Jeb Loy Nichols: countrysoul in Wales

26 februari 2020

Het is hartje winter, vijf dagen voor Kerst, en wij – mijn vriend Jan en ik – reizen af naar Wales om hem te zien optreden: Jeb Loy Nichols. Als hij niet naar Nederland komt, moeten wij naar hem. Een mooie manier bovendien om onze kerstvakantie te beginnen. Drie jaar geleden stal Nichols onze harten met de loom funky plaat Country Hustle, en al enkele maanden is de opvolger June Is Short, July Is Long niet meer uit de cd-speler geweest.

De stem van Jeb Loy Nichols houdt het midden tussen het fluisterzingen van J.J. Cale en de drawl van Tony Joe White. Relaxed en net achter de beat. Zijn nummers kennen dezelfde bedrieglijke eenvoud als de nummers van deze twee grootheden en doen op hun best niet onder voor de countrysoul van de gerenommeerde songwriters als Dan Penn en Spooner Oldham. Het kost niet veel verbeeldingskracht om Nichols in Memphis of Muscle Shoals in de jaren zestig te zien rondscharrelen als beginnend songschrijver die zijn nummers probeert te slijten aan de studiobazen van de Stax, American en Fame – misschien hadden Aretha en Dusty dan wel een nummer van hem opgenomen. Helaas, net als de schrijver van dit stuk is Nichols te laat geboren en veroordeeld tot een heimwee naar tijden die hij zelf niet heeft kunnen meemaken.

Londen

Geboren in Wyoming en opgegroeid in Missouri en Texas, trekt hij op 17-jarige leeftijd naar New York om daar een kunstopleiding te volgen. Zijn liefde voor de muziek kan hij volledig uitleven in de platenzaak waar hij werkt. Begin 1981, hij is dan 20, raakt hij min of meer per toeval in Londen verzeild, in de reggaescene rond de bekende (dub)producer Adrian Sherwood. In de jaren negentig start hij de band Fellow Travellers, die country met dub vermengt. Deze opmerkelijke mengeling van muziekstijlen maakt de band vreemd genoeg vooral populair in Duitsland. Nichols verwerft er een trouwe fanbase mee, waarop hij ook nu nog kan terugvallen als hij op tournee gaat. Zijn talent als songschrijver en zanger komt pas goed uit de verf als hij eind jaren negentig een solocarrière begint. Platen als Just What Time It Is (2000) en Now Then (2004) zijn pareltjes van countrysoul (met vleugjes pop, jazz en reggae), met een warm, gloedvol geluid, ingetogen en toch funky, en met uiterst subtiele arrangementen. Waardering is er in kleine kring, een doorbraak naar het grote publiek blijft uit. Misschien wil hij ook niet echt bekend worden en vindt hij voldoening in het rustige, teruggetrokken leven dat hij leidt. Want intussen heeft hij Londen de rug toegekeerd en is hij, samen met zijn vrouw, gaan wonen op het platteland van Wales. Ergens in de heuvels in het midden van Wales leeft hij op een afgelegen boerderij, als kunstenaar, muzikant én (milieubewuste) boer.

