Esperanza Spalding laat zich horen

1 juli 2013

‘Eén van de grootste ontdekkingen in de jazzscene van de afgelopen jaren’, aldus het festival Birds of Paradise over Esperanza Spalding. Daar is geen letter van gelogen. Donderdag aanstaande geeft ze een concert in Muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven. Sinds 2005 verschenen er van de zingende bassiste vier albums en speelde ze mee op talloze platen van collega-muzikanten. In maart 2011 publiceerde Heaven een interview met de Amerikaanse zangeres en bassiste

“Ik ben erg eager en heel nieuwsgierig. Daarom past jazz zo bij mij, want ik hou van improviseren. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe wegen en spontane invallen.” Bassen en zingen is geen combinatie die vaak voorkomt. “In rockmuziek is het niet zo moeilijk, omdat het ritme en de melodie aardig vastliggen. Maar in geïmproviseerde muziek is het best uitdagend. Je moet het heel veel doen om het onder de knie te krijgen”, legt ze uit. “Ik krijg er een kick van, omdat het heel erg past bij mijn avontuurlijke benadering van muziek. Alert zijn, inspelen op de interactie met de andere muzikanten. Ik vind dat muziek creatief en levend moet zijn. Muziek moet bestaan in het moment, in de improvisatie. Overigens, als je met een vast trio speelt,  heb je nog wel het nodige houvast. Voor de timing kan ik rekenen op mijn drummer en mijn pianist let op de  melodie. Maar als muzikante streef ik altijd naar vrijheid. Muziek moet niet beperken, muziek moet een creatieve kracht zijn.”

Esperanza Spalding groeide op in een eenoudergezin in een sociaal zwakke buurt in Portland, Oregon. Ondanks dat er weinig geld was, moedigde haar moeder haar wel altijd aan creatief te zijn. Op haar vijfde leerde Spalding zichzelf viool spelen en mocht ze meedoen met de Chamber Music Society of Oregon. “Dat was een gezelschap waar arme kinderen voor niets of voor weinig geld een instrument konden huren en leren bespelen. Je leerde er vooral samenspelen.”

Na korte avances met gitaar, klarinet en cello ontdekte ze de contrabas. Dat was haar wake up call, zegt ze zelf. Na een slagveld van niet afgemaakte schoolopleidingen en globale omzwervingen, werd ze toegelaten tot het prestigieuze Berklee College of Music in Boston. Ook daar dreigde ze tussentijds af te haken – “ik ben nu eenmaal snel verveeld” –, maar onder anderen jazzgitarist Pat Metheny haalde haar over om te blijven. Op haar twintigste was ze er de jongste leraar ooit.

Esperanza Spalding spreekt Engels, Spaans en Portugees. “Portugees ben ik gaan studeren vanwege een vriendje. Ik heb een tijd bij zijn familie in Brazilië gewoond en daar moest ik Portugees praten omdat ze niks anders verstonden. Ik heb zelfs nog gedichten uit het Portugees vertaald. Het is een mooie zangerige taal. Ik ben gefascineerd door het effect van taal op melodieën. In het Engels ligt de klemtoon vaak op het laatste woord van een zin. In het Spaans liggen er meestal meer klemtonen in een zin, waardoor het alleen al ritmisch anders klinkt. Jazz is heel erg gedomineerd door het Engels.”

Spalding vindt dat jazz voortdurend moet openstaan voor invloeden van buitenaf. Zelf speelde ze in een rockband. “Sommige mensen definiëren jazz als de muziek die eind jaren dertig in New York werd gespeeld. Ik vind wel dat je als jazzmuzikant die traditie moet kennen, en van mij mag je de klassiekers ook eindeloos naspelen, maar daar moet het niet stoppen. Je moet je eigen identiteit toevoegen aan wat er is. Naast een muzikale identiteit, is er ook een culturele identiteit. Je bent ook het product van je opvoeding, van je familie. Laat dat horen.”

Esperanza Spalding live: donderdag 4 juli, Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven. In het kader van het festival Birds of Paradise.