In de Hollywood Bowl: het kunstje van Bon Iver

23 augustus 2018

Als popmuziek de pretentie heeft kunst te zijn haak ik af. Daarmee zeg ik voor de goede orde niet dat popmuziek geen kunst ís. Maar wat mij de gordijnen in jaagt zijn bands die er alles aan doen om met een door het leven gekwelde pose de kunstenaar uit te hangen. Bands die lijden aan het leven en het kwijnende bestaan in het kunstenaarschap. Bands dus die zo overduidelijk de indruk te wekken dat de muziek voorop staat en dat het ze niet te doen is om uiterlijk vertoon. Om de een of andere reden vertrouw ik het niet. De persfotografen die op 5 augustus het concert van Bon Iver in de Hollywood Bowl bezochten werden vooraf verzocht geen foto’s te maken van de band. Wel mochten ze de dansgroep TU Dance, met wie de vier artistiekelingen uit Wisconsin deze avondvullende act zouden opvoeren, op de gevoelige plaat vastleggen. Zanger Justin Vernon, aldus de Los Angeles Times, wilde niet met zijn gezicht in de krant. Bon Iver zag je dan ook nauwelijks, maar ze waren er wel, achter in het gedempte licht op het een ijzeren stellage van het enorme podium van de vrijwel uitverkochte Hollywood Bowl.

Voor een groot aantal van de bezoekers werd deze avond een ware martelgang. Want de indie-folk formatie had niet gemeld dat ze geen enkel nummer van hun drie albums zouden spelen. Wel gingen ze nieuw werk ten gehore brengen dat samen met een videokunstenaar en een dansgroep zou worden uitgevoerd als een totaalspektakel, een symbiose van beeld en geluid.

Dat het allemaal eerder gedaan is en vooral ook beter - door Peter Gabriël bijvoorbeeld- is op zich niet erg, maar dat het zo ongehoord pretentieus in elkaar is gezet waarbij je aan de woordenbrij op de schermen, aan de spastische dansbewegingen van het dansgezelschap en aan de vocale uithalen van Vernon geen touw kunt vastknopen, is ronduit ondraaglijk. Je dobbert in een zee van onbegrip en begint aan jezelf te twijfelen.

Woorden als ‘Power’, flitsen als in een PowerPoint-presentatie over het scherm. Naar ik veronderstel stelt de band kritische vraagtekens bij het machtsvraagstuk in de wereld. Volgens enkele lovende reacties op twitter zocht de band naar ‘transcendentie zonder God’. Toe maar! Mij ontging het – excusez - gehuppel en de afgevuurde kretologie volkomen. Uiteraard werd ook de ecologische crisis stevig bij de hoorns gepakt en meende ik ook ergens een pleidooi voor liefde en vrede te hebben opgevangen. Niets mis mee, maar ik had liever Skinny Love gehoord of andere nummers van hun interessante debuutalbum For Emma Forever Ago uit 2008 of iets van hun een jaar later verschenen ep Bloodbank bijvoorbeeld. Nog in 2016 verscheen 22, A Million. Hun hele repertoire bleef onbespeeld. Ongehoord.

Bepaald stilgezeten heeft voorman Vernon niet. Want tussen zijn activiteiten van Bon Iver door heeft hij in 2013 nog een album uitgebracht met Shouting Matches. En nog dit jaar zal een collaboratie met Aaron Dressner van The National Big Red Machine het levenslicht zien.

Na een halfuur hield ik het voor gezien. Ik kwam er niet bij en begon me ineens ook aan het geschreeuw en falset van Vernon te ergeren. Alles leek opeens gekunsteld, niet echt. Dan is het hoog tijd om te vertrekken. De transcendentie zonder God had bij mij vooral voor een droge keel gezorgd. Aan eetgelegenheden en tappunten geen gebrek in de Hollywood Bowl. Mij was de portee van dit ‘avondje kunst’ geheel ontgaan. Aan de reacties op de sociale media te oordelen en de recensies in de kranten bestaan er twee kampen. Zij die de verlichting daadwerkelijk hebben gevonden en zij die er net als ik in het duister tastend geen chocolade van konden maken. Gods wegen blijven ondoorgrondelijk.