Jamaicaan op de Maan

20 juli 2019

Een van de historische mijlpalen van de twintigste eeuw - de eerste bemande maanlanding - hoort mét de geboorte van mijn broertje en een angstige ontmoeting met een klein hondje tot mijn allervroegste herinneringen. Dit weekeinde is het precies vijftig jaar geleden dat mijn ouders me uit bed haalden om getuige te zijn van Neil Armstrong’s grote moment. Ik ga er vanuit dat vooral mijn vader, zelf groot geworden met de boeken en het hoorspel over Monus de man van de maan, daar de hand in heeft gehad. Hoe het ook zij: in de nacht van 20 op 21 juli zat ik in m’n pyjamaatje voor de zwartwitbeeldbuis. Koekeloerend naar beroemde beelden die zich, hoewel ik onmogelijk kon beseffen wat er precies werd volbracht, in mijn geheugen griften.

Space Odity

Pas veel later zou ik erachter komen hoezeer de maangekte in die dagen de halve wereld in haar greep hield. Dat ook de popmuziek – met David Bowie’s Space Oddity voorop -  zich niet onbetuigd liet niet ontkwam zal u bekend zijn, maar dat de Apollo-missies ook een paar regelrechte reggaeklassiekers opleverden vermoedelijk niet. Toch is dat minder verrassend dan je zou denken. Op Jamaica, uiteraard de bakermat van deze muziekstijl, haalt het wereldnieuws namelijk al zolang er muziek gemaakt wordt teksten van liedjes. Een deel van de bevolking kon niet of nauwelijks lezen en schrijven en dus fungeerde de muziek – aanvankelijk ‘folk-stijlen’ als mento en calypso en later ska en reggae – als ‘krant’.

Skinheads

Tegen het eind van de jaren zestig kreeg de hoekige, vroege reggae, die was geëvolueerd uit de gejaagde ska en lomere, melodieuze rocksteady, definitief ook voet aan de grond in Groot Brittanië. Verantwoordelijk voor dat succes waren niet alleen de grote gemeenschappen van Caribische immigranten die zich daar na de tweede wereldoorlog hadden gevestigd, maar ook een groep jongeren uit de arbeidersklasse die zich voor het eerst ook als ‘consument en stijlicoon’ deed gelden; de skinheads. De racistische en fascistische associatie die we inmiddels met dit fenomeen hebben stamt van later datum; aanvankelijk betrof het een ‘kleurenblind’ fenomeen. Het feit dat deze jongens en meiden zo gretig juist de Jamaicaanse muziek – ook wel aangeduid als boss-reggae – claimden illustreert dat overduidelijk. In tegenstelling tot hun ‘oudere broers’ de Mods, die zich juist te buiten gingen aan een kostbare en tot in de puntjes gestylede dresscode, was het ‘uniform’ van de nieuwe jeugdcultuur juist uiterst simpel en pragmatisch; werkschoenen met stalen neuzen of laarzen van Dr. Martens, een spijkerbroek, bretels en een kortgemouwd overhemd of poloshirt – bij voorkeur van merken als Ben Sherman of Fred Perry. Dansen met het uitverkoren schoeisel beperkt zich natuurlijk al gauw tot een redelijk hoekig gebeuren, en daar leende de ritmisch en tempomatig behapbare nieuwe Jamaicaanse stijl zich uitstekend toe. Anders gezegd: je kon op deze ‘hoeketakkemuziek’ gewoon een beetje rondklossen…

Derrick Morgan

Toen de gevierde Jamaicaanse zanger Derrick Morgan de beelden van de maanlanding in ze zomer van 1969 zag, was dat niet precies wat hij erbij voor ogen had. Maar Neil Armstrong’s gewichtloze eerste stappen op de maan inspireerden hem wel tot een liedje dat hij razendsnel opnam en uitbracht: Moon Hop. Met een aanstekelijk simpel muziekje en kreten als Do the Moon Hop, mix it with the Kangaroo, Jump en heel veel Yeah yeah yeah’s’ontketende hij op de dansvloeren in Kingston direct de zoveelste ‘dance craze’. Natuurlijk bereikte de hitsingle ook snel het Britse publiek. Platenmaatschappij Pama haakte in op de actualiteit en plaatste hilarische advertenties met een van de Nasa-foto’s en de tekst “Derrick Morgan was the first man on the moon and he brought back a new dance…”. En natuurlijk werd de plaat vooral door de skinheads gretig opgepikt.

Symarip

Toch kennen we het nummer eigenlijk vooral dankzij een onbeschaamd stuk plagiaat. Binnen een paar maanden bracht een Brits bandje genaamd Symarip (eigenlijk de al redelijk succesvolle Pyramids die om contracttechnische redenen hun naam verhaspelden) namelijk Skinhead Moonstomp uit. Een regelrechte kopie, die slechts dankzij wat opvallende gitaarpartijen en uitgebreidere aansporingen door zanger Roy Ellis aan het origineel toevoegt. Maar juist deze plaat werd een nog véél grotere hit. Aanvankelijk beweerden de groepsleden dat hier van puur toeval sprake was en pas heel veel later werd eerlijk opgebiecht dat men wel degelijk een mooie kans had gezien. Toen was het kwaad allang geschied, want Skinhead Moonstomp was eigenlijk al direct een van dé ‘anthems’ van de hele stroming en verschijnt tot de dag van vandaag op talloze compilaties en in soundtracks.  Toen The Specials het nummer bovendien al vroeg in hun carrière (net als Liquidator, Long Shot Kick The Bucket en Guns of Navarone) opnamen in een medley van Skinhead classics. Een opwindend hoogtepunt tijdens hun concerten, dat ook de B-kant van de Too Much Too Young e.p. vulde. Voor de tweede keer in de geschiedenis verkochten de Symarip-platen als een malle en begin 1980 stond Skinhead Moonstomp zelfs in de Engelse hitlijsten.

Hartstikke zuur natuurlijk voor Derrick Morgan, die nauwelijks profiteerde van het succes en slechts door ingewijden werd erkend als geestelijke vader van de superhit. Wat overigens niet wil zeggen dat hij daarmee tot de periferie van het genre was veroordeeld. De in 1940 geboren Morgan onderscheidde zich al toen de Jamaicaanse muziek nog in de kinderschoenen stond en leverde als zanger én als producer relevante bijdragen aan ska, rocksteady en reggae. Hoewel zo goed als blind bleef hij tot 2010 actief en sedertdien duikt de levende legende nog incidenteel op. 

Op het gelijknamige album, dat verbazingwekkend genoeg tot dit jaar nooit eerder werd heruitgebracht, staat ook Man Pon Moon; een veel feitelijker verslag van de Apollo-missie. Over het hele voorval met Symarip uitte Morgan overigens later nog wel op passende wijze zijn misgenoegen. Ook dat is een typische reggaetraditie: middels plaatjes (uiteraard ten faveure van de verkoopcijfers) bekvechten. Een van de mooiste voorbeelden was de platenlange ‘vete’ tussen Morgan en Prince Buster een paar jaar eerder. In Kingston volgde het publiek hun wederzijdse, tamelijk serieus lijkende muzikale ripostes op de voet; in werkelijkheid konden de mannen het uitstekend met elkaar vinden. Over Moon Hop en het jatwerk door zijn Britse collega’s doet hij in dezelfde geest nog even fijntjes zijn verhaal in Copy Cats. Het nummer is een van de 24 bonustracks op een fantastische heruitgave die Derrick Morgan’s complete albums Moon Hop en In London bevat.

Derrick Morgan – Moon Hop / In London (2cd) verscheen bij Doctor Bird/Cherry Red.