De andere kant van Amy Winehouse

17 april 2016

“Joods zijn betekent voor mij: als familie bij elkaar zijn. Het gaat niet over het aansteken van kaarsen en het uitspreken van een brooche.” Aldus Amy Winehouse in 2003, het jaar waarin haar debuutalbum Frank verscheen. Het citaat is te lezen als introductie bij de tentoonstelling Amy Winehouse: A Family Portrait, samengesteld door haar broer Alex, zijn vrouw Riva en The Jewish Museum London. Na Londen, Tel Aviv, Wenen en San Francisco doet de tentoonstelling nu Amsterdam aan, waar hij een half jaar lang te zien is in het Joods Historisch Museum.

De samenstellers hebben vooral als doel gehad de andere kant van Amy Winehouse te laten zien. De kant die door de uitvoerige aandacht voor de excessen en andere sores tijdens haar leven voor het grote publiek onbekend bleef: als gewoon meisje uit een joodse familie uit Southgate, Noord-Londen, met een passie voor muziek en mode, en, al dan niet toevallig, ook nog eens behept met talent en de ambitie om beroemd te worden. Dat laatste komt tot uitdrukking in het opstel dat Amy als jong meisje ter toelichting bij het aanmeldingsformulier voor de Sylvia Young Theatre School in Londen schreef: “I have this dream to be very famous. To work on stage. It’s a life-long ambition. I want people to hear my voice and just forget their troubles for five minutes.

Wat haar ambitie betreft was Amy zeker niet uniek. Op genoemde school, en ook op de enigszins vergelijkbare BRIT School in Croydon, die ze eveneens voortijdig verliet, zaten tal van hopefuls en wannabes onder wie Adele en Katie Melua. De vraag die zich opdringt bij het zien van de tentoonstelling is dus hoe bijzonder Amy Winehouse nu eigenlijk was: als artieste, als persoonlijkheid, als mediaverschijnsel, als lid van de joodse gemeenschap. En: of een en ander dan rechtvaardiging genoeg is voor een dergelijk initiatief.

Hoe het ook zij, in de tentoonstelling komt Amy’s joodse achtergrond maar mondjesmaat tot uiting. Ja, uit een familiestamboom kan de bezoeker afleiden dat zij een nazaat was van per ongeluk in Groot-Brittannië terechtgekomen joodse emigranten uit Wit-Rusland. En verder wordt uit haar nalatenschap een exemplaar van Claudia Roden’s The Book Of Jewish Food tentoongesteld. Een verjaardagscadeau van haar broer, volgens het bijschrift omdat Amy zo graag het recept voor kippensoep wilde leren. Daar blijft het wat betreft joodse parafernalia wel zo’n beetje bij.

Familiefoto’s geven nog wat meer inkijkjes in Amy’s privézaken. De samenstellers doen een greep uit haar verzameling platen en cd’s, stripboeken en kleding. Daaronder niet alleen het tenue van de Osidge Primary School, dat ze tot verbazing van haar familie al die tijd had bewaard, maar ook optreedjurkjes plus schoenen van het soort waarnaar het nummer Fuck Me Pumps verwijst.

Ook Londen en de wijk Camden komen aan bod. Te zien zijn onder meer foto’s van de plekken waar Amy Winehouse woonde. Verder heeft de speciale band die ze had met haar oma Cynthia een plekje gekregen. Dat het huwelijk van haar ouders Mitch en Janis geen stand hield en dat die gebeurtenis bewust of onbewust doorwerkte in de psyche van hun nog jonge dochter, zijn zaken die de tentoonstelling vermijdt.

Wie nog een uurtje over heeft en wil horen hoe Amy Winehouse klonk voor haar grote doorbraak met Back To Black, kan terecht in de filmzaal waar het complete optreden op het North Sea Jazz Festival van 2004 te zien is – nog zonder tatoeages en suikerspinkapsel. Je vraagt je af bij het kijken naar die registratie wat er van haar zou zijn geworden als ze dat pad van jazz-zangeres zonder toeters en bellen was blijven volgen. Waarschijnlijk niet de zo bijzondere en spraakmakende popster en persoonlijkheid die ze met name door de artistieke inbreng van producer Mark Ronson en haar tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil wél werd.

‘Amy Winehouse: A Family Portrait’ is t/m 4 september te zien in het Joods Historisch Museum, Amsterdam.