Buffalo Tom: vol gloed en passie

6 december 2018

Dit is waarschijnlijk een overbodig stukje. Want degenen die er bij waren– fans van het hondstrouwe soort, om ze maar even over één kam te scheren – hebben vast en zeker een geweldige avond gehad. Die hoeven dat hier dan ook niet bevestigd te zien. En wie deze zondagavond Paradiso en Buffalo Tom links liet liggen, haalt voor een recensie van hun optreden in de Amsterdamse poptempel vermoedelijk de schouders op. 

Buffalo Tom is immers geen naam die hier in Nederland tot de verbeelding van een massapubliek spreekt. Tweemaal stond de band uit Massachusetts hier aan de rand van de hitlijsten. Dat was begin jaren negentig met Taillights Fade en I’m Allowed, nummers afkomstig van de albums Let Me Come Over en Big Red Letter Day, uit respectievelijk 1992 en 1993. De tijd waarin het drietal het etiket ‘alternatieve rock’ opgeplakt kreeg, een genre dat destijds dankzij de doorbraak van bands als Nirvana en Pearl Jam goed in de markt lag. Achteraf bezien kun je je afvragen of zanger/gitarist Bill Janovitz, bassist/zanger Chris Colbourn en drummer Tom Maginnis wel in het vakje thuishoorden. 

Want niet alleen was Buffalo Tom al geruime tijd actief voordat media en massa alt-rock of indie omarmden, ook opereerde de groep eigenlijk meer in het stramien van een Neil Young of van een jaren tachtig-gitaarband als The Replacements. Gezien de bezetting lagen vergelijkingen met powertrio’s als Hüsker Dü of The Jam eveneens voor de hand. (Niet voor niets coverde Buffalo Tom voor een eerbetoon aan The Jam de klassieker Going Underground).

Die schatplichtigheid blijkt vanavond eens te meer in een volgepakt Paradiso. Het optreden van de Amerikanen maakt onderdeel uit van een korte tournee door een aantal West-Europese landen en vormt voor hen een welkome afwisseling met andere bezigheden zoals het verkopen van onroerend goed (Janovitz) en het boeken van bands (Colbourn).

Dat willen ze laten zien ook. Vol energie doet Buffalo Tom voor enthousiaste en tekstvaste toehoorders een greep uit de nummers van de inmiddels acht albums die de band de afgelopen dertig jaar het licht heeft doen zien. Met name Bill Janovitz is daarbij de centale figuur. Die laat zien zijn klassiekers te kennen door herhaaldelijk zijn gitaar te beroeren met de van Pete Townshend afgekeken molenwiekbeweging. Qua uitstraling heeft hij ook wel iets van Bruce Springsteen weg. 

Vanzelfsprekend komen eerdergenoemde bandklassiekers langs. Ze worden niet tot het laatst bewaard evenmin als Sodajerk, een andere publieksfavoriet. Dat krijgt op een gegeven moment zelfs inspraak in de te spelen nummers. Dan blijkt dat zich in de zaal fans bevinden die helemaal vanuit Italië naar het optreden zijn gereisd. Onder de aanwezigen ook leden van Bettie Serveert, oude maatjes en in de VS tegenwoordig labelgenoten van Buffalo Tom.   

Natuurlijk speelt Buffalo Tom werk van het nieuwe album Quiet And Peace. Een album dat qua structuur wat gepolijster klinkt dan voorgaand werk en dat in het poppy Roman Cars en een ingetogen cover van Simon & Garfunkel’s The Only Living Boy In New York een paar bescheiden hoogtepunten kent. Helaast prijkt dat laatste nummer niet op de setlist. Dat is tegelijk de kritiek die je op het optreden kunt hebben: de nummers mogen dan vol gloed en passie worden uitgevoerd, ze  zijn wel grotendeels van hetzelfde laken een pak. De fans zal het een zorg zijn.

Buffalo Tom. Gezien: 3 december in Paradiso, Amsterdam. Buffalo Tom is nog te zien  op Come As You Are, 8 december in Effenaar, Eindhoven.