tot bijna alle andere muziekfestivals kopen bezoekers voor New Fall geen algemeen toegangskaartje, maar puur tickets voor de optredens die ze willen zien. Ze zien ook een volledige show, sommige met voorprogramma, en geen ingekorte versie omdat er vóór en na ook andere artiesten geprogrammeerd staan. New Fall is dan ook op verschillende locaties, waarbij veel optredens tegelijkertijd beginnen.

James Rhodes 

Onze New Fall begon afgelopen vrijdagnamiddag om zes uur in de fraai gerestaureerde Johanneskirche in het centrum van Düsseldorf met een optreden van de Britse pianist James Rhodes. Het enfant terrible van de Britse klassieke muziekwereld, omdat hij aanschopt tegen de heilige huisjes van het muziekestablishment en de klassieke muziek wil bevrijden van de kleine elite die nu angstvallig over haar waakt met allerlei zelfbedachte regeltjes en procedures. Maar bij Rhodes geen vercommercialisering van klassieke muziek, zoals bij André Rieu of vroeger Richard Clayderman die de nadruk leggen op neuriebare melodieën. Tijdens zijn optreden brengt Rhodes serieuze pianowerken van onder anderen Bach, Chopin, Beethoven, Glück en Rachmaninoff, waarbij hij zijn gehoor aan zich bindt door voorafgaand aan ieder stuk een uitgebreide toelichting te geven over het stuk, het leven van de componist en de omstandigheden waaronder het stuk tot stand kwam. Rhodes is een zeer begaafd pianist, maar vooral een van de belangrijkste nieuwe denkers over klassieke muziek, die dan ook niet voor niets meer boeken dan cd’s op zijn naam heeft staan. Hoewel klassiek eigenlijk buiten de scope van het festival valt, maakt Rhodes’ nieuwe insteek en rock ’n’ roll-achtige uitstraling dat het daar toch prima in past, en dat zonder dat hij à la pianisten als Nils Frahm en Dustin O’Halloran eigen composities maakt, met elektronica in de weer gaat of anderszins muzikale bruggen naar de popmuziek probeert te slaan.

Agnes Obel

Drie uur later staan we opnieuw in de Johanneskirche voor een van de publiekstrekkers: Agnes Obel. De in Berlijn woonachtige Deense singer-songwriter heeft zojuist haar prachtige derde album Citizen Of Glass uitgebracht en het publiek is toegestroomd om het eerste concert te zien van haar nieuwe tournee. De enscenering in de kerk is buitengewoon fraai. Obel laat zich begeleiden door drie andere vrouwen, van wie twee cello spelen en één percussie, al blijken ze allen, net als Obel zelf, multi-instrumentalisten die onder meer ook mellotron, klarinet en celeste beheersen. Gekoppeld aan een indringende lichtshow, waarbij het toneel veelal van achteren en opzij vanuit een laag standpunt wordt beschenen, creëert het viertal een mystieke, bijzondere sfeer die aanvankelijk heel indrukwekkend is, te meer daar er met wisselende instrumentaties, tempi en belichting voor ieder nummer weer een eigen ambiance wordt gecreëerd. Na drie kwartier dreigt de aaneenschakeling van gedragen ballades er uiteindelijk toch een lange zit van maken. Er ontbreekt een spanningsboog en als het optreden na een uur en een kwartier is afgelopen, lijkt het einde dan ook eigenlijk heel willekeurig, iets waar de toegiften ook niets aan kunnen veranderen.

Wilco

Hoe het anders kan bewijst een dag later Wilco, de grootste attractie van deze editie van New Fall. De Amerikanen staan in een uitverkochte CCD Stadthalle. Het optreden voerde op een vrijwel perfecte manier de toehoorders mee van een rustige folky opening, langzaam de spanning opbouwend, tot een werkelijk groots en meeslepend rockend laatste half uur. Puttend uit het hele oeuvre van de groep, met nadruk op het recente tweeluik Star Wars en Schmilco, liet de band vanuit een prachtig, als bos geënsceneerd decor talrijke stilistische aspecten de revue passeren. Waarbij juist de ontregelende elementen van Star Wars, die op plaat nogal rauw op het dak kunnen vallen, perfect bijdroegen aan een verhoging van de spanning en voorkwamen dat de muziek al te lieflijk en gewoon werd. Hoogtepunt was de verbluffende freak-out drumsolo van Glenn Kotche halverwege Via Chicago, waarbij Jeff Tweedy en John Stirratt rustig bleven doorzingen alsof er niets aan de hand was. Om nog maar te zwijgen van de waarlijk splijtende gitaarsolo’s van de verbluffende Nels Cline. Waar Agnes Obel prachtige liedjes had, maar niets wat ze over de lengte van een concert echt aan elkaar verbond, wist Wilco over zo’n tweeënhalf uur een onberispelijk in elkaar gestoken concert neer te zetten.