De navelplaat van Hallo Venray

25 december 2012

Twintig jaar geleden konden ze wel een zonnebril opzetten, zo stralend zag de toekomst er voor Hallo Venray uit. Al bij verschijnen gold The More I Laugh, The Hornier Due Gets! als een Nederpopklassieker in de dop, tussen haakjes voorafgegaan door Mental Floss For The Globe van de Urban Dance Squad en gevolgd door Palomine van Bettie Serveert. “Neil Young meets The Velvet Underground meets The Beatles”, aldus een recensent van toen nogal kort door de bocht, zij het dat die omschrijving evenzogoed een aardig idee gaf van het muzikaal gebodene: radicaal en tegendraads en tegelijk melodieus en weemoedig – met zo nu en dan de tong ferm in de linkerwang. Wat te denken bijvoorbeeld van die ondoorgrondelijke titel, ontleend aan de prachtfilm Coal Miner’s Daughter, waarin Sissy Spacek in de huid kruipt van de opstandige countrycoryfee Loretta Lynn – die overigens vele jaren later als zeventigplusser met Van Lear Rose een fantastische comeback zou maken onder de hoede van duivelskunstenaar Jack White. Om nog maar te zwijgen van die opzienbarende, volgens menigeen afzichtelijke hoes met bij wijze van portretten de navels van de vier muzikanten.

Ja, werkelijk alles was goed aan dat tweede album van Hallo Venray, inclusief die belachelijke groepsnaam, een vette knipoog naar het ongemeen populaire radioprogramma Los Vast, dat gedurende de jaren tachtig elke zaterdamiddag vanaf telkens weer een andere provinciestad live de ether inging ten overstaan van een uitgelaten meute, die door presentator annex pianist Jan Rietman steevast werd begroet met een al even opgetogen – nou ja, verdere uitleg overbodig. Enfin, voorman Henk Koorn manifesteerde zich op het podium niet alleen als een ronduit geweldige zanger en een zeldzaam doelmatige tweede gitarist, de gesjeesde cabaretier bleek ook nog eens de droogkomische publieksmenner te kunnen uithangen – met als onbetaalbaar hoogtepunt zijn verrassingsact op Pinkpop waar hij in netkousen plus degelijke slip op een pogostick over de immense bühne stuiterde.

Nee, zo mooi als in de dagen van The More I Laugh, The Hornier Due Gets! zou het nooit meer worden, terwijl dat gloriejaar juist de belofte van iets groters leek in te houden. Niet voor niets ging Hallo Venray voor de opvolger in zee met een doorgewinterd Brits productiekoppel, wat met het berekenende A Million Planes To Fly niet helemaal het gewenste resultaat opleverde – waarna het viertal zichzelf met het veelomvattende Merry-Go-Round alsnog wist te overtreffen. Alleen bleek het momentum toen al voorbij, reden waarom eerst drummer Dim Veldhuisen en later ook gitarist Toon Moerland het voor gezien hielden. Eenmaal weer teruggezakt in het undergroundcircuit bleef Henk Koorn samen met oerbassist Peter Konings en de vroegere Fatal Flowers-slagwerker Henk Jonkers gewoon doorgaan, om halverwege de jaren nul opeens voor de dag te komen met het verkapte egodocument Vegetables & Fruit – al zat kennelijk geen mens meer op Hallo Venray te wachten. Jammerlijk toch, ware het niet dat de groep zelf er zich tot op de dag van vandaag niet door uit het veld heeft laten slaan.

Over nu naar de tegenwoordige tijd. Nog net op de valreep twintig jaar na dato verschijnt er van The More I Laugh, The Hornier Due Gets! een uitgebreide jubileumeditie op cd en lp, gekoppeld aan een achttal avonden waarop de originele bezetting deze ondertussen erkende Nederpopklassieker integraal uitvoert. Eindelijk dus weer eens Hallo Venray in een fatsoenlijke clubzaal met degelijke geluidsapparatuur plus een behoorlijke opkomst van uiteraard overwegend nostalgische angehauchte oude getrouwen. Zelf bewaar ik trouwens ook de nodige warme herinneringen aan de Haagse club, want voor een extra lange kersteditie van het semi-legendarische tv-programma All Along The Watchtower trokken we indertijd ettelijke dagen gezellig met elkaar op. En toch bevangt mij deze kletsnatte donderdag geen greintje heimwee naar vroeger, omdat hier in De Helling, de dependance van de Utrechtse poptempel Tivoli, de zelfbenoemde navelplaat warempel nog beter klinkt dan toen. Wat heet, ik ervaar iets wat ik zelden of nooit eerder zo bewust heb mogen beleven: de muziek lijkt, nee, is helemaal niet van gisteren – alsof er geen vroeger bestaat.

Hallo Venray live: 29 december in Paradiso, Amsterdam.

Lees ook Hallo Venray op Popstukken: Gaan als de brandweer (1995) en Bubbling Under Band (2005).