Het verschijnsel Herman Brood

21 februari 2016

“Herman leeft voort! Ik hoop dat de aandacht vooral zal uitgaan naar wat hij aan kunst en muziek heeft nagelaten.” Aldus Xandra Brood op de voorlaatste pagina van Rock-’n-Roll Widow. De ‘autobiografie’ is een co-productie van de weduwe van Herman Brood en popbiograaf Rutger Vahl, eerder schrijver van boeken over Cornelis Vreeswijk en Wally Tax. De basis vormden niet alleen gesprekken met de, als Alexandra Adriana Henriëtte Jansen in Ulvenhout geboren, weduwe, ook sprak Vahl met haar familie, vrienden, collega’s en mensen die haar man goed hebben gekend.

Dat Rock-’n-Roll Widow juist nu verschijnt mag geen toeval heten: 2016 geldt als een ‘jubeljaar’ wat betreft Herman Brood. Het is immers vijftien jaar geleden dat hij van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam sprong en als hij die fatale daad niet had begaan, zou hij mogelijk zeventig zijn geworden. Het jaar wordt luister bijgezet met onder meer een theaterproductie, een kunsttentoonstelling en een bioscoopfilm.

En met Rock-’n-Roll Widow dus. Vahl koos hiervoor de vorm van een lange monoloog, wat maakt dat het boek soepel wegleest. Omdat dankzij Herman’s sterk ontwikkelde gevoel voor zelfpromotie en publiciteit bijna iedereen hier te lande zich wel een beeld heeft kunnen vormen van de ‘nationale knuffeljunk’, is het vooral de vraag of Xandra’s relaas veel nieuwe inzichten in ‘het verschijnsel Brood’ en haar rol als echtgenote oplevert.

In het boek wil Xandra afrekenen met het clichébeeld van Sex & Drugs & Rock & Roll dat het leven van Herman grotendeels bepaalde. Dat doet ze vooral door hem als liefhebbende vader te portretteren: dol op zijn drie dochters Lola, Brenda en Holly. Het brengt de nodige kneuterigheid met zich mee. Zo leren we dat de man die gedurende tientallen jaren dagelijks twee gram amfetamine en twee liter sterke drank tot zich nam ook een zoetekauw was met een voorkeur voor broodbeleg als pindakaas en karamelpasta. En mocht Herman dan gedwongen gezelligheid mijden als de pest, hij was een echt spelletjesmens, met Rummikub als favoriet, terwijl hij voor het Sinterklaasfeest in huiselijke kring grabbeltonnen in elkaar knutselde. 

Opzienbarend zijn de onthullingen vrijwel nergens. Of het moet de terloopse opmerking van Xandra zijn dat haar partner bij de vele vrijpartijen, ’s avonds laat of ’s ochtends bij het ontwaken, zo snel klaarkwam. De door haar als ‘ziekelijk’ omschreven behoefte aan seks met andere vrouwen levert ook al niet echt schokkende anekdotes op. Behalve misschien die ene waarbij een fysiek al behoorlijk afgetakelde Herman het aan probeerde te leggen met het minderjarige vriendinnetje van dochter Lola.

Muziek is geen onderwerp dat uitgebreid aan bod komt in Rock-’n-Roll Widow. Wellicht heeft dat te maken met Xandra’s bekentenis dat ze nooit zo bezeten van muziek is geweest als de man die ze begin 1985 trouwde. Maar het kan ook komen doordat diens muzikale carrière reeds eind jaren zeventig haar artistieke hoogtepunt had bereikt. Wel passeren Herman’s activiteiten op het gebied van beeldende kunst de revue. Zo leert de lezer dat hij in zijn hoogtijdagen zijn hand niet omdraaide voor 200 schilderijen per jaar. Over hoe die hun weg vonden naar afnemers, en over de rol van manager Koos van Dijk daarbij, is Xandra openhartig.

Ook al omdat Herman nooit wat opzij legde voor zijn nabestaanden, verwijt ze zichzelf in het boek dat ze tijdens diens leven meer de regie naar zich toe had moeten trekken. Rock-’n-Roll Widow schetst al met al een beeld van een kordate, sterke vrouw, dol op gezelligheid, zonder wie het leven van Herman Brood vermoedelijk aanzienlijk korter dan 54 jaar had geduurd.

Rock-’n-Roll Widow door Xandra Brood en Rutger Vahl is verschenen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.