John Hiatt in het park

25 juni 2015

De hoesfoto zegt veel. Een oude typemachine, een hoed en een half zichtbare man in denkerspose. Het tegenovergestelde van groots en indrukwekkend. Als een beeld veelzeggender is dan duizend woorden, dan weet John Hiatt (62) het op zijn nieuwe album Terms Of My Surrender basaal en anachronistisch te houden. En precies zo is het.

“Die hoes is inderdaad sprekend”, beaamt hij. “Vernieuwing vormt voor mij allerminst een dwingende behoefte. Ik werk al sinds Bring The Family op exact dezelfde manier. Al gebruik ik tegenwoordig geen typemachine meer of een blocnote, maar een iPad. Ik schrijf er al mijn nummers op. Ik geloof niet dat ik tegenwoordig nog mijn eigen handschrift kan lezen.”

Geen gevoelshoogtij noch ontgoocheling of tragiek op Terms Of My Surrender. Hiatt beteugelt zijn emoties en citeert dit keer niet uit de zwarte pagina’s van zijn eigen biografie. Eerder afgemeten dan uitbundig. Semi-akoestisch gespeeld en gezongen in een opmerkelijk laag register schetst hij de levens van lieden die uitblinken in het menselijk tekort. In die zin is dit tweeëntwintigste album een typische Hiatt. Verontrusting verpakt hij in fraai gekleurde lagen van wanhoop, vertwijfeling en toch ook humor. Een verhalenverteller op de grensvlakken van blues, folk, country en rock.

De in Nashville wonende singer-songwriter verkeert de laatste kwart eeuw in opperste luim, ook al wordt hij al sinds jaar en dag geplaagd door rugpijnen. De zin van het leven is de zin in het leven, zo lijkt hij, vrij naar de hoogbejaarde schrijver Remco Campert, te praktiseren. Alcohol en drugs zijn alweer bijna dertig jaar afgezworen. Maar direct na het uitbrengen van de klassieker Bring The Family in 1987 manifesteerde zich een schijnbaar nieuwe verslaving: werk. Tussen het haast onophoudelijke touren door produceert hij sindsdien in ijltempo album na album van een door de bank genomen hoog niveau. Nummers van zijn hand zijn gecoverd door Bob Dylan, Iggy Pop, Eric Clapton, Rosanne Cash, Joe Cocker en uiteraard Bonnie Raitt, wier hitversie van Thing Called Love voor hem geldt als een soort lijfrenteverzekering.

Van wankelmoedigheid geen sprake. Blakend van zelfvertrouwen en gestaag bouwend aan een internationaal publiek trekt Hiatt jaar in jaar door langs stad en land. “We hebben hard gewerkt aan het opbouwen van publiek”, klinkt het wat moe aan de telefoon vanuit New Hampshire waar hij de vorige avond in de Casino Ballroom heeft opgetreden met The Robert Cray Band. “De mensen komen in ieder geval terug. Dit is wat ik altijd heb willen doen: muziek maken en touren. And thanks to Bonnie we could get new tyres for the truck and gasoline.”