Expositie over de slavernijwortels van de popmuziek

15 september 2016

Bezoekers meenemen naar de slavernijwortels van de moderne popmuziek en hen tonen hoe dat genre zich als gevolg van vermenging heeft ontwikkeld. Dat is wat de tentoonstelling Rhythm & Roots – Van Blues tot Hiphop in het Tropenmusum te Amsterdam beoogt. Per slot van rekening, zo stellen de samenstellers bij het begin van de tentoonstelling, is muziek ‘grensoverschrijdend’ en ‘universeel’, en heeft ze zich ‘meer dan enig andere culturele uiting’ verplaatst van continent naar continent. Het continent dat als bakermat van veel hedendaagse muziekstijlen mag gelden is Afrika, benadrukt de tentoonstelling. Niet voor niets is die het initiatief van het enige jaren geleden met het Tropenmuseum gefuseerde Afrika Museum in Berg en Dal.

Elke behandelde stijl – denk aan jazz, blues, reggae, salsa, samba, maar ook aan rock ’n’ roll, hiphop, afrobeat en soul – heeft een eigen paneel. Daarop aan de ene kant een uitvergroot zwart-witbeeld  van een icoon van het genre. En aan de andere een korte verklarende tekst van cultuurwetenschapper en musicoloog Vincent Meelberg, nog meer foto’s van genrevertegenwoordigers – waarbij ook de nieuwe generatie aan bod komt – en reproducties van platenhoezen. Op sommige daarvan kan de bezoeker inpluggen om een track te beluisteren.

Een aantal panelen heeft daarnaast een beeldscherm. Daarop vertellen Nederlandse representanten van een bepaalde stijl in korte interviews wat die voor hen inhoudt. Zo verklaart Zuco 103-zangeres Lilian Vieira dat de samba de basis van haar bestaan vormt, legt haar collega Giovanca uit dat soul een bepaald gevoel is dat niet slechts voorbehouden is aan mensen met een donkere huidskleur, en zegt rapper Akwasi het belangrijk te vinden om een brede muzikale smaak te hebben, want “daar leer je van”. De vertoonde interviewtjes lijken door de opstelling van de vragensteller vooral bedoeld als instapmoment voor diegenen die weinig tot niets van het genre in kwestie weten.

Die laagdrempeligheid geldt in wezen voor de gehele tentoonstelling. Want ofschoon er voor gevorderden in de vorm van een aantal in bruikleen van het EMP Museum in Seattle tentoongestelde artefacten uit de geschiedenis van de popmuziek – onder meer een motorjack van Elvis Presley en een akoestische gitaar van Jimi Hendrix – plus authentieke instrumenten uit de eigen collectie van het Tropenmuseum best wel wat aardigs te zien is, is deze tentoonstelling niet in eerste instantie voor hen bedoeld.

De meeste bezoekers zal het dan ook vermoedelijk ontgaan dat de samenstellers hier en daar de plank hebben misgeslagen. Zo is bij het paneel over bebop het nummer Chameleon van Herbie Hancock te horen, meer een voorbeeld van jaren zeventig-jazzfunk dan van genoemde jazzstijl die vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog opgang maakte.

Soms gaat het ook wat betreft tekst mis. Bij ska legt Rhythm & Roots uit dat wat de bands van de revival van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig kenmerkte het feit was dat ze bestonden uit “een combinatie van zwarte en blanke Amerikaanse muzikanten”. Terwijl een beetje kenner weet dat die Two Tone-beweging – met bands als Madness, The Specials en The Beat – een reactie vormde op de raciale spanningen van destijds in het Verenigd Koninkrijk onder Margaret Thatcher.

Jammer is ook dat de muziek uit de panelen nogal zacht staat afgesteld. Dat betekent dat terwijl je staat te luisteren je bijna voortdurend te kampen hebt met omgevingsgeluid. Geluid dat vooral komt van een interactieve installatie met Afrikaanse instrumenten en trommels die je via pads kunt bespelen en vooral bedacht lijkt te zijn voor jeugdige bezoekers.

Het initiatief om muziekstijlen die door de bank genomen niet op de radio te horen zijn op een laagdrempelige manier te duiden en in een (historische) context te plaatsen, verdient ondanks genoemde schoonheidsfouten lof. Leuk en leerzaam is ook de samenwerking met muziekplatform 22tracks dat in beeld en geluid toont hoe het er anno nu met de vermenging van stijlen in binnen- en buitenland voorstaat. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat die mix in de hedendaagse populaire muziek inmiddels de norm is.  

Nog één ding: zorg bij een bezoek zelf voor oortjes, want de exemplaren die voor een luttel bedrag aan de balie van het museum te koop zijn, zijn wat betreft geluidskwaliteit beslist ondermaats.  

Rhythm & Roots – Van Blues tot Hiphop in het Tropenmuseum te Amsterdam op dinsdag t/m zondag van 10.00 -17.00 uur t/m 30 oktober.

Muziek uit de tentoonstelling aangevuld met een selectie nieuwe nummers is te beluisteren op de playlist door 22tracks.