Cheikh Lô

14 juni 2015

Slechte albums maken, daar doet Cheikh Lô niet aan. De Senegalees met de dreadlocks en opvallende kledingattributen – hij is aanhanger van een vrijzinnige stroming in de islam – is sinds zijn veelgeprezen debuut Ne La Thiass in 1995 een constante factor in wereldmuziek. Inmiddels misschien meer nog dan zijn ‘ontdekker’ Youssou N’Dour, die zich de laatste jaren vooral bezighield met de politiek .

Politiek is voor de altijd zeer relaxte Cheikh Lô niet iets om je direct mee te bemoeien. Hij beziet de wereld en zijn problemen meer van een afstand, filosofisch. Op zijn nieuwe album Balbalou zet hij zich voor zijn doen sterk af tegen groepen als Boko Haram, die de islam wegvoeren van de humanistische traditie die Lô aanhangt. Dat moet ik overigens vooral opmaken uit de liner notes, want Lô zingt meest in Afrikaanse talen als Wolof en Bambara. In Baissons Les Armes is zijn oproep de wapens neer te leggen natuurlijk overduidelijk en in het samen met Oumou Sangaré gezongen Doyal Naniou hoor ik namen van Afrikaanse leiders voorbijkomen.

De Malinese diva is een van de gasten op het album. De Libanees-Franse meestertrompettist Ibrahim Maalouf blaast ongelooflijk gevoelig in het titelnummer, maar het allermooist is de samenzang met de Braziliaanse Flavia Coulho in Degg Gui, waarin een zekere Fixi prachtig accordeon speelt.

Cheikh Lô zingt zoals alleen hij dat kan, soms falsetto en met een ongelooflijk goed gevoel voor frasering. Zijn stem en de mbalaxritmes en de talking drums doen denken aan N’Dour, maar misschien is het onderhand tijd de vergelijking om te keren. De muziek van Lô is op de keper beschouwd avontuurlijker. Zonder de Afrikaanse roots te verloochenen.

Balbalou verschijnt bij Chapter Two Records en wordt in Nederland uitgebracht door PIAS. Cheikh Lô live: donderdag 23 juli, North Sea Jazz Club, Amsterdam