Klinkend stilleven

2 januari 2014

Nature morte heet een stilleven in het Frans. Een benaming die qua dramatische lading niets te raden overlaat. Een verstild leven versus dode natuur. Twee verschillende sentimenten voor hetzelfde fenomeen. Ook muziek kent diverse temperamenten waarin zich een verhaal prijsgeeft. Zeker voor wie muziek – vrij naar Frank Zappa – opvat als een wit canvas waarop je kunt schilderen wat je belieft, vallen er interessante parallellen en verschillen te constateren in nummers met eenzelfde titel. De verklankte beeldtaal laat zich beschouwen als een schilderij, een klinkend stilleven. Zowel Frank Boeijen als Jack Poels heeft recentelijk een liedje opgenomen met als titel Eveline. Twee ballades, beide even mooi maar volslagen anders. Eveline, de bezongen dode, komt in gedempte en ook felle kleurstellingen tot leven. Abstract en figuratief, vergeestelijkt en zintuiglijk.

De biografische Eveline was moeilijk te vatten. Een zintuiglijk mens met een hang naar woorden. Woorden die ze zelf sprak of in boeken tot zich nam. Ze was tactiel en aanwezig. Had allure, panache. Altijd actie, nooit saai. Ze was, zoals ze in Frankrijk zeggen, ‘une type’. Maar het leven is nu eenmaal een verhaal met een slechte afloop. Eveline speelde hierin een niet bescheiden rol. Haar bestaan is niet onopgemerkt gebleven en heeft goede vrienden als Frank Boeijen en Jack Poels aangezet tot het schrijven van een gelijknamig liedje. Een geleefd leven in twee ballades als stilleven voor een druk persoon.

Frank Boeijen schildert op zijn jongste album Een Vermoeden Van Licht een portret als een abstract schilderij. Het gaat voorbij de aardkorst in onzichtbare lucht, als een suprematistisch werk van Kazimir Malevitsj, donker en veelzeggend. De Nijmeegse zanger is spaarzaam qua instrumentatie en houdt het ook in woord klein. Hierdoor wordt de dramatische zeggingskracht alleen maar versterkt. Eveline belichaamt het blijvende. Ze is niet weg. Haar schoonheid blijft bestaan. Die schoonheid wordt niet benoemd. De luisteraar maakt zijn eigen beeld als nabeeld van een voorbij leven. Hij roept onwillekeurig de herinnering op. Maar wat herinnerd wordt en zelfs wie in herinnering opdoemt is niet belangrijk. Eveline kan je buurvrouw zijn of je moeder. Eveline bevindt zich – pathetisch gesteld – in de dimensie van de eeuwigheid, en dat is troostend en verdrietig tegelijk. Onomkeerbaar. Wat niet gezegd wordt in het liedje, spreekt het duidelijkst.

Rowwen Hèze’s voorman Jack Poels schildert impasto. Zijn Eveline, te vinden van op het ruim een jaar oude album Rijstwafels Met Pindakaas van zijn gelegenheidsproject Herberg De Troost, staat goed in de verf. Zijn penseelvoering is barok. Hij portretteert Eveline in het dagdagelijkse, in het hier en nu. Beweeglijk en lyrisch tegelijk. Hij roept haar op in concrete handelingen, als hij uien pelt of knoflook bakt bijvoorbeeld. Haar verscheiden is letterlijk onverteerbaar. Zij is immers niet dood, want de Limburgse zanger loopt nog dagelijks tegen haar herinnering aan. Zijn bezieling vindt hij in de tastbare wereld. Hij heeft haar leven één op één vertaald in het zintuiglijke. Figuratief, een post-impressionistisch werk, als een landschap van Vincent van Gogh. Een persoonlijke ode, in sierlijke taal geschreven.

Beide liedjes kenmerken zich door het aangenaam ontbreken van stilistische bravoure. De benadering is eerlijk. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Geest en materie. Impliciet of recht voor z'n raap, abstract en figuratief. De persoon is de gelijke, maar de betekenis die beide zangers er aan geven verschilt fundamenteel. Het betreft afwijkende sentimenten. Met filosofische diepgang en poëtisch spelplezier komt het stilleven tot leven. Eveline als een klinkend stilleven trotseert de dood. Dat mag haast een geslaagd leven heten. Daar kan zelfs de man met de zeis niets meer aan verzieken. Eveline klinkt door.

Concertregistratie Herberg de Troost, december 2012 ('Eveline' vanaf minuut 16).