De moeilijke derde van Mumford & Sons

3 augustus 2015

Mumford & Sons verrasten afgelopen mei met Wilder Mind, waarop de folkrockers de banjo en contrabas hadden verwisseld voor elektrische gitaren. Die muzikale verandering heeft geen effect gehad op het immense succes van het Britse kwartet. Maar hun derde album kwam bepaald niet zonder slag of stoot tot stand, onthult bassist Ted Dwane: “Je ligt ’s nachts wakker in het besef dat het publiek op een nieuwe plaat zit te wachten.”

Mumford & Sons braken in 2009 door met debuutalbum Sigh No More en de hitsingle Little Lion Man. Ook opvolger Babel van twee jaar later deed het wereldwijd goed. Na vijf jaar onafgebroken touren laste de band uit Londen een pauze in. “De pijp was leeg. We moesten eerst weer tot onszelf komen", vertelt Dwane. "Na verloop van tijd begonnen we nieuwe nummers te schrijven en samen muziek te maken. We hadden er weer plezier in zoals in onze begindagen. En we waren uitdrukkelijk niet bezig met ons volgende album. Het a-woord was taboe!”

Toen Mumford & Sons ruim dertig demo’s hadden, begonnen ze pas te denken aan een nieuw album, aldus toetsenist Ben Lovett: “Op dat moment zeiden we: nú duiken we de studio in.” Over de muzikale koerswijziging blijken de meningen trouwens verdeeld, ongeacht het succes. “Onze aspiraties zijn altijd meer artistiek dan commercieel geweest”, zegt Dwane. “Natuurlijk hopen we dat mensen onze muziek mooi vinden, maar we willen op de eerste plaats voor de dag komen met een plaat waar we zelf van houden. En dat zal altijd zo blijven.”

Bekijk het complete interview

© FaceCulture