David Bowie en de lachende dwerg

18 januari 2016

David Bowie, in 1967. De single Rubber Band deed niks, en dat was ongewoon voor het machtige platenlabel Decca. The Laughing Gnome moest Bowie in het kielzog van Anthony Newley de hitparade in helpen. Nakko, nada, niks, niente. De wereld had betere verhalenvertellers.

David Bowie haalde het met Space Oddity – dat sterk lijkt afgeleid van The Gospel According To Tony Day>, de achterkant van The Laughing Gnome. Sceptici mompelen dat The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars na Bowie’s dood op een voetstuk is gezet. Dat is niet waar. In veel lijstjeskringen is Ziggy – pars pro toto – sinds jaar en dag nummer 1 van de elpees uitgebracht in 1972. Ziggy is de nummer 5 van het decennium zeventig en nummer 18 van de beste platen aller tijden. Bowie’s dood heeft zijn plaat niet gekatapulteerd.

David Bowie is een zeldzame combinatie van albummaker en singlessmid. Hij staat met achttien nummers in de Top 2000. Navrant genoeg zijn ze afgelopen jaar allemaal gezakt. Dat verandert vast aan het eind van dit jaar, al is hij daarvoor wel op een heel ongunstige datum overleden, veel te vroeg in het jaar. Het zal mij benieuwen hoe standvastig en herinneringvast de fans en lijstenmakers zijn, eind 2016.

The Laughing Gnome

Terug naar die singles. The Laughing Gnome – niet in die Top 2000 – laat David Bowie horen zoals hij zich zijn artistieke loopbaan voorstelde in 1967, en dan in een lollige versie. De single staat op de elpee David Bowie, een verzameling verhalende liedjes in de stijl van Ray Davies, A Teenage Opera en Cat Stevens, met lichte invloeden uit de protestwereld en de variété. Bowie op twaalfsnarige gitaar, originele teksten, begeleid door huppelende blazers, indoorsnee vrolijk spul. Space Oddity was geen breuk met die stijl, zeker tekstueel niet, het was net genoeg anders om de ban te breken.

Decca bracht Bowie onder bij sublabel Deram, waar de potentiële kneusjes en mislukkingen het mochten proberen. Procol Harum was zo’n groepje waarvan Decca niet overtuigd was. Waarschijnlijk hadden ze daar ook The Beatles in 1962 ondergebracht, als ze toen al zo’n label hadden gehad. Voor Bowie zette Decca wel de routine in van producer Mike Vernon, de latere peetvader van de Britse bluesbands op zijn label Blue Horizon.

Father Abraham

The Laughing Gnome haalde met zes jaar uitstel de hitparade, liftend op het succes van Ziggy Stardust. Bowie was not amused toen de single uitkwam en brak kort daarna met zijn label. De woordgrapjes en de krachtig tot smurfhoogte vervormde stem van technicus Gus Dudgeon als de gnoom interfereerden met zijn nieuwe serieuze status. De single reikte tot de vierde plaats in de Britse hitparade. Vijf jaar later stond Father Abraham met zijn Smurf Song vijf weken op nummer 2. Baas boven baas.

Natuurlijk zong Bowie The Laughing Gnome niet meer. Maar… in 1990 annonceerde hij dat zijn fans de setlist van zijn Sound+Vision-tour mochten bepalen. Het blad New Musical Express, altijd in voor een geintje, vroeg de fans massaal The Laughing Gnome door te bellen. Dat deden ze. Of dat de enige reden was dat Bowie de telefonische stemming schrapte, vertelt het verhaal niet.

Bing Crosby

David Bowie’s onbekendste single is Peace On Earth/The Little Drummer Boy. De opname dateert van 1977. Bowie was een grootheid, een gentleman, een Brit, kortom, iemand die gerust mocht langskomen in de Bing Crosby Show. Peace On Earth is snel geschreven, speciaal voor het duet. De voorbereidingen waren kort. Ze converseerden kort op de manier die hoort bij zo’n show en zetten samen in. Een waardig kerstlied van de oude meester en de jonge leerling. Want David Bowie was boven alles nieuwsgierig en leergierig.