Broer en zus

15 mei 2019

Tussen broers is het niet altijd pais en vree. Dat is al te lezen in oudtestamentische bijbelverhalen, maar even stilstaan bij de perikelen van The Kinks, Oasis en The Beach Boys is waarschijnlijk ook genoeg. Hoe anders is het doorgaans tussen broers en zussen. Als mensen daarover praten gaat het vaak juist over harmonie, genegenheid, karakters die elkaar goed aanvullen. Of niet? Op zijn album History uit 1992 heeft singer-songwriter Loudon Wainwright III het in de popmuziek tamelijk zeldzame onderwerp van de broer-zus-relatie op een bijzondere manier gevangen in een liedje: The Picture. En zoals bij Wainwright gebruikelijk is, is niets zo simpel als het lijkt.

Wainwright haalt het materiaal voor zijn liedjes nooit ver van huis. Ook dit nummer zal uit zijn eigen leven zijn gegrepen. De foto uit de songtitel is een oude zwart-witfoto van de zanger zelf en zijn zusje, die nu bij hem op de piano staat: herfstbladeren op de grond, twee kinderen, kleuters, die aan tafel zitten te kleuren. Het meisje (5) kijkt naar haar grote broer (6) om te zien hoe het moet. Een vertederend tafereel waarin hun hele kinderwereld lijkt te zijn samengevat. Herkenbaar ook. Wainwright is vast niet de enige met een dergelijk fotolijstje op de piano of in een wandmeubel.

Maar dan duikt de zanger, bekend om zijn wrange humor, naar de laag ónder de idylle. In een paar zinnen krijgen we een paar ongemakkelijke waarheden voor de kiezen: een broer houdt van zijn zusje omdat hij haar lekker kan koeioneren, zegt hij, en hij beschermt haar vooral opdat zij hem steeds blijft bewonderen, ook wanneer hij aan zichzelf twijfelt. Het tikje dat Wainwright hier aan zichzelf en zijn medebroeders uitdeelt, heeft wel een kern van waarheid, vermoed ik (en als broer van een twee jaar jonger zusje kan ik het weten) - bovendien wordt een idylle alleen maar sterker van een beetje realiteitszin.

In het laatste couplet plaatst hij de relatie met zijn zusje in de bredere context van het gezin waarin ze opgroeiden. Hij herinnert zijn zusje eerst aan hun overleden vader, die hun had kunnen vertellen welke auto er precies op de foto staat, en vervolgt:

‘But dad is dead and we grow old / It’s true that time flies by / And in forty years the world has changed / As well as you and I’

De tijd is het allerwreedste monster. De achterliggende jaren hebben niet alleen de buitenwereld veranderd, maar ook broer en zus zelf. De dood heeft zijn intrede gedaan. Hun veilige kinderwereld is verdwenen. De zanger lijdt eronder, hij zegt het niet maar je voelt het. Wij lijden met hem mee, want we herkennen het gevoel. En toch is het lied ontroerend en prachtig en op de een of andere manier troostend. De idylle van de foto is een gedeelde herinnering die niemand broer en zus kan afnemen.