Kandia Kouyaté: wederopstanding

12 mei 2016

Hier is Kandia Kouyaté amper bekend, in West-Afrika is ze een diva. Na een beroerte twaalf jaar geleden leek de carrière van de Malinese zangeres voorbij, maar met het indrukwekkende Renascense lijkt ze helemaal terug. Op Tweede Pinksterdag staat ze op de Nijmeegse Music Meeting samen met meestergitarist Djelimady Tounkara.

De West-Afrikaanse muziekcultuur is rijk en voor ons soms wat ondoorgrondelijk. Neem de traditie van de griots, ook wel jeli’s genoemd, die teruggaat tot de dertiende eeuw, toen in delen van Mali en Guinee het Mandingo-rijk floreerde. Daar ontstond een soort kastenstelsel waarbij families zich toelegden op beroepen of functies. De Keita’s waren bestuurders en krijgsheren, als nakomelingen van Sunjata Keita, de stichter van het rijk. De familiestammen Kouyaté en Diabaté leverden de dichters en de muzikanten, die zingend roemrijke verhalen en familiegeschiedenissen in ere hielden. Hoewel er nu ook Keita’s en Kanté’s, oorspronkelijk de smeden, muziek maken, loopt het duidelijkste spoor van de griottraditie nog altijd door de uitgebreide families Kouyaté en Diabaté.

Kandia Kouyaté (56) is dan ook de dochter van een beroepsmuzikant. Haar vader bespeelde de balafon, de xylofoon die samen met kora, ngoni en djembé het basisinstrumentarium vormt van de griottraditie. Voor zijn dochter zag hij echter geen loopbaan in de muziek weggelegd vanwege het onzekere bestaan. Maar als zo vaak kroop het bloed waar het niet gaan kon en het meisje, dat niets liever deed dan zingen, leerde de baaierd aan liedjes van haar moeder en een oom. Op haar zestiende trad Kandia Kouyaté als zangeres naar buiten, noodgedwongen omdat ze na het overlijden van haar vader de kost moest verdienen. Ze verhuisde van Kita naar hoofdstad Bamako om de lof te zingen op bruiloften en partijen, de core business van griots. En ze deed dat met haar krachtige stem zo overtuigend, dat ze binnen de kortste keren de aandacht trok.

Vanaf het begin van de onafhankelijkheid in 1960 kent Mali een bijzonder fenomeen: vrouwelijke griots groeien uit tot ware supersterren. Dat is des te specialer omdat de muziekwereld in Afrika, net zoals in westerse landen, wordt gedomineerd door mannen. Maar flamboyante zangeressen als Fanta Sacko, Ami Koita en Oumou Sangaré lijken juist door hun onafhankelijke levenshouding en eigenzinnige teksten tot de verbeelding te spreken, waardoor ze de gebruikelijke gang van zaken tarten.

Ook Kandia Kouyaté verwerft een grote schare bewonderaars. Ze zijn bereid met auto’s en luxe toelages te betalen voor haar optredens. Het verhaal gaat dat een fan haar zelfs een vliegtuig ter beschikking stelt. De noodzaak platen uit te brengen en zo haar muziek ook buiten West-Afrika te verspreiden, is niet zo aanwezig. In Mali en omstreken circuleert haar werk op al dan niet illegaal gekopieerde cassettebandjes. Zelf toont Kouyaté zich vooral geïnteresseerd in de muzikale traditie en hoe die te verdiepen en te verfraaien. In 1987 treedt ze voor het eerst op buiten Afrika, in 1999 voor het laatst.

In datzelfde jaar verschijnt dan eindelijk haar in Parijs opgenomen debuut-cd, Kita Kan, met naast de gebruikelijke akoestische instrumenten elektrische gitaren, blazers en zelfs strijkers. Het Britse fRoots noemt het een ‘showcase of a true diva’, volgens Allmusic.com is sprake van een iets te divers palet. Opvolger Biriko, drie jaar later, klinkt een stuk coherenter, vooral door toedoen van producer Ibrahima Sylla, die naam maakte met wereldmuziekklassiekers als Salif Keita’s Soro en Thione Seck’s Orientation. Hij is ook de man die het plan opvat de crème de la crème van de griottraditie samen muziek te laten opnemen. Het leidt tot de documentaire Mandekalou: The Art And The Soul Of The Mande Griots, maar niet tot het gewenste dubbelalbum, mede doordat Kandia Kouyaté in 2004 wordt getroffen door een beroerte.

Ze kan amper nog praten en zingen, en haar carrière kan ze verder wel vergeten, denkt ze, ook wanneer ze na zeven jaar zodanig is hersteld dat ze weer kan zingen. Ibrahima Sylla is al die jaren in haar blijven geloven en haalt haar over naar zijn studio te komen voor de opnamen van het recent verschenen Renascence. Voor het zo ver is slaat het noodlot echter nog een keer ongenadig hard toe. Sylla overlijdt in 2013, waarna diens dochter Binetou het labour of love tot een goed einde brengt. “Het album is er echt gekomen dankzij Ibrahima’s vasthoudendheid”, aldus Kouyaté. “Hij moedigde me voortdurend aan, ook al was hij toen zelf al ernstig ziek. Hij vroeg me alles te zingen wat ik wist, alles wat in mijn hoofd zat. ‘Maar ik ben alles vergeten’, antwoordde ik. Daar legde hij zich niet bij neer. ‘Morgen weet je het weer’, zei hij dan. ‘Kom morgen maar terug.’”

Music Meeting

De 32e Music Meeting vindt plaats tijdens het pinksterweekend van 14 tot en met 16 mei in Park Brakkenstein in Nijmegen. Het driedaagse festival presenteert muzikanten die zelden of nooit ons land aandoen. Ook zijn er telkens unieke combinaties, zoals dit jaar Komono No.1 uit Congo met Batida uit Portugal. Ook bijzonder belooft het optreden van de Franse DJ St. Germain te worden die zijn beats verbindt met traditionele ritmes. Voor meer informatie en tickets: www.musicmeeting.nl.