George Duke (2): I Love The Blues...

7 augustus 2013

Alweer is een held weggevallen, ontdekte ik gisteren. Ter herinnering aan George Duke (12 januari 1946 – 5 augustus 2013) volgt hieronder het stuk dat Heaven zo’n tien jaar geleden wijdde aan zijn plaat I Love The Blues, She Heard My Cry, in de rubriek De Vergeten Klassieker.

In het imposante oeuvre van Frank Zappa zijn er twee lp´s die wat mij betreft duidelijk boven de andere uitsteken: Apostrophe en Overnight Sensation. Op beide platen speelt George Duke – onlangs bekroond met de Edison Oeuvreprijs 2004 – keyboards. Toeval? Waarschijnlijk niet. Hoeveel invloed Duke indertijd had op de muziek van zijn broodheer is echter moeilijk te bepalen; alleen bij Uncle Remus wordt hij als co-auteur vermeld. Maar als je luistert naar de ook niet misselijke live-dubbelaar Roxy & Elsewhere merk je dat Zappa hem tijdens concerten veel ruimte gaf, en dat zal bij de opnames in de studio waarschijnlijk niet veel anders zijn geweest.

Naast zijn klussen voor Zappa werkt George Duke aan zijn solocarrière. Halverwege de jaren zeventig heeft hij duidelijk afstand genomen van zijn jazzperiode. Puristen verwijten hem dat hij op de commerciële toer is gegaan, maar daar zit hij niet mee. Op I Love The Blues She Heard My Cry, de beste plaat die hij ooit maakte (al is met name The Aura Will Prevail, eveneens uit 1975, ook erg sterk), trekt hij in Rokkinrowl een lange neus naar de critici. ‘Hello mister Duke, I’m a man to be reckoned with’ zegt een pedante criticus aan het begin van het nummer, waarna hij aan Duke vraagt hoe hij zijn nieuwe muzikale richting omschrijft. Het antwoord? ‘Rokkinrooooooowl!’ Waarna een nummer volgt dat gebouwd is rond één repeterende, vette gitaarlick van Lee Ritenour. ‘Bekijk het maar met jullie intellectuele geneuzel’, lijkt Duke hiermee te willen zeggen, ‘ik doe wat ik zélf leuk vind.’

Met rock ’n’ roll heeft de muziek overigens weinig van doen. En met blues ook niet veel, al zou je op grond van de hoes en de titel anders vermoeden. Er zijn Zappiaanse, instrumentale composities, waarvan sommige een sterk bevreemdend effect hebben, funky, soulachtige nummers, waarin Duke bewijst niet alleen op de keyboards maar ook vocaal zijn mannetje te staan, en welgeteld één bluesnummer: het titelnummer, met een gastoptreden van Johnny Guitar Watson. De ritmes zijn soms verre van gemakkelijk en de jazzperiode laat nog duidelijke sporen achter. Braziliaanse klanken klinken er soms ook door, wat geen wonder is aangezien Airto Moreira in diverse nummers de percussie verzorgt en Flora Purim in een nummer meezingt. Er doen naast dit illustere echtpaar nog tal van andere klassemuzikanten mee, zoals Byron Miller, Daryl Stuermer, Tom Fowler, Ruth Underwood en Leon ‘Ndugu’ Chancler.

Evenals de voorgangers is I Love The Blues She Heard My Cry geproduceerd door Balhard Falk voor het Duitse MPS/BASF-label. Samen met ‘recording engineer’ Kerry McNabb heeft hij gezorgd voor een helder, transparant geluid, waardoor de plaat na meer dan 25 jaar nog steeds erg actueel klinkt. Ook op Liberated Fantasies (1976) zijn Falk en McNabb nog van de partij. Maar als een jaar later From Me To You op het Epic-label verschijnt, blijkt dat Duke de productie nu zelf ter hand heeft genomen. Deze plaat is het zoveelste bewijs van zijn unieke talent, al wordt wel duidelijk dat hij zich steeds verder afwendt van zijn jazzverleden.

Die ontwikkeling zet zich daarna voort, en na de jazzliefhebbers keert nu ook het progressieve poppubliek hem de rug toe. Ook in hun ogen is hij te commercieel geworden. Duke heeft echter alweer nieuwe fans gevonden, krijgt steeds meer productieklussen, en zal daarna nog vele platen maken. Die boeien niet echt meer. ‘De Heer heeft me funky gemaakt, maar vroeger wilde ik dat niet weten’, verklaarde hij in 2002 tijdens een Nederlands tv-interview. Fijn voor hem dat hij eindelijk helemaal zichzelf kan zijn. Maar de meest interessante muziek maakte hij toch echt tijdens zijn overgangsfase, en de handvol platen op MPS/BASF vormen tezamen nog steeds een mijlpaal.