Een bron van inspiratie

12 augustus 2013

Huiselijk geluk vormt zelden of nooit een goede voedingsbodem voor grote kunst. Neem de bluesmuziek. Die had nooit kunnen ontstaan als de leefomstandigheden van het gros der Afro-Amerikanen niet zo belabberd waren. The blues, zo wist Muddy Waters als geen ander, is feeling good about feeling bad. De zwarte landarbeider kermde als het ware zijn gekerfde hart uit en voegde daar de ontembare stormen van zijn vleselijke passie aan toe. Toe maar!

De Hoochie Coochie Man staat mijlenver verwijderd van iemand als Gé Reinders. Geen Mannish Boy, deze Limburgse bard, maar iemand die gezellig met moeder de vrouw – met wie hij nog oud wil worden ook – op D’n Hoaf zit. Hoeveel zoetsappigheid kan een mens verdragen? Heel veel blijkbaar. Want Reinders is in het hele land populair. Toegegeven, hij pretendeert ook helemaal geen blueszanger te zijn. Gé is gewoon sympathiek. En dat hoor je in zijn muziek. De ideale schoonzoon. Girls Walk By heette heel toepasselijk een van zijn eerste bands. Gé kijkt, maar snoept nooit.

Trouw is een witte raaf in de kunst. Muzikaal gun je Reinders dan ook een huwelijkscrisis. Menselijk mag hij vooral op D’n Hoaf genieten van zijn Bloasmuziek. Niets mis mee, behalve als je het op plaat zet. Waar zou Gé eigenlijk zijn inspiratie halen? Aan de rand van het bos? Inspiratie is sowieso een vreemd fenomeen. Het kan op de gekste momenten toeslaan. Veel grote filosofen trokken voor het echte denkwerk hun wandelschoenen aan. Niet voor niets oreerde Friedrich Nietzsche ooit: Nur die ergangenen Gedanken haben Wert.

Inderdaad, wandelen helpt om de gedachten te ordenen. Het geeft het denken gaandeweg een plek. Toch zijn er ook andere minder prozaïsche plekken waar de inspiratie rijkelijk vloeit. Zo heeft Paul Simon zich ooit laten ontvallen The Sound Of Silence op het toilet te hebben geschreven. Staand of zittend is me even om het even. Want sinds ik dat weet, luister ik er toch met andere oren naar. Hello darkness, my old friend, I’ve come to talk with you again.