Joy Division in de herhaling

29 januari 2013

Aanstaande vrijdag 1 februari vindt in de Melkweg de eerste editie plaats van het postpunk/new wave-festival Grauzone, met legendarische bands als Fehlfarben, A Certain Ratio en Echo & The Bunnymen. Diezelfde avond heeft het filmhuis van het Amsterdamse poppodium de Europese première van Autoluminescent: Rowland S. Howard, een documentaire over het leven van de vroegere gitarist van onder anderen Nick Cave en Lydia Lunch, die zo’n drie jaar geleden overleed aan leverkanker.

Volgende week staan er in Melkweg Cinema twee bijzondere films over Joy Division op het programma. Donderdag 7 februari draait de alom geprezen biopic Control uit 2007, het regiedebuut van fotograaf en clipmaker Anton Corbijn over het tragische leven van voorman Ian Curtis. En zondag 10 februari is er de vertoning van Joy Division uit 2008, waarin alle overlevende betrokkenen de geschiedenis van deze legendarische postpunkband uit Manchester reconstrueren.

Bassist Peter Hook trekt tegenwoordig trouwens met zijn jonge groep The Light de halve wereld rond om voor volle zalen het complete oeuvre van Joy Division te recyclen. In de voorlaatste Heaven wijdde Geert Henderickx zijn vaste column aan het nostalgieconcert op het Utrechtse gothic-festival Summer Darkness.

Nostalgisch

“Jij bent van dezelfde generatie, hè”, zegt de boomlange wildvreemde links van mij niet zonder jaloezie tijdens het geklap, gescandeer en gefluit om een toegift. We staan in de Utrechtse poptempel Tivoli op de slotavond van Summer Darkness, maar wemelen van de goths doet het bepaald niet bij het stijf uitverkochte optreden van Peter Hook. De gewezen bassist van Joy Division trekt tegenwoordig met zijn combo The Light de halve wereld rond om voor volle zalen het complete oeuvre van zijn vroegere doemgroep te recyclen.

Met zijn imitatie van Ian Curtis zaliger komt hij als non-zanger trouwens verrassend goed weg, waarbij de vier jonge honden achter hem al even opmerkelijk minder reconstrueren dan interpreteren. Dat de oude Hook bij de integrale uitvoering van de onverbiddelijke klassieker Closer zo nu en dan wel aangedaan lijkt, maakt deze toch niet geheel onverdachte onderneming warempel nog geloofwaardig ook. Jammer alleen dat de avond straks niet zal worden afgesloten met Blue Monday, de dansvloerkraker waarmee de drie overlevenden zich als New Order tot ieders stomme verbazing alsnog uit hun eigen schaduw wisten te spelen.

Ruim dertig jaar na dato bleek Joy Division hier op deze zomeravond in de Tivoli overigens zo mogelijk nog fantastischer te klinken dan mijn herinnering wilde, niet in de laatste plaats waarschijnlijk omdat je nou pas goed kon horen hoe weergaloos, invloedrijk en onnavolgbaar die beklemmende en tegelijk opzwepende postpunk eigenlijk wel niet is. Zelden of nooit ook een popconcert beleefd waarop de nostalgie zo welig tierde, en dat terwijl die zogeheten Generatie Nix zich sowieso al graag mag verliezen in jeugdsentiment. Houd het daarom maar liever voor je dat het op de keper beschouwd natuurlijk echt helemaal nergens op slaat om als midvijftiger in de huid te kruipen van een jonge twintiger boordevol spleen die besluit zich thuis in de keuken op te knopen met op de pick-up The Passenger van Iggy Pop.

Goed, dan nu nog even terug naar die boomlange wildvreemde links van mij. “Ik was twee toen Closer verscheen, dus ik heb het allemaal moeten inhalen”, vervolgt hij met een ondertoon van spijt. “Maar ik vind het allang mooi als ik af en toe eens een levende legende kan zien optreden.”

Lees ook Joy Division op Popstukken: Is er leven voor de dood? (1981)