Het grootste geheim van de Italiaanse muziek

9 april 2013

Op 14 april 2013 geeft de excentrieke Italiaanse singer‐songwriter Vinicio Capossela een concert in de Melkweg. Vorig seizoen trok deze alleskunstenaar veel aandacht met het album Marinai, Profeti e Balene (Zeelui, Profeten en Walvissen), niet in het minst door de theatrale show. Zijn nieuwe album Rebetiko Gymnastas is een eerbetoon aan de Griekse rebétika. Capossela werd door de Sunday Times omschreven als ‘Italië's grootste geheim’. Heaven Magazine had vorig jaar een uitgebreid interview met de zanger.

“Waarom ik het best bewaarde muzikale geheim van Italië ben? Heel eenvoudig: mijn platen zijn nooit eerder in het buitenland verschenen. Het leek wel alsof we leefden onder een dictatuur: niets mocht het land uit”, grapt Capossela. “Aanvankelijk hielden veel mensen mij voor de nieuwe Paolo Conte. Ik werkte samen met zijn producer en muzikanten uit zijn groep. Toch ben ik voor mijn gevoel altijd een buitenbeentje geweest. Al mijn blunders heb ik in mijn eentje gemaakt. Wat men ook mag vinden van Marinai, Profeti e Balene, het is in ieder geval mijn moedigste blunder tot nu toe.”

Symboliek

Voor de hoesfoto van Marinai, Profeti e Balene poseerde Vinicio Capossela als een soort verknipte Napoleon van de zee, met een steek op zijn hoofd en aan de borstzak van zijn zwarte jasje een paarse pen. “Die pen is belangrijk, die geeft aan dat alles aan de literatuur is ontsproten. Ik weet nog wanneer ik het idee kreeg voor dit album. Het was op een strand ergens in Portugal, na het laatste concert van mijn solotournee. Een vriend stond met zijn vriendin te praten over de slotverzen van Canto 26 van La Divina Commedia van Dante, het gedeelte dat over Odysseus gaat. Ik moest toen meteen denken aan Moby Dick, dat ook eindigt met de zee die weer kalm wordt, nadat een soort zondvloed als het ware alle zonden en fouten van de mensheid heeft weggespoeld, alsof er nooit iets is gebeurd. En dat zette me weer aan het denken over andere soortgelijke verhalen. Homerus, Conrad, de Bijbel, Melville, ze vertellen eigenlijk allemaal hetzelfde verhaal. De zee lijkt altijd totaal onverschillig voor menselijk leed, wat je doet beseffen hoe nietig je als mens eigenlijk bent. Je bent verstrikt geraakt in iets wat veel groter is dan jezelf. In onze moderne maatschappij waant schijnbaar iedereen zich groter dan de natuur of het lot. Het lijkt wel alsof de mens zich tegenwoordig almachtig voelt.”

Zijn eerste acht albums gingen over de liefde, over vrienden, over drinken. Pas vanaf ovunque proteggi behandelt Capossela volwassener thema’s, zij het nooit zo gestructureerd en veelomvattend als op Marinai, Profeti e Balene. “Vanwege de breedte van het concept heb ik voor de duidelijkheid gekozen voor een tweedeling: op de ene cd de liedjes over zeelieden en profeten, op de andere een suite over walvissen.”

Reflectie

Vinicio Capossela werd geboren in Duitsland uit een Italiaans emigrantenpaar, maar groeide op in het stadje Reggio Emilia, in Noord-Italië. “Tegenwoordig woon ik in Milaan, vlak bij het treinstation, omdat het zo’n internationale stad is, waar mensen van diverse pluimage elkaar ontmoeten en waar je ook gemakkelijk kunt ontsnappen. Ik wil niet ergens wonen waar het alleen maar daar is, zoals bijvoorbeeld Bologna. Voor mij moet ergens eigenlijk een beetje overal zijn.” Capossela leerde in de jaren zeventig accordeon spelen van muzikanten uit dansorkesten, die hij op bruiloftsfeesten zag optreden. Op zijn twintigste begon hij met zijn toenmalige vriendin het duo Blue Valentine, vernoemd naar het nummer van Tom Waits. “Zij zong, ik zat achter de piano. We waren dromers en dat hoorde je in onze liedjes terug. We studeerden toen in Parma, de stad van Verdi, waar we bij verschillende operagezelschappen iets konden bijverdienen als figurant.”

Capossela bewondert Waits niet in de laatste plaats omdat diens muziek met hem is meegegroeid. “Je moet niet doen alsof je voor altijd jong blijft, want dan eindig je als een tragische figuur. Ik houd van artiesten aan wie je kunt horen dat ze echt iets hebben meegemaakt.”

Dit is een verkorte versie van het interview dat eerder te lezen was in Heaven #80 (september 2012).