Het verschijnsel David Bowie

5 april 2013

“En, wat vind je van de nieuwe Bowie?” Niemand die vraagt of je ’m al hebt, iedereen gaat er voetstoots vanuit dat ook jij het ding subiet hebt aangeschaft. Waarmee The Next Day commercieel gezien weleens de meest geslaagde comeback in de gehele pophistorie zou kunnen wezen. Plus het bewijs dat géén marketingcampagne kennelijk de effectiefste marketingstrategie is – nou ja, mits het een wereldberoemdheid betreft, natuurlijk.

Goed, eerst even recapituleren voor later. “Think we’re in for a big surprise...,” twittert het Bowie-kamp in de vroege ochtend van 8 januari 2013, de dag van zijn zesenzestigste verjaardag. De tweet linkt naar de video van zijn gloednieuwe single Where Are We Now?, vergezeld van de mededeling dat het de opmaat betreft naar een op 11 maart te verschijnen album. Diezelfde dinsdag wordt ook het artwork onthuld: de hoes van de vijfendertig jaar oude klassieker “Heroes” met een forse streep door de titel en brutaal over de iconische foto een kloek wit vierkant met daarin simpel getypografeerd The Next Day.

Zo maakte de kameleon van de popmuziek na bijna een vol decennium zijn onaangekondigde rentree. En dat terwijl hij zich nog niet eens zo gek lang geleden op straat in Manhattan tijdens een gesprekje met een passant had laten ontvallen: “Ik vind het heerlijk om gepensioneerd te zijn.” Ondertussen was hij dus al stiekempjes aan het werk. Eind 2010 had hij vaste producer Tony Visconti gebeld of ze niet samen wat dingen konden uitproberen, een maand of vier later mailde hij diverse muzikanten van vroeger om ze uit te nodigen weer met hem de studio in te duiken. Waarna er gedurende zo’n anderhalf jaar met tussenpozen van telkens twee maanden opnamesessies van twee weken plaatsvonden – en dat zonder dat iemand in de buitenwereld ook maar iets in de smiezen kreeg.

Alle betrokkenen hadden vooraf moeten zweren het absolute stilzwijgen te bewaren. Want wie weet zou hij het eindresultaat niet goed genoeg vinden om uit te brengen en wat dan? Oké, hun partners mochten ze in vertrouwen nemen, dit om onnodige argwaan te voorkomen. King Crimson-opperhoofd Robert Fripp, de man achter de fabuleuze sustained gitaarpartij van “Heroes”, had als enige benaderde gepast, om vervolgens op zijn blog te lekken dat Bowie weer bezig was – alleen, geen mens die hem wilde geloven. Aldus Visconti. Waarop Fripp verklaarde dat hij überhaupt niet gepolst was en derhalve onmogelijk uit de school had kunnen klappen. Hij had op 15 oktober 2011 enkel beschreven hoe hij in een droom vol reisavonturen besloot even bij Bowie aan te wippen. “Wie weet wat er onderbewust en onbewust allemaal niet wordt ‘opgevangen’?”

Tja, wat nu te vinden van The Next Day? Om met de huidige Oor-hoofdredacteur annex gewezen Bowie-aanhanger te schrijven: “Beter dan gevreesd, slechter dan gehoopt.” Want Where Are We Now? beloofde nogal wat, zelfs als je nooit met de man was weggelopen. Maar het album lijkt eerst en vooral te moeten overrompelen, zo propvol instrumenten zit het, waarbij de sterke compressie de muziek des te amechtiger laat klinken – en lelijker, dat ook. Los van de Scott Walker-achtige afsluiter Heat doet Bowie voor de verdere rest weinig anders dan zichzelf recyclen, inclusief die koortsachtige, decadente, apocalyptische atmosfeer.

Al met al best wel ontgoochelend na die tamelijk fantastische single, waarin hij met besef van eindigheid op verwonde toon terugblikt op zijn Berlijnse jaren. Had to get the train from Potsdamer Platz. You never knew that I could do that. Just walking the dead. Sitting in the Dschungel in Nürnberger Strasse. A man lost in time near KaDeWe. Just walking the dead, heet het. Where are we now? The moment you know, you know you know. Ja, een mens weet het pas na zijn eerste akkefietje met de dood. Want toen hem op 23 juni 2004 tijdens een show in Praag een hartinfarct trof, was David Bowie op slag Dorian Gray af. Hij verdween van het toneel, naar het leek voorgoed, al kon hij het zeker de eerste jaren na zijn operatie niet laten zo nu en dan nog een cameo appearance te maken. Ergens wel jammer eigenlijk dat hij zo nodig weer moest, maar ach, wat zou de goede man anders moeten – toch?

En dan nu tot slot dat wonderlijke toeval, zo wonderlijk dat het geen toeval meer lijkt – en het desalniettemin wel degelijk schijnt te zijn. In het Victoria & Albert Museum in Londen loopt het sinds 23 maart, de dag van de opening, storm voor David Bowie Is, een multimediale tentoonstelling van unieke kostuums en decorstukken, handgeschreven liedteksten en kladblaadjes met notities, videoclips, foto’s en concertopnamen en wat voor memorabilia nog meer – bijna stuk voor stuk afkomstig uit het gigantische privé-archief van het popicoon. Volgens eigen zeggen willen de beide curatoren tonen dat David Bowie zelf geen reëel persoon is, maar een schepping van David Robert Jones. Een waar kunstwerk, zogezegd – net echt.