De vrouwen van Prince

24 april 2016

Donderdagavond 21 april: Prince is dood. Binnen een paar minuten barst het mediacircus los en gaat het op sociale media alleen nog maar over die ene, kleine man uit Minneapolis. Terecht, want Prince was uniek. Een muzikaal genie wars van conventies. Zich niets aantrekkend van verwachtingen en meningen. Hij volgde zijn eigen, creatieve weg.

Inmiddels lijkt bijna alles gezegd en geschreven over hem. Toch is er één aspect van zijn loopbaan onderbelicht gebleven: zijn bijdrage aan de carrières van beginnende en gerenommeerde vrouwelijke artiesten is ongeëvenaard. Je kunt je afvragen of de dames van Vanity 6 (zie foto) zonder zijn bemoeienis ooit ontdekt zouden zijn als zangeres. Hun sexy uiterlijk sprong toch meer in het oog dan hun artistieke talent. De aandacht van Prince ging echter meestal uit naar muzikantes die wel degelijk iets konden: Patti LaBelle, Sheena Easton, Chaka Kahn, Jill Jones, Candy Dulfer en Loïs Lane. Vrouwen die bewondering voor hem hadden, maar zelfverzekerd genoeg waren om hun eigenheid niet kwijt te raken.

Sheila E. bijvoorbeeld. Wie herinnert zich niet het opzwepende The Glamorous Life (1984)? Of anders wel het funky A Love Bizarre (1985), waarop ze haar percussiekunsten laat horen. Zij was in staat om haar stijl te behouden in liedjes doordrenkt van het Prince-geluid. Net als Mavis Staples, die onder zijn leiding twee albums maakte. Time Waits For No One (1989) blijft door haar warme stem van haarzelf, ook al hoor je de hand van de meester in het typische jaren tachtig geluid.

Minder bekend, maar zeker met een eigen geluid is Martika. Het hitje Love… Thy Will Be Done (1991) is niet het beste nummer van Prince, maar de zangeres gaat wel mooi van kwetsbaar naar krachtig. Ook The Bangles bleven met Manic Monday (1986) dicht bij hun karakteristieke poprockstijl. Oorspronkelijk was het liedje geschreven voor Apollonia 6, maar het werd nooit uitgebracht. Het gerucht gaat dat Prince het aan Susanna Hoffs gaf in de hoop dat zij, bij wijze van ruil, het bed met hem zou delen. Of dat inderdaad ook gebeurd is, weten we niet. Wel zorgde Manic Monday met die aangenaam luchtige sixties sound voor de wereldwijde doorbraak van de Bangles.

Sinéad O’Connor is één van de vrouwen die zich niet liet overweldigen door de grootsheid van Prince. Nothing Compares 2 U (1990) was geschreven voor The Family, maar de band bracht het niet uit op single en het kreeg nauwelijks bekendheid. De Ierse singer-songwriter maakte bij haar emotionele uitvoering een prachtige videoclip en scoorde er over de hele wereld een nummer 1-hit mee. Prince toonde zich tevreden, O’Connor zei: “We didn’t get on at all”, en “He said he didn’t like me saying bad words in interviews, so I told him to fuck off”.

En dan is er de Queen of Pop. Madonna en Prince schreven samen Love Song (1989). Het slepende ritme, de bekende gitaarriffjes en de stemmen die voor elkaar gemaakt lijken, zijn de ingrediënten van dit liedje. Geen single en niet passend bij de rest van het album Like A Prayer, maar daarom nog niet minder geslaagd.

Tot slot een anekdote van Stevie Nicks. Tijdens de opname van haar hit Stand Back (1983) belde ze Prince op om hem te vertellen dat ze bij het schrijven ervan geïnspireerd werd door de synthesizers op Little Red Corvette. Het verhaal gaat dat hij meteen naar de studio kwam, de synthesizerpartij inspeelde en weer vertrok. De zangeres zei later: “He just got up and left as if the whole thing happened in a dream.”