Jenny Hval: onschuld is kinky

16 mei 2013

Jenny Hval valt op, vooral met haar stem. Die heeft vaak iets weg van een pijl, maar kan ook de uitstraling hebben van een paardenbloem. Het is in ieder geval een stem die zeer aanwezig is, een bijna ongemakkelijke aanwezigheid. Het maakt het luisteren naar Innocence Is Kinky van de Noorse zangeres even fascinerend als verwarrend. Niet dat er sprake is van een sonische wirwar of gekunstelde deconstructies. Het album kenmerkt zich juist door een toenemende hang naar overzichtelijker liedjes. Oslo Oedipus heeft een fascinerende oscillatie van stemkwaliteiten, I Got No Strings deint op een zwaar drijvend ritme, Amphibious Androgynous heeft de eenvoud van een Nico-song. Maar er gebeurt aldoor iets ongewoons, waardoor haar muziek indringend is en soms ronduit ontregelt.

Hoe verklank je het knappen van een maagdenvlies? Hoe laat je het zo klinken dat het een lichamelijke sensatie oproept en niet alleen een beeld? Dat is eigenlijk het spel dat Jenny Hval speelt op Innocence Is Kinky. De relatie tussen lichaam, stem en de kaders waarin onze waarneming en zingeving zich afspelen. Pop-art in de oude zin van het woord, een verkenning van onze werkelijkheden, tussen body en no-body. Als ik referenties bij dit album moet noemen, kom ik uit bij The Swans, bij producer John Parish, bij Paris Hilton, Teen Mom en Carl Dreyers’ film The Passion of Joan d’ Arc. Maar het ontcijferen en ontraadselen van dit betoverende album is weer een andere zaak.