Gov’t Mule: het leukste zijproject

28 juni 2018

Zaterdag 30 juni speelt Gov’t Mule in de grote zaal van TivoliVredenburg in Utrecht. Southern rock met de spirit van de jaren zeventig. Niet zo vreemd, want frontman Warren Haynes speelde jarenlang in de legendarische Allman Brothers Band. In 2013 interviewde Marcel Haerkens hem voor Heaven magazine. Een mooi moment om dat weer eens terug te lezen

Gov’t Mule

Hij maakt deel uit van The Allman Brothers Band, Grateful Dead en is daarnaast nog betrokken bij allerlei andere projecten, maar de hoofdbezigheid van Warren Haynes is Gov’t Mule. “Ik dompel me graag onder in allerlei projecten om mezelf geïnspireerd te houden.”

Toen na de burgeroorlog aan het einde van de negentiende eeuw in Noord-Amerika de slavernij werd afgeschaft, zouden de vrijgekomen slaven van overheidswege een stukje grond en een muilezel krijgen als opstapje naar een nieuw bestaan. Hoewel de regering die belofte nooit is nagekomen, is de term fourty acres and a government mule nog altijd ingeburgerd. Een logische naam dus voor een band die een flinke dosis southern rock in de muziek verwerkt en zich daarnaast laat inspireren door zowat alle gangbare zuidelijke stijlen.

Warren Haynes beaamt dat vermoeden in eerste instantie volmondig. “Maar eerlijk gezegd is dat niet de ware reden waarom we voor deze naam kozen”, vervolgt hij op samenzweerderige toon. “Onze toenmalige bassist Allen Woody en drummer Jaimoe Johanny Johanson van The Allman Brothers Band bezochten ooit een concert van James Brown. Hij danste toen op een gegeven moment een walsje met zijn toenmalige vrouw. Mijn twee kameraden waren zwaar onder de indruk van haar enorme achterwerk. ‘Jeetje’, zei Jaimoe, ‘dat wijf heeft een reet als een government mule.’ In Mississippi, waar hij vandaan komt, is dat een gangbare uitdrukking. Toen Woody het me achteraf vertelde lag ik in een deuk en het leek me wel leuk om deze term te gebruiken. In werkelijkheid is onze band dus vernoemd naar de kont van de ex van James Brown.”

Verwarring

Warren Haynes, voormalig gitarist bij country outlaw David Allan Coe, startte Gov’t Mule zo’n twee decennia terug oorspronkelijk als een eenmalig project met bassist Allen Woody en drummer Matt Abts, maar binnen de kortste keren was er sprake van een volwaardige groep. Toen Woody begin deze eeuw onverwacht kwam te overlijden, overwogen Haynes en Abt eerst het bijltje erbij neer te gooien. Talloze brieven van fans brachten hen op andere gedachten, net als de aanmoedigingen van bands die hetzelfde was overkomen. “The Allman Brothers Band en Grateful Dead natuurlijk om te beginnen”, aldus Haynes. “Maar ik kreeg ook telefoontjes van bijvoorbeeld Metallica’s James Hetfield en Dave Grohl van de Foo Fighters. Allemaal hadden ze dezelfde boodschap: hoe dan ook doorgaan.”

De discografie van Gov’t Mule is nogal onoverzichtelijk. De band maakte eigenlijk niet meer dan een handvol reguliere albums, maar aangevuld met behoorlijk wat liveregistraties, hommageplaten en compilaties gaat het wel om redelijk omvangrijk oeuvre. Alleen liet nieuw werk ditmaal voor het eerst langer op zich wachten, wat het gerucht deed aanzwellen als zou de groep op sterven na dood zijn. “Er was echt helemaal niks aan de hand”, zegt Haynes. “We hebben nu eenmaal geen vaste frequentie van platen uitbrengen. Bovendien hadden we besloten om een sabbatical in te lassen voordat we weer de studio zouden induiken.”

Participatie

Shout! is een hoogtepunt in het oeuvre van Gov’t Mule, dat naast de twee oerleden momenteel bestaat uit toetsenist en gitarist Danny Louis en bassist Jorgen Carlsson. Dat Haynes een veelzijdig liedjesschrijver is, blijkt wel uit de misschien nog betere bonus-cd,  waarop dezelfde nummers worden vertolkt door telkens een andere zanger. En het zijn bepaald niet de minsten ook. “Het was een heel natuurlijk proces. Halverwege de opnamesessies was het de beurt aan Funny Little Tragedy dat ik geschreven had met in gedachten de felheid van de The Clash. Toen we het hadden opgenomen, deed het me onwillekeurig denken aan de vroege Elvis Costello. Ik heb hem gebeld met de vraag wat voor microfoon hij destijds gebruikte om een zo authentiek mogelijk geluid te krijgen. Hij bood spontaan aan een coupletje mee te komen zingen. Met Dr. John idem dito toen hij zat te luisteren naar Stoop So Low, waarvoor ik me had laten inspireren door Sly & The Family Stone.”

Van het een kwam het ander. “Eerst dachten Matt en ik nog aan een paar speciale bonustracks, maar al gauw kwamen we op het idee van een extra cd. Ik heb een lijst opgesteld met favoriete kandidaten en ben een rondje gaan bellen. Een paar mensen konden het niet redden binnen onze beperkte studiotijd, maar voor de rest was iedereen even enthousiast”, vertelt Haynes. “Sommige gastzangers liggen nogal voor de hand, anderen weer helemaal niet. Natuurlijk had ik op Captured graag Neil Young gehoord, maar ik ben uitermate tevreden met wat Jim James van My Morning Jacket ervan gemaakt heeft. Dat Steve Winwood geknipt zou zijn voor When The World Gets Small was geen wonder, want dat nummer schreef ik met het geluid van Traffic in mijn achterhoofd. Scared To Live was aanvankelijk een Paul McCartney-achtige ballade, die in de studio minder goed uitpakte, vandaar dat onze co-producer Gordie Johnson opperde er een reggaeritme onder te zetten. Dat bleek prima te werken, dus nu wordt het gezongen van door Toots Hibbert van The Maytals. Opmerkelijk genoeg is de helft van de artiesten jonger dan ik en de andere helft juist ouder. Wat trouwens meteen aangeeft naar welke nieuwe muziek ik tegenwoordig luister en door welke muziek uit het verleden ik me heb laten inspireren.”

Dit interview met Warren Haynes verscheen eerder in Heaven 2013 #6