Eilen Jewell: de twijfel voorbij

26 september 2019

“Dit is verreweg mijn favoriet”, zegt Eilen Jewell (40) over haar nieuwe album Gypsy. Anders dan bij Lou Reed – die met een uitgestreken gezicht zijn jongste product steevast als zijn beste kwalificeerde, of hij dat nou meende of niet – komt het bij de Amerikaanse uit het diepst van haar hart. “Voor het eerst had ik het gevoel dat ik er mag zijn als artiest.”

Haar onzekerheid is behalve eerlijk ook verrassend. Haar oeuvre toont een diep doorleefd gevoel voor blues, jazz, country en folk, en gaat al terug tot 2006 toen ze debuteerde met Boundary County. Het telt prachtige albums als Letters From Sinners & Strangers (2007), Sea Of Tears (2009) en Sundown Over Ghost Town (2015). Dan zou je toch meer zelfverzekerdheid verwachten. De kracht van haar muziek schuilt bovendien niet alleen in een fijne hand van schrijven, maar ook in haar stem en manier van zingen – haar timing vooral – die associaties oproept aan grote jazzzangeressen als Billie Holiday en Ella Fitzgerald. “Toch heb ik altijd twijfels gehouden of het wel goed genoeg was wat ik deed”, zegt ze over de telefoon vanuit haar woonplaats Boise, Idaho. “Ik heb nooit lessen genomen in schrijven of zingen, ik heb altijd alles op gevoel gedaan. Daarbij komt dat ik me altijd vragen bleef stellen bij alles wat ik deed. Die innerlijke onrust zit in de familie. Mijn vader was a rolling stone die moeite had zich te settelen.”

Mavis 

De geboorte van haar dochter Mavis – vernoemd naar Mavis Staples – bracht een kentering in haar leven. Ze verhuisde met man Jason Beek, die ook drumt in haar band, van het drukke Boston aan de Oostkust naar het dunbevolkte Idaho in de Rocky Mountains, haar geboortestaat. “Het moederschap bracht me een prettig soort gelatenheid. Mijn dochter eiste haar plek op, hoe klein ze ook was, en ik leerde accepteren dat de dingen gaan zoals ze gaan. Mavis is inmiddels vijf en voor haar is het heel vanzelfsprekend dat haar ouders muzikanten zijn. Ze vindt het nog leuk ook. Het hielp mij over mij twijfel heen: ik bén muzikant, dat is mijn leven.”

Het schrijven van het materiaal voor Gypsy ging haar overigens ook dit keer niet gemakkelijk af, maar ze kon nu wel genieten van het creatieve proces. “We hebben een oude camper in onze achtertuin geparkeerd, een Chester uit 1953, waarin ik me terugtrek wanneer ik wil schrijven. In huis lukt me dat niet, want daar staart de vieze vaat me aan en ligt strijkgoed te wachten. Bovendien geeft de camper – die van binnen nog in oorspronkelijke staat is – me ook een beetje het gevoel on the road te zijn. Of in ieder geval het idee dat ik overal heen kan gaan als ik dat zou willen. Hij mag de weg nog op.”

Telecaster

Crawl, het openingsnummer van Gypsy gaat trouwens over de tweeslachtigheid in haar leven. I want solitude, don’t want to be allone / Want to put down roots, want to be a rolling stone. Overigens noemt ze de soulballad Witness haar meest geslaagde nummer van het album. “Omdat het het meest afwijkt van wat ik eerder heb gedaan. Maar eigenlijk ben ik met alle nummers ingenomen. Het album is grotendeels opgenomen in twee sessies. De eerste opnamen waren gelijk na de vorige tour. Die eindigde in Boise en we zijn met de band meteen de studio ingegaan. Ik was echter niet goed bij stem door een zware verkoudheid, dus ik wist al dat ik alles nog een keer zou moeten inzingen. Door omstandigheden duurde dat even. Toen Jason en ik na maanden de eerste opnamen weer hoorden was het of we verloren tapes aan het beluisteren waren. Een blessing in disguise want ik kon mijn eigen werk beoordelen met frisse oren. Meestal zit je bij het maken van een album er te diep in om echt een afgewogen oordeel te kunnen vormen. Nu kon ik er vooral tekstueel nog aan schaven. Eén nummer viel uit de toon, en heb ik weggelaten. Het spreekwoordelijke lam dat je moet slachten.”

Overigens bevestigden de opnamen het goede gevoel dat ze had bij de eerste sessie. “Soms is opnemen een geworstel, maar nu liep het soepel met de band, hadden we lol en leek alles als vanzelf op zijn plaats te vallen.”

In haar band is nog altijd een belangrijke rol weggelegd voor de meesterlijke gitarist Jerry Miller, al hanteerde Jewell dit keer ook zelf de elektrische gitaar. “Hoe gek het ook klinkt, in de vijftien jaar dat ik muziek maak heb ik altijd op akoestische gitaren gespeeld. Totdat ik vorig jaar met Kerst van Jason mijn allereerste elektrische gitaar kreeg, een Telecaster. Ik kan er nauwelijks nog van afblijven.”

Bassist Shawn Supra, nog wel te horen op Gypsy, heeft haar band inmiddels verlaten. Matt Murphy is zijn vervanger. “Hij komt uit Boston maar ondanks vele wederzijdse vrienden hadden we elkaar nooit eerder ontmoet.”

Pinto Bennett

Gypsy telt één cover, You Cared Enough To Lie van Pinto Bennett, een schurende relatiesong in de beste countrytradities. “Pinto is een local hero die in de jaren tachtig en negentig overigens wel in Nashville actief was. Hij is daar nooit doorgebroken om redenen die niet zijn te doorgronden, want aan de kwaliteit van zijn liedjes ligt het niet. Hij is inmiddels in de zeventig en heeft een vaste speelavond in een club in Boise die wij geregeld bezoeken. Jason heeft zijn jongste album geproduceerd, Last Saturday Night genaamd. Pinto denkt namelijk dat het zijn laatste album is, al hopen wij natuurlijk van niet. Met mijn cover wil ik nog een keer aandacht op zijn werk en naam vestigen, want hij verdient om ook buiten de grenzen van Idaho bekend te zijn.”

Dat geldt natuurlijk evenzeer voor Eilen Jewell zelf, al hebben americanaliefhebbers haar al lang in het hart gesloten. Met Gypsy verstevigt de frêle zangeres haar reputatie als ‘queen of the minor key’.

Eilen Jewell live: 24 november in LantarenVenster, Rotterdam; 25 november in Meneer Frits, Eindhoven; 27 november in LuxorLive, Arnhem; 28 november in De Oosterpoort, Groningen; 29 november in Patronaat, Haarlem.