David Bowie is onvergankelijk

11 januari 2016

Toen ik vanochtend vroeg vernam dat David Bowie gisteren is overleden, dacht ik in eerste instantie dat de Britse poplegende ons willens en wetens in verwarring wilde brengen. Had hij niet immers juist afgelopen vrijdag – nota bene op zijn 69ste verjaardag – zijn allernieuwste album Blackstar uitgebracht?

Zijn levenseinde typeert de artiest die zijn hele loopbaan in control bleek te zijn – zelfs wanneer hij dreigde te bezwijken onder stress en drugs zoals in zijn Amerikaanse periode midden jaren zeventig. "Hij is gestorven in het bijzijn van geliefden", meldde de BBC vanochtend. Het duidt op een zelfgekozen einde. Bowie kampte al anderhalf jaar met leverkanker, wat hij overigens heel goed uit de publiciteit heeft weten te houden. Weinigen wisten ervan. Net zoals hij er in slaagde ongeveer tien jaar lang een teruggetrokken leven te leiden nadat hij halverwege de jaren nul was getroffen door een hartaanval. Ik zie het Mick Jagger hem nog niet nadoen.

De eerste reacties op wat zijn allerlaatste studioalbum blijkt te zijn, zijn zeer positief. Bowie heeft ze waarschijnlijk nog meegekregen. Opgenomen met New Yorkse jazzmusici, deed hij waar hij zo goed in was: het momentum van de tijd vastleggen met hulp van muzikanten die graag grenzen opzoeken. Mick Ronson, Brian Eno, Carlos Alomar, waren belangrijk voor hem. Drummer Mark Guiliana die meespeelt op Blackstar roemt Bowie om de ruimte die hij liet, terwijl hij toch heel goed wist welke richting hij aan zijn muziek wilde geven.

Bowie maakte weinig albums die niet spraakmakend waren. Zeker in de jaren zeventig bepaalde hij voor een groot deel de muzikale popagenda. Zijn grote doorbraak beleefde hij met Let’s Dance in 1983, een album dat hij zelf zijn artistieke dieptepunt noemde. Daarna zocht hij zijn creatieve heil wat al te opzichtig in de marge om nog veel impact op de popmuziek te hebben. Dat hij met Blackstar een uitroepteken achter zijn oeuvre plaatst is bijzonder knap. Zeker met de wetenschap achteraf dat hij wist dat het zijn zwanenzang zou zijn.

In het jongste nummer van Heaven schreef Ludo Diels een essay over Bowie naar aanleiding van de grote Bowie-tentoonstelling die nog tot 13 maart in het Groninger Museum is te zien en die nu al helemaal kan rekenen op een grote toeloop. Bowie’s gevoel voor timing reikt ver.

“27 studioalbums met een totaalverkoop van 140 miljoen exemplaren en ruim 1000 optredens wereldwijd plus een rol in 27 speelfilms. Over David Bowie kun je onmogelijk schamper doen. Met zekerheid is hij visueel gezien de meest interessante popartiest van de twintigste eeuw. Bovendien slechtte hij de grenzen tussen high and low, tussen man en vrouw, literatuur en pulp, en Wahrheit und Dichtung. Misschien is hij zelfs wel de belichaming van al die scheidslijnen.

[…]

David Bowie Is stemde mij eerder mistroostig dan euforisch. We zien immers geen mid-career retrospectief, maar een verzameling duizelingwekkende beelden uit een voorbij tijdperk. Een terugblik op iemands gloriedagen met een hoofdrol voor de meest tijdelijke manifestatie van het bestaan: de mode. Bowie wordt door de expositie niet interessanter noch krijgt zijn muziek er een betekenislaag bij. Wel slaagt de tentoonstelling er overtuigend in om de aantrekkingskracht van zijn mysterieuze bestaan verder te ontrafelen. Bowie wordt een ‘gewone mens’ en dat is het ergste wat een genie kan overkomen. De mythe Bowie heeft aan zijn kunst genoeg.

Er zijn geen schrijnen, sarcofagen en gebalsemde ingewanden te zien, zoals voorjaar 2012 op de rondtrekkende expositie over farao Toetanchamon, maar toch draagt David Bowie Is evengoed het karakter van een blinkend opgepoetst dodenmasker. Een popicoon als relikwie van een voorbije Zeitgeist. Een tentoonstelling als de dood zelf, maar dan zonder de vervelende bijkomstigheid van het sterven. Kun je levend zó dood zijn dat men een reizende expositie aan je wijdt? Dat kan alleen maar iemand lukken die gedurende zijn carrière telkens weer de grenzen tussen fictie en realiteit heeft verlegd. Als stijlicoon en excentrieke popvernieuwer onsterfelijk dood. Als inspirator en legende even onvergankelijk als een koning met goddelijke status uit het oude Egypte.”

David Bowie: 8 januari 1947 – 10 januari 2016