Jackpot

Jeb Loy Nichols maakt linoleumsnedes van de natuur in zijn omgeving, maar ook van favoriete artiesten als Curtis Mayfield, James Brown en Gill Scot Heron. Op een van zijn lino’s staat de welhaast filosofische uitspraak ‘Music is the thing that listens’ – het had zo maar het motto voor Heaven kunnen zijn. Alleen als hij zin heeft, zo lijkt het, maakt hij een plaat, met vrienden als Ian Gomm of Adrian Sherwood of met lokale artiesten. Met een ervan, Clovis Phillips, treedt hij die bewuste avond, vrijdag 20 december, op in het Midwales Arts Centre (waar werk van hem hangt) in het dorpje Cearswth (spreek uit: Car-soeth) voor een publiek van zo’n vijftig mensen. Clovis Phillips is een jonge multi-instrumentalist uit het nabijgelegen stadje Newtown en maakt deel uit van de begeleidingsgroep op zijn laatste lp, met gevoel voor understatement de ‘Westwood All-Stars’ gedoopt. Het subtiele gitaarspel van Phillips doet de nummers Nichols sprankelen en geeft een prettige lichtheid aan de melancholische teksten. Nichols mag dan een teruggetrokken leven leiden, op het podium toont hij zich van zijn meest sociale en aimabele kant en is hij een geestig entertainer, die de nummers soepeltjes en met een bijna Brits gevoel voor humor aan elkaar praat. Twee keer, zo vertelt hij droogjes, had hij bijna ‘de jackpot gewonnen’. Het nummer dat hij schreef voor de film Good Will Hunting werd in de film teruggebracht tot welgeteld 17 seconden in plaats van de volle drie minuten. En uitgerekend het nummer dat Nora Jones van hem opnam, was het enige nummer van haar dat geen hit werd. ‘Long live the looser’ concludeert hij, verwijzend naar het gelijknamige nummer op Country Hustle, dat als zijn signatuurnummer gezien kan worden. I lost my car, but you know what, I don’t mind / Now I walk every way that I know and I take my own sweet time / Then I lost my TV and I lost my telephone / Now I’m out underneath the stars singing this song all alone / So don’t shed a tear for Jeb Loy / I’ve never been a happier boy / Long live the looser, long live the looser.

Very special

Door de milde humor, met een flinke dosis zelfspot, maar vooral door de fraaie melodielijnen, die zich als sympathieke oorwurmpjes in je brein nestelen, wordt de bezongen droefenis dragelijk en wordt je als luisteraar opgetild in plaats van terneergeslagen. Bij het horen van Regret, een nummer dat muzikaal aan het beste werk van Prince doet denken, schuifel ik heupwiegend door de kamer en zing opgewekt het toch behoorlijk deprimerende refrein mee: There’s only three things in my life that I regret / That’s everything I’ve done, everything I am doing and what I haven’t done yet / Regret. Hupsake, een dikke zeven voor je eigen leven! Waarom blijft deze man zo onder de radar? Niet de minsten hebben zich lovend over hem uitgelaten. Radiopresentator en auteur Charlie Gillet noemt hem in een adem met Willie Nelson en Tony Joe White. Townes van Zandt liet zich ontvallen: ‘I like him very much. He’s very special. He sings with a voice I never heard before’. Spooner Oldham: ‘This is great. You’re doing what we were doing back then’. Misschien is Nichols niet van deze tijd, a man out of time, maar voor de gemiddelde Heaven-lezer lijkt me dat eerder een aanbeveling dan een diskwalificatie. Beste makers van Heaven, er stond niet eens een recensie van zijn laatste prachtplaat in jullie onvolprezen blad! Laat ik dan voor één keer in mijn leven als muziekliefhebber (en vanaf het begin abonnee van Heaven) in de pen klimmen om een lans te breken voor een unsung hero. Bij deze. Luister naar zijn platen. Weinig muziek is zo draaibaar en je humeur knapt er zienderogen van op. Lang leve Jeb Loy!

Check zijn website www.jebloynicols.co.uk en Jeb’s Jukebox op Spotify (favoriete nummers, die hij uitvoerig bespreekt). Check ook de door Nichols samengestelde en (mede) geproduceerde verzamelaars Country Got Soul (twee delen) en The Country Soul Revue, waarop oudgedienden uit de Muscle Shoals scene als David Hood, Reggie Young, Donnie Fritts, Spooner Oldham en Tony Joe White spelen als in hun beste dagen. In april tourt hij samen met Clovis Phillips door Duitsland en doet hij onder andere Keulen en Münster aan. Op 25 april treedt hij met de complete Westwood All-Stars op op het Freedom Sounds Festival (reggae en ska) in Keulen, waar hij vooral werk van zijn prachtige reggae-album Long Time Traveller speelt. Boekers in de grensstreek, grijp uw kans, misschien is er nog plekje vrij in zijn touragenda voor dat hij weer terugkeert naar zijn boerderij in Wales.