De fratsen van AlascA

23 juli 2015

Je kunt niet zeggen dat het Noord-Hollandse AlascA de media niet volop bespeelt. Zo ontvingen we een e-mail van Dick Kwakman – ook uit Volendam? – die zich afvraagt waarom we nog geen aandacht had geschonken aan het album Prospero. Mochten we dat niet doen, dan heb je volgens Kwakman 'met vrienden als Heaven geen vijanden meer nodig'.

Het gevoel bekruipt ons dat het marketingaspect van de band belangrijker is dan de muziek zelf. Zo wordt Prospero bijvoorbeeld uitgegeven met de sticker 25th Anniversary Edition: Landmark European Country Masterpiece en een nep-quote van het Engelse blad Mojo:"The album that defined the genre." Allemaal leuk bedacht natuurlijk, maar tegelijkertijd oneigenlijk en wat ons betreft ook een beetje ergerlijk omdat het riekt naar oplichting. Het maakt de groep er niet meteen sympathieker op en het bemoeilijkt het waarderen van de muziek op Prospero. En die heeft het al moeilijk genoeg. Niet omdat ze ondermaats zou zijn, maar als een band drie jaar na een indierockdebuut (Actors & Liars) zich een cowboyhoed aanmeet, hoe geloofwaardig ben je dan?

Dat gezegd hebbende, staat buiten kijf dat de leden van AlascA, en dan met name voorman Frank Bond, muzikaal zeker wat kunnen. Al die fratsen zijn eigenlijk nergens voor nodig, hoewel de koers op Prospero niet altijd even vast blijkt. Je kunt je afvragen of het wel country is. In veel gevallen is het eerder indie- of folkrock met een country- of spaghettiwesternsausje. En hoe aardig de liedjes ook zijn, het doet een beetje nep aan. AlascA heeft beslist potentieel, en Prospero is een heel aardige plaat. Maar in onze ogen zou de gezelschap moeten kiezen voor wat het echt wil. In plaats van met wat cosmetische aanpassingen doen alsof ze ons de real deal aanbieden.